Categorie: Gepeins & Getob

Badhairday en een volle tampon.

hecandoit

Als je een paar decennia geleden als vrouw een ietsje meer ambitie had dan in potten roeren, witte was in de week zetten of voor de kinderen zorgen was je een zonderlinge. Tenzij je Tina Turner, Margret Thatcher of Diana Spencer heette. Je moest dan wel eerst als ijzeren maagd door het leven gaan of van manlief meer mot dan knuffels krijgen zodat je echt geen andere keuze meer had dan je vrij te vechten.

Het perfecte vrouwenbeeld dat de gemiddelde pee voor ogen had als zijn ideale Athena, lag ver weg van die dames die toen de wereldpers haalden. Ofschoon hun talent, assertiviteit of ambitieuze doortastendheid niet kon genegeerd of ontkend worden, werden ze toch meer als bedreiging dan als rolmodel geportretteerd. Of als poppemie dat kon ook.

Zonder het wellicht te weten of te willen, zetten die succesdames op hun manier het werk voort of maakten af waar geëmancipeerde dolle-mina’s jaren eerder hun soutien voor in brand hadden gestoken of baas in eigen buik hadden voor geroepen

Vandaag de dag is de kous aan de andere voet.  Mannen hebben als onbegrepen wezen een probleem. Vrouwen een goed verborgen geheim.

Mannen weten zich geen houding aan te meten wanneer ze links en rechts door grieten voorbij gestoken worden in het peloton van de succeskoers. Vrouwen blijken namelijk betere studenten te zijn die makkelijker praten en beter luisteren. Ze zijn gematigdere leiders die verenigen in plaats van muren op te trekken. Ze slagen er tussen soep en patatten nog steeds in een nest kinderen groot krijgen, terwijl ze ondanks al die drukte er ook nog in lukken veel langer heet en gereed te blijven dan hun mannelijke opponenten.

Alles en overal, gelijktijdig zonder glijmiddel.

Wil je heden ten dage succesvol zijn, moet je vrouw zijn. Dan pas heb je een streepje voor. Terwijl de mannelijke macho nog steeds denkt met spierballengerol indruk te kunnen maken, durven dames zonder blikken of blozen roepen dat die volle tampon hen niet langer in de weg zit voor een portie stomende seks.

Jaloers als ik ben tracht ik haar vol verwachting te imiteren om op die manier het geheim tot succes te kunnen ontfutselen. Ik ga 4/5e werken en probeer zo met minder betaalde uren evenveel werk te verzetten dan met een fulltime baan. Ik overlaad me met schuldgevoelens omdat de combinatie werk gezin me zwaar valt en ik blijkbaar altijd wel iemand te kort doe. Ik pieker me suf over een passende outfit voor een ontmoeting met een oude vriend.  Ik roer in potten en ga naarstig aan de slag met dweil en stofzuiger. Ik smeer nacht-dagcrème en trim of epileer zorgvuldig elk haartje welke de perfecte gladheid in de weg zou kunnen staan. Ik forceer mezelf om me minstens vijf dagen van de maand geprikkeld en kittelorig te voelen en fake met overtuiging hoofdpijn als intimiteit me niet uitkomt . Ik friemel net zolang aan mijn kapsel tot ik een badhairday heb en slurp me suf aan koffie verkeerd met imitatiezoet.  S’ avonds hang ik in de zetel met een veel te grote joggingbroek en een slobbertrui en probeer een traan te onderdrukken wanneer Simonneke het weer te verduren krijgt. Alleen die witte slaapsokjes laat ik achterwege.

Maar het help geen fuck. Ik raak geen millimeter vooruit en blijf spartelen als een vis op het droge.  Mijn mannelijke onzekerheid houdt me nog steeds klaarwakker tijdens mijn zo verdiend nachtelijk schoonheidsslaapje.

Als ik dan gegeneerd en ontgoocheld aan mijn vrouw vraag wat er mis, waarom het niet lukt en zo hoop dat ze een tipje van de sluier oplicht, lacht ze en zegt ze: “wees eens een vent en ga eens naar de voetbal of zo en drink een pint in plaats van die muntthee”

Ik pruts aan de mal van mezelf.

Hoe steviger ik mijn hand dicht knijp om dat losse zand bij te houden des te sneller het weg vloeit. Tot er maar een paar korreltjes meer achterblijven.

0e9d8548b2efc7b0a580796870548019_medium

Het denken, doen en laten van mensen. Ze willen begrijpen, veranderen en controleren. Het houdt me heel ver weg van mezelf. Beschouwen, oordelen en vonnissen daar ben ik goed in. Ver weg van mijn eigen spiegelbeeld bemerk ik heel scherp het vlekje welke jouw gezicht ontsiert.

