Wanneer mijn hoofd beslist heeft dat rust voor mij een theoretisch concept is dat werkt zoals kwantumfysica, weet ik niet. Niet dat ik iets van kwantumfysica afweet trouwens, en laat dat nu juist het punt zijn. Misschien zit datgene (wat ik nog geen naam heb kunnen geven) al van bij mijn geboorte op te spelen omdat het in mijn DNA zit net zoals scheve tanden of een familienaam waar niemand trots op is. Maar het kan evengoed zijn dat ik gewoon ooit tegen iets ja heb gezegd terwijl ik nee had moeten zeggen en daardoor ontspoord ben en helemaal uitgewassen ben tot iets dat niet meer te controleren valt.
Soms denk ik dat ik een wandelend alarmsysteem ben met een hoofd, een lijf, met armen en benen. Want alles piept. Alles kraakt. En alles knippert. Mijn zintuigen staan ook altijd aan. Als hypochonder, chronisch pleaser ben ik ook superslecht relatiemateriaal. Voeg daaraan toe dat ik onzeker en licht obsessief-compulsief door het leven stap met een zelfverklaarde vorm van ADHD en je krijgt een spectrum dat nog moet uitgevonden worden.
Alle bovenstaande diagnoses heb ik trouwens bij mezelf gesteld, zonder tussenkomst van de mutualiteit omdat zelfkennis nog altijd niet wordt terugbetaald.
Door al die aandoeningen is het me niet gelukt om een universitair diploma te behalen maar ben ik wel eigenaar van een eredoctoraat piekeren dat uitgereikt werd door een gerenommeerde jury in mijn hoofd. Volgens hen bezit ik het uitzonderlijk talent om me altijd en overal over alles zorgen te maken. Zo kan ik bijvoorbeeld vooruit piekeren, achteruit piekeren en voor de afwisseling kan ik ook mega-piekeren over het feit dat ik pieker. Me ontspannen doe ik dus alleen in theorie en zelfs dan struikel ik over mijn eigen voeten.
Relaties heb ik ook. Vooral toxische en bij voorkeur professionele, waardoor ik met mijn bazen steevast in situaties beland die beginnen met iets wat lijkt op samenwerken maar eindigt als een psychologisch werkstuk. Na verloop van tijd weet niemand nog wat het probleem was, of het er ooit één geweest is en wie nu uiteindelijk dader of slachtoffer is. Ik neem de vrijheid om dat fenomeen de hiërarchie-stoornis te noemen. Concreet, ik zeg altijd ja, denk meestal nee, doe vaak misschien of half-zijn-gat en voel me achteraf altijd schuldig over het resultaat. Grenzen heb ik ooit gehad, maar die zijn op een dag verdwenen zonder een adres achter te laten. Geen telefoonnummer, geen emailadres. Niks.
Hoewel ik graag met een racket tegen een bal klop, weiger ik me lichamelijk over te geven aan die nieuwe sport- en fitnesscultuur, dat helemaal in tegenstelling tot oude eetculturen, waar ik alles wil van weten en drinken. Deze interesse heeft geleid tot een iets te hoge BMI en een alarmerende cholesterol. Ik ben ook de niet-trotse bezitter van mantieten. Ik vind ze niet leuk om niet te zeggen dat ik er absoluut geen fan van ben. Ik haat ze maar ze operatief laten verwijderen krijg ik niet over mijn hart want dat zou aanvoelen als verraad aan mijn innerlijke feministe. Dus ik laat ze gewoon hangen, uit principe. Ze worden niet door een walvissenbaleinen-BH ondersteund maar zijn wel sterk ideologisch onderbouwd. Samen met mijn tieten doe ik namelijk elke dag alsof we een statement maken om niet te voldoen aan dat opgedrongen, mannelijke schoonheidsideaal. Dat lukt buitengewoon goed. Ik draag mijn tieten dus tegelijk met trots en schaamte. De enige vorm van multitasking die lukt.
Voor ik het vergeet te zeggen, ik ben ook alcoholist, al ben ik al langer dan een decennium in herstel. Dat betekent concreet dat ik het voor anderen extreem gezellig kan maken zonder zelf ook maar enige vorm van plezier of genot te ervaren. Hierdoor werd ik doodsaai en bruut-eerlijk zonder één enkel charmant kantje over te houden. Water drink ik alsof ook dat een statement is en kijk ik naar wijn zoals ik kijk naar mijn ex die zegt dat ze geëvolueerd is en dat het allemaal beter gaat. Ik vertrouw haar nog altijd evenveel als dat glas wijn.
Zal ik er dan geen doekjes rond winden? Misschien ben ik een influencer van zelfkennis of een kleine misantroop. Al draag ik dat label op een heel inclusieve manier. Ik heb namelijk aan alles en iedereen dezelfde stronthekel, vooral aan mezelf. Vooral in groep speelt dat op. Daarom mijd ik drukke plaatsen omdat die me altijd het gevoel geven dat iedereen mijn strot wil toeknijpen. Babbelen over ditjes en datjes, smalltalk dus, ervaar ik als psychologische oorlogsvoering. Wanneer iemand nog maar vraagt, “alles goed”, hoor ik al mijn interne sirenes afgaan en wil ik het liefst een AK-47 kopen al zou ik er ook genoegen in vinden om de persoon in kwestie eigenhandig de strot dicht te knijpen.
Wie of wat ik zoek? Absoluut niets of niemand. Ik wil geen match, geen klik, geen mening, geen vonk en geen gesprek waarin het plots drie uur ’s nachts wordt. Ik wil gewoon dat je dit leest en even de wenkbrauwen fronst, om me nadien gerust te laten. Ik hoop trouwens dat nadat je dit gedaan hebt, je tot de conclusie kwam dat je nog liever contact zoekt met je plaatselijke bibliothecaris dan met mij. Een hond nemen is trouwens geen oplossing want die voelt mensen aan.
Mijn grootste sterkte is zelfkennis tot op het bot met een vleugje ironie en sarcasme als verdedigingsmechanisme. Ik bezit namelijk de indrukwekkend efficiënte eigenschap om elk schoon moment met dynamiet op te blazen door het op voorhand kapot te analyseren. Mijn zwaktes? Bijna alles, behalve pindanoten eten, sigaretten paffen en koffiedrinken.
Zou je overwegen om na deze sarcastische mijmering met mij toch nog een gesprek te willen aanknopen, geef ik je de raad om hulp te zoeken. Voor ons beiden. Voor elkaar. En zeker niet samen. Cognitieve gedragstherapie of EMDR schijnen prima resultaat op te leveren. Ik heb daar een goed adres voor.
