De wereld met zijn harde lijnen, zijn onbegrijpelijke wetten en zijn scherpe randen die schuren. Kortom, die snelle wereld die al mijn pogingen om zacht te bestaan meer en meer lijkt te minachten, ik draag hem als een versleten jas. Hij zit niet meer juist. Toch trek ik hem nog aan, tegen mijn goesting.
Te veel meningen zonder feiten. Te veel zelfpromotie zonder diepgang. Te veel algoritmes die me sturen zonder dat ik het wil. Te veel reclame, te veel kopen, te veel pulp en te weinig verhalen. Alles lijkt glanzend en sparkelend maar als je kritisch durft te kijken is alles hol en oppervlakkig, bedrieglijk bijna. Met zoveel AI dat zelfs echt en nep haast niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.
Het wordt veel, tè veel, voor deze zoekende ziel. En toch, in al die chaos bestaat er een plek. Het is er ook chaotisch, rommelig zelfs maar ook stil. Ik moet er niet efficiënt zijn, niet perfect, niet snel. Onwetend? Dat mag! Mijn littekens, twijfels en gebreken, ik moet ze niet verstoppen. Ze mogen blijven hangen, als bewijs van het leven zelf, mijn leven. Deze plek heb ik zelf gemaakt. Ze dient niet om te volgen, niet om in te passen maar om gewoon te bestaan.
Ik herinner me bijlange na niet alle woorden die ik ooit heb opgeschreven. Ik schreef ze als mijn waarheid, meestal eenvoudig, een beetje ruw, soms zwaar, zoals ik ben.
Ik weet hoe het voelt om gevangen te zitten in verwachtingen, van anderen en van mezelf, om strijd te voeren, om sterk te blijven, om te voldoen. Te lang verdroeg ik het leven als een opdracht, met perfectie als ultieme doel. Tot ik besefte dat perfectie een illusie is, een gevangenis die ik met mijn eigen handen heb gebouwd. Mijn littekens, mijn kapotte gewrichten, mijn rimpels, mijn eindeloze overpeinzingen, mijn eeuwige twijfels, het werden onuitwisbare sporen van een leven dat niet stil heeft gestaan.
Toch blijft het een opdracht, niet toe geven aan die wereld die enkel glans en gladde oppervlaktes lijkt te waarderen. Maar hier, in mijn hoofd, waar ik veel tijd doorbreng, laat ik me niet van mijn stuk brengen. Hier wordt mijn verhaal verteld. Je mag meelezen als je wil.
Als ik je ooit ontmoet en we praten, zal ik zeggen, “toon me je kleuren maar, laat me zien wie je ècht bent en waar je vandaan komt”. Niet omdat ik iets van je verwacht, maar omdat ik weet hoe het voelt om dingen van jezelf mee te dragen waarvan je niet weet wat je ermee moet aanvangen.
Het zijn stukken die niet passen in je puzzel, ze hebben geen glans, maar zijn wel echt. Het zijn die stukken die ik van jou wil zien, niet de opgeblonken versie die de wereld accepteert. De echte, de rommelige, de onvolmaakte waar je niet trots op bent. Laat het ons daar over hebben.
Mijn lijf en littekens, ik accepteer ze niet altijd. Soms jeuken ze, en herinneren me aan een tijd waarin ik dacht dat kwetsbaarheid en openheid een zwakte was, toch probeer ik ze nu te dragen als een medaille van een strijd die ik voer. En zo kijk ik naar jou, niet naar wie je probeert te zijn, maar naar wie je werkelijk bent.
De wereld is luid, altijd bezig, altijd veeleisend. Maar hier mag ik ademen. Hier mag ik rusten. Hier mag ik mezelf zijn, zonder druk om iets te bewijzen.
Misschien is dat wat ik probeer te zeggen. Je bent welkom. Niet die versie van jou die de wereld goedkeurt, maar de echte, de kritische en pretentieloze, met al zijn scherpe randen en zachte lijnen, met twijfels en hoop.
Hier vinden mensen hun weg en zijn op hun gemak als ze dat begrijpen. De anderen stoppen halverwege of blijven gekluisterd aan verwachtingen die ze amper zullen waarmaken.
Dus kom, maar als je komt, dàn zoals je bent, met al je wilde imperfecties, met je vragen die geen antwoorden vereisen en met je stille dromen. Hier, op deze plek die ik helder voor me zie, hoef je alleen jezelf mee te brengen. Misschien, is dat genoeg, gewoon bestaan met een stilte die spreekt en alles vertelt.