En dan ben ik me kwijt. Helemaal verloren in de opgehoopte speculaties, oordeelvellingen en taxaties van anderen. In mijn hoofd staan jullie te dringen voor mijn aandacht en mijn mening. In rijen achter elkaar. Soms geduldig ordelijk, vaak onbeleefd en opdringerig. Jullie versperren mijn weg en duwen me van mijn pad zelfs al weet ik niet waar ik naar toe ga.

En dan wil ik onvindbaar verdwijnen. Doelloos afwezig worden en op zoek gaan naar wat rust. Ergens, nergens.

Wanneer zal me dat lukken? Waar ben ik me verloren en waar vind ik me terug? Hoe laat ik alles los wat me tegenhoudt in de zoektocht naar mezelf?

Hoe en wanneer ontvouwt de vlinder zich uit de pop die me verborgen houdt?

Ik weet wel dat het niet gebeurt door me met jou te vergelijken of door te trachten te beheersten wat jij denkt. Datgene wat jij van mij denkt is niet van mij maar van jou. Ook weet ik dat de comfortzone niet dat plekje is waar magie gemaakt wordt en dat ik zelf mijn beperkende overtuiging ben in het excuus dat ik bedenk om iets niet te doen of te worden.

En dan begin ik te prutsen aan mezelf en schrijf wat gedachten op. Mijn innerlijke stem begint dan te roepen en te tieren en wurmt zich in een nauwe spleet een weg naar buiten. Vingers tokkelen snel en spuwen alles er uit. Ik laat los wat niet bij mij past en ontdoe me van het ballast dat mijn reis verzwaart. Kaf apart van koren.

En dan tracht ik het zaakje blauw-blauw te laten. En is dat dan zwak? Of net sterk? Moet ik toch het gevecht aangaan dat niet te winnen is? Of blijf ik niet beter uit die boksring om nog wat aan mijn details te prutsen zodat ik straks beter pas in de mal van mezelf.

Selvportrett mellom klokken og sengen, 1940-43

Béchamel en wellustige werkwoorden

IMG_1817

 

Hoe of wanneer het binnen geslopen is konden ze niet meer exact achterhalen. Van waar precies de lek in de band zit en hoe het daar gekomen was, hadden ze geen van beiden enig benul. Laat staan dat ze gepast hadden kunnen reageren mochten ze het wel bijtijds in de gaten hebben gekregen.
Geen van hen beiden heeft door dat de reddingsboei, die elke relatie af en toe wel eens van doen heeft, heel zachtjes aan het leeglopen is.
Ooit, in het begin en nog lang nadien, toen was het anders. Toen wisten ze haast op elk moment van de dag hoe ze er voor stonden. Of hoe juist te reageren op een hindernis of een verwikkeling. Zo waren ze immers ooit gestart. Met veel hobbels op de baan.
Had een van hen dan al eens een lastig moment, konden ze dat zonder moeite van elkaar verdragen omdat ze elkaars bevestiging niet van doen hadden om instinctief te weten dat het wel goed kwam. Alles kwam altijd wel goed.
Hun band had zonder ernstige schade op te lopen al wel wat andere scherpe bochten en chicanes met hobbels moeten nemen.
Ze konden altijd gezellig of vurig praten. Geen enkel onderwerp was minderwaardig om het er niet in het lang en het breed over te hebben. Ze konden over alles door palaveren. Zonder enig risico te lopen om het over iets oneens zijn.
De kinderen waren klein genoeg om de problemen even groot als henzelf te houden.

Ze waren allebei minstens even goed in adjectieven die eindigden op -tiek en konden die zonder moeite omzetten in passionele, hartstochtelijke of wellustige werkwoorden. Al voelde die toen zelfs niet aan als ‘werkwoorden” omdat ze allemaal als vanzelf gingen.

Vandaag staan er wel dingen in de weg. Al weten ze niet precies de welke. De stiltes duren soms langer dan de discussies die dan opnieuw de oorzaak zijn voor nieuwe stiltes of andere en dezelfde discussies. De béchamel plakt niet meer zoals hij vroeger plakte en de sensuele passie is ook ergens diep achterin weg gezet in dezelfde kast waarin de speltbloem bewaard wordt waarmee dezelfde  witte saus ook altijd mislukt.

Het lijkt soms alsof de onfrisse vuiligheid wel in de juiste afvalbak wordt gesorteerd maar dat niemand van hen tweeën in staat is, de vuilniszakken tijdig aan de straatrand te zetten voor de vuilkar. Zodat ze weg zijn.

Als ik hen een dezer tegenkom zal ik hen op het hart drukken dat ze moeten blijven praten en kussen of vozen in de badkamer of op de keukentafel. Maar ook zal ik hen aanraden rustines te kopen om die lek in hun reddingsband te dichten, dat ze die speltbloem mogen weggooien maar vooral dat ze dringend hun vuilnis moeten buiten zetten.
Liefst voor morgenvroeg want op dinsdag komt de vuilkar.

