Die ene mail staat al van gisterenavond open. Niet dat antwoorden moeilijk is. Integendeel zelfs, want in mijn hoofd heb ik dat antwoord al minstens vijf keer geschreven, verbeterd en verzonden. In mijn hoofd dus.
Het glas staat ook al sinds gisteren aan de voordeur. Het zit in zo’n blauwe plooibak van de Colruyt. Daar worden lege flessen verzameld tot iemand beslist dat het tijd is voor de glasbol. Meestal is dat de andere, vrouwelijke, permanente huisgenoot. Ik de vuilzak zij de glasbak, sommige rolpatronen verdragen geen uitzondering op een ongeschreven regel.
Maar hij staat dus nog op exact dezelfde plaats als gisterenavond. Niet omdat ik dat vergeten ben, want ik heb daar ook al minstens vijf keer naar gekeken. Vrijdag heeft dat soort mogelijkheden. Dan krijg ik precies een beetje meer ademruimte. Alsof vrijdag zelf iets minder streng is dan al die andere dagen. Alleen moet ik vaststellen dat ik met die extra tijd niks aanvang. Die mail blijft openstaan. Het glas blijft ook staan.
En dat vat een doordeweekse vrijdag behoorlijk goed samen.
Vrijdag is nu eenmaal een dag die zich anders gedraagt dan andere dagen. We moeten dat aanvaarden. Dat begint meestal ergens rond tien uur. Dan zegt iemand, “gelukkig is het vrijdag.” Dat gebeurt bijna elke week, maar niemand legt uit waarom het gelukkig vrijdag is. Er is ook niemand die daarnaar vraagt.
Tegen de middag gaan de dingen echt veranderen. Voor alle duidelijkheid, niet de koffie, want die smaakt hetzelfde als op andere dagen, naar straffe thee. En ik drink geen thee. De mails zijn ook nog dezelfde als deze morgen, al blijken ze tegen de middag toch verrassend goed bestand tegen uitstel. Want zaken die daarstraks nog superdringend leken, kunnen ineens toch wachten tot maandag.
En het is niet dat ik dat in mijn eentje heb beslist. Dat gebeurt gewoon uit zijn eigen. Vrijdag heeft daar blijkbaar een speciaal talent voor. De week is dan nog niet helemaal voorbij, maar de vrijdagnoen heeft er precies al een streep onder getrokken.
Ik heb altijd gevonden dat vrijdag een dag vol verwachtingen en mogelijkheden is, want al wat vandaag niet gebeurt, krijgt maandag een nieuwe kans. En toch blijft het een rare dag die een beetje gewrongen zit tussen donderdag en zaterdag.
Het is mijn bijnadag. Want het is bijna weekend. Bijna rust. Bijna poeperkesdag, al blijft het merkwaardig hoe weinig belangstelling zaterdag en zondag voor die activiteit hebben. Bijna uitslapen dus. En bijna een ander leven dat twee dagen duurt en genoeg moet zijn om tegen maandag een frisse versie van mezelf te worden.
Dat lukt dus bijna nooit.
En toch probeer ik dat elke vrijdag opnieuw.
Het glas staat trouwens nog altijd aan de voordeur. De mail staat ook nog altijd open maar is ondertussen door iemand anders beantwoord. Door iemand die niet weet dat het vandaag bijnadag is.
