‘De P-300 padelzak’

De rosé stond koud genoeg om gevaarlijk te worden. Natuurlijk zaten de dames eerst aan de toog want de eerste fles was al half. Hun hoofden waren tomatenrood aangelopen en hun lijven waren nog bezweet van die laatste rally die juist iets te kort was geweest om het sport te noemen maar net lang genoeg had geduurd om het als excuus te kunnen gebruiken dat het wel sport was.

Wij venten kwamen lichtjes manktend aangestrompeld, allemaal met een lijf dat alle tijd neemt om nu nog niet beginnen op te spelen. Daar is het morgenvroeg, als we aan de kuis moeten beginnen meer dan tijd genoeg voor. De meeste van ons nemen ook rosé, ik hou het bij water en koffie.

Zij, naam bekend bij de redactie, had een nieuwe padeltas.

Iedereen zag dat direct. Nog voor ze er zelf iets over had gezegd. De zak was groot en zwart, maar zwart genoeg zoals dingen die zwart zijn, zijn wanneer ze serieus willen genomen worden. Hij leek handig ook, maar was toch vooral groot maar zonder dat het stoeferig werd. Er waren geen blinkende ritsen of overdreven logo’s. Je zag aan alles dat dit geen impulsaankoop was die vrouwen soms durven doen als ze slecht in hun vel zitten. Neen deze zak was overwogen en beslist.

Die padelzak was een statement, misschien vooral voor zichzelf, zo van, “mannekes kijk nu efkes naar mijne padelzak en neem hem serieus, of anders neem ik mijzelf serieus.”

“Alleen P300-spelers hebben die,” zei ze, langs haar neus.

Niemand had al iets over haar nieuwe tas gezegd. “Het is een P-300-zak”, zei het half lachend, maar precies ook een beetje verontschuldigend alsof ze al haar padelambities in die zak had verstopt en ze die wilde neutraliseren met een mop.

Ik keek naar die tas en dacht, hoe handig moet het zijn om alles bij te hebben. Extra grips, extra ballen, zeep, shampoo, een frisse handdoek die naar wasmiddel ruikt in plaats van naar oud zweet en er zal zeker ook genoeg plaats zijn voor alle ambities en twijfels want die nemen meestal meer plaats in dan je in één padelzak kwijt kan.

De gesprekken gingen verder, zoals gesprekken dat doen op vrijdagavond als er genoeg rosé is en niemand nog moet winnen. Al leek rosé drinken zelf ook wel een soort competitie te worden. Van padel naar eten, het is  a small step for man, maar one giant leap for een padelgezelschap.  Want, in dat gezelschap worden soms dingen gezegd zonder dat iemand zeker weet of ze wel kloppen.

“Beuling, dat is toch zoute vis?” , zei iemand met zekerheid die exact één seconde overeind bleef.

“Neen,” zei zij, die met de nieuwe padeltas. “Beuling, dat zijn pensen.”

Die bewering werd gefactcheckt op een telefoon die al vettige vingers had van de nootjes en van de gebakken bouletten. En ze kreeg gelijk, al gaf haar dat niet onmiddellijk groot plezier.

Iemand vroeg wat er allemaal in die padeltas zat.

Ze haalde haar schouders op en opende de rits een heel klein beetje. Genoeg om iets te tonen, niet genoeg om iets te zien.

“Gewoon,” zei ze. Maar een volle padeltas is nooit zomaar “gewoon”. Dat weet ik als geen ander. Ik ben zeker dat er onderin die zak een halve kilo beuling verstop zit. Voor straks, als het gesprek stilvalt en iemand ineens zegt dat honger eigenlijk gewoon dorst is die zich vergist heeft.
Ik ben zeker dat in die zak geen halve kilo maar vijf kilo pensen versopt zit. Of een oude blessure, misschien zelfs een verloren match die nog niet helemaal verwerkt is.  Al zou het ook zomaar kunnen dat er een reservespeler inzit, voor later, als zij alleen P300 geworden is.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.