 

 

 

De reuk van het verleden.

IMG_1806

De grauwe, ietwat vale gordijntjes zitten nog steeds strak opgespannen achter de glas-in-loden-vitrinedeurtjes van het bovenste gedeelte van de kast.

Als ik het koperen slot van het deurtje open draai is de muffe geur het eerste wat me herkenbaar tegemoet komt.
Hoewel elke oude kast eender ruikt, een beetje zoals een grijs boek verbergen ze toch allemaal hun eigen geheime historie.

Beschamend of vergeten familiegeluk veilig verscholen achter vale vitrages.

Het ooit hagelwitte porseleinen eetservies is ietwat gelig geworden en steekt af tegen de glanzende kristallen wijnglazen.
Van dat chique glasservies ontbreekt er één rode wijnglas omdat ons ma dat ooit net iets te onstuimig opgeblonken had na het laatste feest waarop het had gediend.
Ik hoor ons moe nog jammeren omdat haar 60 jaar oude huwelijkscadeau nu niet meer compleet was terwijl haar huwelijk dat zelf toen al bijna 30 jaar niet meer was.

Nostalgie doet iets met een mens. Toen ook al.

De lijmnaad van de soeplepel die past bij de keramieke soepterrine verraadt dat hij wellicht ook ooit voorwerp is geweest van een accident. Of misschien ongewild slachtoffer werd van een uit de hand gelopen zinloze familiale discussie. Wie zal het nog zeggen?

Ik weet perfect wat er allemaal in die kast zit toch. Toch kan ik nooit voorspellen welke herinneringen opduiken wanneer ik de deuren en schuiven er van opentrek.
Ik heb dan helemaal geen controle over mijn afdwalende gedachten naar dat ver, vergeten gewaand familieverleden. Alsof de herinneringen dan opnieuw helder en gedetailleerd ontwikkeld en geprojecteerd worden in de donkere kamer van mijn geschiedenis.

En dan moet ik nog aan de schoenendozen met foto’s en polaroids beginnen. En aan al die fotoalbums waarvan de kaften de heimwee verraden van de foto’s die er zoveel jaren geleden zorgvuldig werden ingekleefd.

Nostalgie het doet iets met een mens. Nog altijd.

 

 

Geruisloze Tango

IMG_1796

Ik vlieg soms noodgedwongen ongewild laag. Radiostil, onder de radar.
Dan is mijn persoonlijke ether helemaal geruisloos, ongewild vrij gemaakt.
Op zulke momenten zend en ontvang ik precies alleen maar onzichtbare spoed- nood- of onheilsberichten.
Mijn netwerk controle centrum defensief helemaal op scherp gesteld. Alle alarmen in het rood of minstens op oranje.

Ik check voor de 5e keer of er wel verbinding is. De piep van de sms die ik naar mezelf stuurde verraadt dat er niets mis is met de verbinding.
Ik bijt op mijn lip nadien op mijn nagel. De nagelriem bijna afgeknaagd.
Ik steek een sigaret op en zuig er van nervositeit een lange vurige kegel aan zodat de filter haast te heet wordt tussen mijn lippen, om er een volgend trekje van te nemen.
Zelf bellen? Neen dat doe ik niet.
Ik geef ridderlijk maar koppig aan mezelf toe dat mijn huizenhoge ego daar zijn veto stelt. Trouwens zij ging iets laten weten.
Waarom moet ik trouwens altijd als eerste? Waarom? Ik ben toch niet vanzelfsprekend?

“1 uur en 58 minuten geleden actief ” : verraad haar chat status.
Er moet iets gebeurd zijn. Het is immers maar een half uur rijden, maximum. Als het druk is, in de spits. Maar op dit uur toch niet meer?
Mijn maag draait zich in een knoop en mijn gedachten malen de meest dramatische scenario’s door de molen.
Waarom laat ze toch niets weten?

Mijn verstand zegt me om me niet te identificeren met de rol waarin ik door verwachtingspatronen gedwongen wordt.
Mijn verstand prent me in dat er geen antwoorden kunnen verzonnen worden op vragen die niet gesteld werden. Zelfs niet als ze impliciet waren.
In mijn hoofd wordt naar me geroepen dat dat stilte niets te betekenen heeft. Toch niet per definitie iets slechts.
Ze zeggen me dat ik moet wachten. Op muziek. Dat we straks zullen gaan dansen en lachen. En als ze niet opdaagt er nog andere mensen zijn die ook dansen. Misschien wel een tango ipv een één-tegel-slow.

Ik check mijn I-phone op een bericht dat niet komt en gooi hem achteloos met een diepe zucht in de fruitschaal.

