Dagen schuiven door. Dat doen ze onverbiddelijk. Deze maandag heeft veel weg van alle andere maandagen, zelfs wanneer de kalender 29 juni aanwijst. Maandag 29 juni, een datum die op zich niet zo veel om het lijf heeft en toch hapert er vanalles aan want die dag heeft iets in mij vastgezet dat weigert weg te gaan.
Ik voel dat mensen blijven hangen. Diegenen die er niet meer zijn maar ook diegenen die achterblijven. In gedachten zeg ik hun namen allemaal luidop. Ik voel dat hun loodzware rouw milder is geworden. Ze kunnen elkaar al rustig neerzetten zonder dat ze omvallen.
Je hebt moed nodig om achter te blijven. Dag in dag uit alleen opstaan met telkens dezelfde vragen, wetende dat er vandaag ook geen antwoorden zullen komen. Misschien trek je vandaag zijn favorite trui aan en blijft je neus even hangen in de stof omdat je hoopt om daarin zijn geur te vinden. Je weet best dat die al een tijdje verdwenen is. Ook die plaat vol herinneringen laat je op de kast staan uit schrik dat ze te gewoon zal klinken of omgekeerd, dat elke noot te veel zal zijn.
Sinds je verdween zit het leven vol met dat soort haperingen. Je probeert dan wel te doen wat je moet doen ook al weet je dat vannalles ontbreekt. Toch begint de morgen soms al voorzchtig naar binnen te schuiven als licht onder een deur die je nog niet helemaal durft open te doen.
Wat je achterliet is niet proper uiteen gevallen. Het zit versrpreid in huizen, in kamers, in herinneringen en in gesprekken die plots stilvallen. De chaos zit ook in foto’s waar je net buiten beeld lijkt te staan. Ik weet niet of je dat bewust deed.
Misschien gaat het niet meer over begrijpen wat je deed. Misschien gaat het eerder over verdragen. Over toelaten dat je tegelijk afwezig en aanwezig bent. In de manier waarop je verder leeft, zonder juist te weten hoe of waar.
Er zit iets wat op troost begint te lijken omdat het gemis niet elke dag vlijmscherp of te pijnlijk is. Troost is dat denk ik, al durf ik zelf dat woord niet goed te gebruiken. De wonde is dicht maar het litteken blijft jeuken. Troost, en ik denk dat dat het enige is wat we elkaar vandaag voorzichtig mogen beginnen gunnen.
Met de wind niet per se in de rug, maar net genoeg om een stap vooruit te zetten zonder dat iemand dat hoeft te merken.