Net op dat moment draait de sleutel in het slot en komt ze glimlachend binnen.
“Ik ben mijn gsm vergeten. Zie je wel hier in de fruitschaal. De tandarts zei me dat ik er weer een jaartje tegen kan. En jij hoe was jou dag?”

Ik? Ik wil gaan dansen. Tango.
Och zotteke.

Gisteren en morgen in vandaag.

IMG_1109

Als ik eens…
Had ik maar..
Wanneer ik later…

Vaak begint terugblikken op wat voorbij is of vooruitkijken naar wat nog moet komen met deze oncontroleerbare gedachten. Had ik maar… Wat als?

In die gedachtenwereld glijd ik dan soms weemoedig of vervuld van spijt, vol zelfbeklag af in scripts van mijn oude films. In zwart witt prenten vol romantische scenes en spannende verhaallijnen word ik mee genomen met oude bekende figuranten. De acteurs zeggen of doen steeds verkeerde dingen, want zo gaat dat in zwart-wit films maar op het einde komt altijd alles goed. Af en toe krijg ik de hoofdrol of figureer ik op de achtergrond, onbelangijk.
Op die nachtelijke hersenwandelingen dwaal ik dan af in een geschiedenis die ik wil herschrijven. Ik zou dan liefst het draaiboek van het filmscript veranderen terwijl die al in de zaal wordt gedraaid.

Scene 8: “Jan doet stomiteiten. 23 jaar” / take 7. CUT!

Wanneer ik mezelf dan niet eens vastrijd in een voltooid, verleden geschiedenis zit ik wel strop in onrealistisch veel te ambitieuze toekomstplannen.
In mijn, als-ik-straks-euromilions-win-scenario haal ik dan mezelf scherp voor de geest. Ergens dichtbij een hagelwit strand, dobberend op een bootje. Vislijn of hangmat binnen handbereik. Jij loopt of hangt daar ook wel ergens rond slurpend aan fris drankje, bloemenkrans rond je nek.

Deed ik het allemaal wel een beetje goed of juist?
Zat er niet meer in? Had ik niet beter dit …. of zal ik later, als ik een beetje groter en wijzer ben niet beter?

Vandaag, 20, 30 of 40 jaar later, net ontwaakt uit mijn romantische-zielen-droom en neer gedaald tot de realiteit van de dag, ken ik sommige antwoorden wel al beetje maar vraag ik me af of de vragen er nog wel toe doen?
Laat je een herstelde achilleshiel niet best ongeroerd wanneer hij eens pijnlijk opspeelt als het weer verandert. Als er onweer voorspeld wordt.

Ben ik er wel gebaat mee alle antwoorden te kennen?
Zou ik dan? Zouden we dan? Zal ik dan op een andere manier… ?

En dan bedenk ik me dat afdwalen in mijn gedachten me maar afleidt van waar het moet over gaan en dat is vandaag. Nu. Het moment. Nu is het te doen.
Ik speel wel met de kaarten die me zijn toebedeeld. Abondance of miserie op tafel. En als er niemand vraagt, ga ik wel alleen… voor 5, de overslag meegenomen.

De geschiedenis is geschreven en verandert niet meer tenzij in slechte amerikaanse jaren 80-films met Marty Mcfly en Doc Brown.  De toekomst? Dat zien we nog wel.
Maar wacht, als ik morgen de lotto win. Als ik straks in pensioen ben…of als ik later wanneer ik eindelijk groot ben … dan…   dan misschien?
Je zal wel zien….

Op je gemak met een leugen of gekwetst door de waarheid?

18839412_10158763873430191_6298620339056851423_o

Sprak ik dan wel altijd de waarheid?

Wanneer die vraag juist bij mij aanklopte deze week, weet ik niet meer precies. Ik kan me ook niet voor de geest halen welk feit of gebeurtenis de aanleiding is geweest voor dit hoofdwerk.

Was ik er maandagnacht, tijdens die nachtelijke hersenwandeling al mee bezig?

Toen ik pufferig, bezweet wat verkoeling probeerde te vinden onder de lichtjes-sterrenhemel?

Toen ik bedacht dat ik mijn dochter, eerder op de dag, zonder enig resultaat overigens, had proberen overtuigen dat ik echt maar 3 bollekes mokka-ijs had genomen waardoor zij het moest stellen met het resterende wat saaiere vanille-ijs.

Ik had me, het aantal-bollen-vraagstuk vakkundig omzeilend, gemakkelijk autoritair van af gemaakt door te zeggen:

“Doe er maar wat chocoladesaus en wat van die zoete dip-bollekes over of neem er een galetteke bij”.

Alsof ze dan niet zou denken dat ik die liter mokka crème had opgelepeld?

Of was het misschien woensdag geweest? Toen ik ogenschijnlijk geïnteresseerd “goed, goed”:  prevelde terwijl ik, eerlijk gezegd, de vraag niet eens had gehoord omdat al mijn aandacht werd opgeëist door een uitgesponnen flirterige internetbabbel met veel te aantrekkelijk vrouwvolk.

In haar plaats zou ik wellicht gedacht en gezegd hebben:

Stel me niet op mijn gemak met een leugen maar kwets me maar met de waarheid”.

Maar dat deed ze niet. Wellicht, omdat ze weet dat ik altijd wel wat rondhang en loop aanzeulen met aantrekkelijke internetvrouwen die mijn veel te goedkope aandacht mogen opeisen omdat ik me dan even doctor Phil of Oprah Winfrey kan wanen.

Het zou ook die alles onthullende bekentenis kunnen zijn van dinsdagavond. Toen een van mijn praatgroep-kompanen in een niets-verhullende getuigenis zijn zware rugzak leeg kieperde en zo zijn zwartste kweldemonen liet ontsnappen waardoor er weer wat ruimte vrijkwam op zijn drukke hersenspeelplaats.

En dan hoor ik mezelf nog op eigenwijze en moraliserende toon berispen:

“Het is veel beter om eerlijk onder ogen te zien dat je het zelf niet altijd bent dan te zeggen nooit te liegen en je zelf wijs te maken dat je altijd de waarheid spreekt.”  

Ze moesten daar eens weten…

Dus sus ik mezelf maar wat en geef ik me ook maar een bemoederend schouderklopje. Een speekmedaille, omdat ik denk dat als ik al begin te twijfelen aan mijn eigen eerlijke oprechtheid ik mogelijks toch al op het juiste spoor zit om straks mijn eigen rugzak wat lichter te kunnen maken.

Hautain…

 

truthcannon_verwaande_ongefilterde_humor_klembord-rad4d7f57dc5e4af78d5c97d78ef7411c_inck9_8byvr_324

Ja ik ben onzeker…

Beter… ik ben heel onzeker!

Erger …  ik snap er eigenlijk niks van!

Nog steeds niet.

Ik versta er het meeste van de tijd geen jota van. Het leven?

En dan zie ik me spartelen als een vis op het droge, happend naar wat houvast.

Je zou de illusie kunnen hebben dat wanneer ik me dan weer eens ogenschijnlijk gedecideerd, grof gebekt uitlaat en fors, kordaat standpunt inneem ik het allemaal wel weet.

Het is niet omdat ik “zwaarwoordig” probeer uit te pakken om je te imponeren dat ik niet onzeker zou zijn en dat ik de wijsheid in pacht zou hebben.

Het tegendeel is eerder waar.

Het is net omdat ik steeds de oorzaak zoek bij jou en volmondig commentaar geef over de manier waarop jij naar de dingen kijkt. Of beschimpend en neerbuigend ben over hoe jij je uitlaat dat ik mijn “niet weten hoe..”, leep probeer te maskeren.

Het is net omdat ik je, luid mijn stem verheffend probeer te overtreffen ik het juist niet over mijn kleine kantjes moet hebben.

Als ik je overtroef, moet ik niet in mijn kaarten laten kijken en kan ik me veilig verschuilen achter lange, dure woorden tirades zodat jij wel moet denken dat ik het allemaal wel wat beter zal weten.

Waarom?

Omdat ik dan de illusie even hoog kan houden.

En zo hoop dat je denkt dat ik sterker, slimmer, sluwer of bijdehandser ben dan jij maar eigenlijk ben ik onzekerder, banger en dommer dan jij omdat jij wel durft toegeven dat je het allemaal nog niet zo goed snapt.

Een fonkelend pretlichtje of een vochtige blik

verwachting

“Eerst een peinzende frons of een diep uitgegroefde denkrimpel dan pas een fonkelend pretlichtje of een vochtig trieste blik.”

Waarom verdwaal ik toch steeds in mijn lange, diepe geesteswandelingen?

Zetten ze me op weg zetten om juister, concreter doel te bepalen of houden ze me gevangen achter tralies van uitgesponnen toekomstige scenario’s die nooit zullen plaats vinden?

Remmen verwachtingen niet af en verengen ze de blik niet omdat ik dan net alleen maar door die bril kijk die me toont wat ik wil zien? De beelden beperkt door op voorhand ingekleurde gedachten. Al dan niet binnen de lijntjes?

En dan switch ik even snel naar het andere uiterste want in mijn zelf vervullende voorspelling zal straks precies uitkomen wat ik nu in gedachten heb. De toekomstige realiteit maakbaar gemaakt. Of niet?  Op hoop van zege.

En dan kan ik maar besluiten dat ik vandaag niet uit dit dilemma zal raken …

Wat ik wel weet is dat goed gezind in ’t leven staan me helpt. Dus laat dat voor vandaag mijn grootste doel zijn. Dat is haalbaar, daar kan ik voor vandaag gerust mee verder. Dat zal lukken.  Al moet wel gezegd dat die 4 nieuwe Demeyere kookpotten die vanmorgen mee geleverd werden met de nieuwe inductie kookplaat dat niet zo moeilijk maakt.

En voor den overschot ga ik vandaag rustig verder door de dag kabbelen om te ontsnappen uit mijn gevangenis van vooroordelen en gekleurde vermoedens en ga ik de verwachtingen voor vandaag maar verder laten voor wat ze zijn.

Dat is precies wat ik van deze dag nog verwacht…

Alfaversie en wolkenverf

 

 

43120425-zwarte-schoenen-heeft-een-beslissing-te-maken-op-het-kruispunt--succes-of-falen

“Soms denk ik dat ik nooit echt zeker zal weten wat ik kan of zal worden”.  Zo’n existentiële bekentenis komt vaak op een moment dat je het niet verwacht. In ons geval, in de file.  Tijdens de spits, bumper tegen bumper.  In gedachten was ik al volop aan de slag met rijst, kip en al die andere ingrediënten die Jeroen Meus gisteren tot een smakelijk éénpansgerecht had omgetoverd.

20 jaar wordt hij in mei en hij denkt na over de dingen en over zijn toekomst. Soms vaker en veel dieper dan dat ik het in de gaten heb of dan dat ik het verwacht.  Meestal praat hij honderduit over chillen en feesten, lang slapen en festivals, bier-pong of andere belangrijke bezigheden. En daar ben ik blij om, omdat zorgeloos genieten toch iets is waar je hen het liefst van al mee bezig ziet. Een beetje angstig ook, omdat ik mijn eigen fratsen niet vergeten ben. Is het daarom dat die ontboezeming me toch eventjes uit mijn lood sloeg?

“Waarom zeg je dat?” pols ik voorzichtig.

“Gewoon, omdat ik niet zeker ben of het geen ik nu aan het doen ben wel is wat ik wil doen”.  “Omdat ik niet echt weet wat ik kan, waar ik goed in ben, wat ik wil of wat ik echt leuk of interessant vind”.  “Soms zie ik mezelf als kok omdat ik dat wel graag doe, dan weer zie ik me met jonge gasten aan de slag en weet je vader, dan weet ik het allemaal niet jong. Ik denk dat ik gewoon wel wat schrik heb om fouten te maken of om te mislukken of om mensen te ontgoochelen.”

De manier waarop hij het zegt zetten mijn gedachten in beweging om ze te laten af te dwalen naar de alfaversie van mezelf. De alfaversie want dat is wat ik ben. Functioneel ok, maar lang nog niet stabiel genoeg om in productie te gaan. De crashtest zou ontegensprekelijk fundamentele tekortkomingen aan het licht brengen die mogelijks gevaarlijke situaties tot gevolg zouden kunnen hebben.  Mist relevante ervaring om ten alle tijden een betrouwbare oplossing te bieden! Voorlopig ongeschikt als sluitstuk! Veelbelovend maar ondermaats! Klaar voor bètarelease zou de eindconclusie kunnen zijn.

En dan vraag ik me af of ik mijn onzekerheden en twijfels niet onbewust op hem projecteerde en of zijn denkbeeldige voelsprieten me niet meer besnuffelden of meer detecteerden dan wat zichtbaar en tastbaar is. Ik vertel hem dat niet omdat het waarschijnlijk niet helemaal klopt maar omdat ik het wellicht meer als excuus zie om eigen kleine kantjes goed te praten.

Zulke gesprekken hebben we tegenwoordig vaker en dan wil ik die aan de gang houden omdat het mijn vaderhart deugd doet. Omdat hij me blind vertrouwt en me toelaat in de donkere kleine kamers van zijn broosheid  en onzekerheid. Mijn vader ijdelheid wordt dan met dons gestreeld en met rozige wolkenverf gekleurd.

En dan stel ik hem gerust en druk ik hem op het hart dat ik het ook niet weet of wist en dat zijn soortgenoten en voorgangers het ook niet wisten of weten. Dan vertrouw ik hem toe dat ervaring, wijsheid en gemoedsrust  maar een hoge toren is die van uit de grond wordt opgericht met pogingen, talloze mislukkingen, honderd onmiskenbare fouten en duizend te vermijden teleurstellingen.

En dan lacht hij en zegt hij: gaan we nu ene drinken want je begint te zagen?

Dag nacht…

IMG_1587

Soms raak ik zo verstrikt in mijn getob en betrap ik me er op dat ik tijdens mijn avondlijke mijmeringen wegzak in scenario’s waarin ik ongewild en ongevraagd een hoofdrol krijg toebedeeld.
Hoe harder ik dan tracht het rustig te krijgen des te sneller springen de prikkels en impulsen binnen.
Oncontroleerbare gedachten bouwen scenario’s op die nooit plaatsvinden maar die op dat moment in alle hevigheid ontsporen en me voor enge, onoplosbare raadsels en dilemma’s plaatsen.
Op zulke momenten is er niemand die heviger verlangt naar een kabbelende beek en wat groen mos op een natte leisteen.

Maar, Ik draai en keer. Ik zucht en blaas en tracht de rust te zoeken maar vind slechts onrealistische drukte in een oncontroleerbare maalstroom van gedachten en ideeën. Nacht na nacht krijg ik de hoofdrol toebedeeld en word ik ongewild gebombardeerd tot bedenker en uitvoerder van oplossingen van de chaos rondom mij.
Fait-divers uitvergroten tot eerste wereldproblemen is een natuurlijke gave die, mocht dit een Olympische dicipline zijn, deze me zou verheven tot Usain Bolts grootste uitdager.
Overdag ben ik kalm en rustig en relativeer de relativiteitstheorie tot er enkel nog letters en cijfers resten. Dan slaag ik er in de zaken rustig en van een afstand te bekijken alsof ik ze aan mij voorbij zou kunnen laten gaan. In dezelfde film figureer op de achtergrond, neem ik afstand en minimaliseer mijn rol en verantwoordelijkheid. Analyseren laat ik aan anderen over, zoek geen schuldigen en probeer (ver)oordelen aan anderen te laten.
Overdag ben ik zo … s’ nachts ben ik de andere zoals tegenpolen die elkaar nergens lijken te vinden, zo ontegensprekelijk gedoemd om met elkaar in conflict te blijven gaan.
Het is niet anders… het ene moment van het ene te veel en op het andere van het andere te weinig en omgekeerd…
Maar misschien is het wel goed zoals het is en hoef ik me geen zorgen te maken als de ene of de andere de bovenhand neemt. Misschien ben ik op de een of andere manier wel het tegengewicht van mezelf? Misschien ben ik onbewust in balans en juist geijkt in een apart metriek stelsel?
Alleszins, ik ga er nu mijn hoofd niet over breken. Daarvoor dient de nacht. Op de een of andere manier leidt die me wel naar het juiste scenario en misschien vind ik nu wel de juiste invalshoek. In het andere geval hoef ik me er morgen geen zorgen over te maken want morgen is het gewoon weer dag.

De vleeskuip

Van nature ben ik bedachtzaam op mensen. Soms zelfs een beetje wantrouwig argwanend. Zeker bij nieuwe eerste contacten.

Zoals op recepties bijvoorbeeld dan rekruteer en jureer ik zorgvuldig en precies.

Wie wel?  Wie zeker niet?

Niet geheel op het gemak kijk ik eerst voorzichtig behoedzaam de kat uit de boom en maak ik in een oogwenk uit in welke kuip het vlees behoort. Iedereen past in één van mijn 2 kuipen. De goede vleeskuip en de slechte. Over het nut van een twijfelkuip blijf ik vooralsnog onbeslist.

Één voor een passeert iedereen zonder uitzondering, spitsroede lopend, mijn ingebeelde jury. Eerst betasten mijn denkbeeldige voelsprieten snel van op veilige afstand elk detail en doen een eerste schifting. Dan besnuffel en betast ik.  Onvoelbaar en ga onvermoed verder met de in mijn ogen noodzakelijke vleeskeuring.

Onverbiddelijk mogen de luidruchtige “ik-weet-wel-waarover-ik-spreek-mensen” samen met de “ik-weet-niet-maar-ik-heb-precies-zoiets-van-mensen” elkaar gezelschap houden in de juiste kuip. De kans uitgesloten dat ze daar dezelfde avond nog uitraken.

De “ik-weet-wel-wel-waarover-ik-spreek-mensen” zijn absoluut niet mijn favoriet gezelschap. Ze praten en ratelen oppervlakkig zonder luisteren. Tonen ogenschijnlijk interesse maar zijn zelf te vaak aan ’t woord om die interesse geloofwaardig te maken. Ze willen de hoofdrol maar vallen snel van het podium. In te veel woorden zeggen ze niets. Maar zeker en vooral nooit datgene wat ze beter menen te weten omdat ze weten dat ze het eigenlijk niet weten en er daarom niet echt over spreken.

Dan heb je de “ik-doe-alles-met-een -verborgen-persoonlijke-agenda-mensen” . Je weet wel dat soort mensen. Ze praten subtiel en ogenschijnlijk geïnteresseerd. Maar heimelijk zien ze er netjes op toe dat zij zelf eerst het best bediend worden. Vlug in de eerste kuip ermee.

De “ik-heb-precies-zoiets-van-iets-of-iemand-mensen” vallen even gedecideerd ook uit mijn boot. Ik vertrouw ze niet. Mocht ik iets van iets of iemand hebben en dat was onrechtmatig verkregen dan zou ik het plichtbewust onmiddellijk terug geven. Anders zou ik het houden want dan was het eerlijk gekregen. Te mijden gezelschap. Volgens mijn wellicht te oppervlakkig oordeel althans.

Neen, als ik mag kiezen geef mij dan maar al de anderen.  En de recht-voor-raap-klinkt-het-niet-dan-botst-het-maar-mensen” natuurlijk. Die mogen allemaal, stuk voor stuk met het voordeel van de twijfel in de andere kuip.

Althans tot de eerste, “geloof me maar ik weet wel waarover ik spreek” hen in de andere kuip doet belanden.

Databases, lingerie en misverstanden…

“Hoe was het vandaag?”

Ze had de vraag waarschijnlijk wel gehoord maar ze keek pas van haar laptop op toen ze doorhad dat hij haar zwijgend stond aan te kijken.

WT_laptop-werken-vrouw-850x567

“Druk-druk he, zoals altijd he. De opmaak van die database-omgeving liep lastiger dan verwacht. Ik ben daar nog niet onmiddellijk mee klaar. De opbouw en de logica is net doorgestuurd naar India. Ik denk dat ze daar pas morgenvroeg plaatselijke tijd zullen kunnen aan beginnen. Op zich niet zo erg. Dat geeft me even voldoende tijd om op ’t gemak mijn mailbox op te kuisen….”Ze tokkelde naarstig verder op het klavier van haar schoottaiwanees en vroeg achteloos: “Jij vindt dat toch niet erg he?” Zonder verder de indruk te geven een antwoord te verwachten.

Aan slapen werd pas gedacht nadat ze van beeldscherm had gewisseld en  zich de volgende 8 uur niet meer hoefde te bekommeren over databases, code, conference-calls of andere it-mambojambo.

Carrie Bradshaw en Mr. Big hadden eerst nog een vol uur haar scherpste aandacht. Ze miste geen detail en ze kon zich volledig overleveren aan de hapklare sex-and-the-city-scenario’s die hoofdzakelijk bij vrouwen tot de verbeelding kunnen spreken.

Nu ze 15 jaar samenleefden hielpen de getemperde vrouwendialogen die vanuit de huiskamer weerklonken meestal wel om de slaap te vatten. Alleen nu niet. Nu bleef hij woelen en draaien. Hij had toch gevraagd hoe het was geweest? Hij had toch oprechte interesse getoond in het verloop van haar dag? Maar op de een of andere manier reageerde ze niet zoals ze dat vroeger deed of zoals hij verwachtte dat ze dat had moeten doen. Had hij haar dan een kus moeten geven? Haar schouders masseren en haar een glas wijn inschenken? Of misschien had hij recht over haar moeten gaan zitten om haar Taiwanees het zwijgen op te leggen.

Dromerig, verder onrustig woelend hield hij koppig vast aan het idee dat een relatie niet zo maar voort mag kabbelen. Hij geloofde echt dat praten altijd helpt ook wanneer het praten over niets meer gaat. Kussen moet je ook blijven doen. Zelfs wanneer het even duurt alvorens die tong tussen je lippen je iets doet. Hij wist dat er vroeger nooit iemand was geweest die hem zo goed kon kussen als zij. Zij alleen kon hem naar adem doen happen en hem duizelig maken geen besef meer van tijd en ruimte.

“Slaap je al?” Fluisterde ze zachtjes toe ze de slaapkamer binnensloop? “ik moet je iets zeggen”…

Op slag was hij klaarwakker en begon te onrustig te ademen. Hij had dat soort vragen ooit nog gekregen. Hij kende die. Die moeilijke discussies hadden zich vroeger ook al voor gedaan. In andere relaties. Die pijnlijke woorden waren toen ook gevallen. Woordenwisselingen waarop hij zich net zo voelde zoals nu en waarop hij zich toe ook afvroeg hoe het zover gekomen was en waar hij zelf gebleven was, verzeild in een chaotisch leven dat hij niet wilde.

“Ik denk dat ik morgen thuis blijf”: fluisterde ze zo verleidelijk mogelijk Daarstraks heb ik nieuwe lingerie gekocht en die wil ik jou morgen allemaal laten zien .. in klaarlichte dag!” en ze gaf hem een kus die hem naar adem deed happen en hem duizelig maakte. Geen besef meer van tijd en ruimte.

“Het spijt me van die Indiërs van daarstraks…dat kon echt even niet wachten dat moest nog af” probeerde ze er nog tussen te krijgen maar die kus had veel te veel in gang gezet om het nu verder nog over pietluttigheden te hebben….