Probeer nooit te worden wie je al bent

Nog nooit, en zeker niet na dat laatste bezoek aan die luxueuze spa ergens in de Oostenrijkse Alpen, heb ik de behoefte gevoeld om me als vrouw te identificeren. Dat durf ik hardop zeggen, zeker op dagen dat ik mezelf geloof. Dat lijkt me trouwens iets bijzonder ingewikkeld, jezelf overtuigen dat je vrouw wil worden terwijl je een leven lang een vent geweest bent, zelfs al zit er de laatste tijd een beetje sleet op die mannelijkheid.  Ik heb mezelf ooit grotere leugens wijsgemaakt maar dit idee aan mezelf verkopen lijkt me onmogelijk.

Als ik mijn vrouw mag geloven weet ik weinig of niets af van vrouwelijkheid en al zeker niets van vrouwelijke psychologie. Waarschijnlijk heeft ze gelijk want mijn kennis komt hoofdzakelijk voort uit slechte (subjectieve) observaties of uit meningen die ik achteraf liever niet had gehad. Vrouw worden dus. Begin ik daaraan met een hoger stemmetje van mijn nieuwe identiteit? Dat typische stemmetje dat altijd op zoek is naar bevestiging want daar heb ik ervaring mee?  Of doe ik dat met waggelende botox-billen die iets te nadrukkelijk naar achter willen geduwd worden zodat ze ongevraagd aandacht krijgen zonder precies te weten waarvoor ze dat doen? Of moet ik gewoon mezelf en anderen overtuigen van dingen waar ik absoluut geen bal vanaf weet?  Dan pas zou ik aan mijn geslacht gaan twijfelen, of hoe we dat tegenwoordig ook noemen wanneer we onszelf een beetje kwijt zijn.

Helemaal onzeker zou ik worden als ik op voorhand al neen begin te schudden terwijl ik eigenlijk ja bedoel, maar mijn antwoord nog eerst een omweg moest maken langs drie onzekere gevoelens die elkaar niet kennen en elkaar niet vertrouwen. Misschien moet ik dit innerlijk gesprek vannacht in een droom verderzetten. Daar heeft niemand last van de dubbelzinnige lichaamstaal van de vrouw die ik niet ben en daar kan ik tenminste gewoon doen alsof. Overdag ben ik toch maar een verzameling tegenstrijdige gedachten die niet altijd even beleefd blijven. ’s Nachts zeg ik trouwens ook nooit ergens nee tegen.  Gun me dus maar de illusie dat dit het ultieme bewijs is dat ik me nooit als vrouw zal kunnen identificeren. Al is het ook goed mogelijk dat ik overdag gewoon een lafaard ben en ’s nachts een dromerige fantast.

Toch zie ik ’s morgens in de spiegel een lijf dat lang met de zwaartekracht onderhandeld heeft maar die onderhandeling aanging alsof het een slecht georganiseerde vakbond is. Maar zwaartekracht onderhandelt niet en spiegelglas liegt niet. Helaas. Beiden tonen me ronder wordende vormen en manborsten die niet meer fier vooruit staan en zelfs een klein beetje naar het zuiden neigen alsof ze beschaamd zijn voor hun verloren trots. Als ik echt heel hard mijn best doe, zie ik daar iets vrouwelijks in. Vooral paniek en overgave dan. Maar ook iets dat meegaand is maar door de uitdeining van het heelal lichtjes uit vorm is geraakt. Alleen ontbreekt me de drang om hiervoor hysterisch te beginnen wenen. Ik voel ook geen neiging om een personal trainer onder de arm te nemen die me aanspoort om in een morele oorlog tegen elke vetrol te vechten alsof het mijn maatschappelijke plicht is.  Een oorlog, tussen haakjes, die ik persoonlijk heb uitgevonden.  

Ik bekijk mezelf in de spiegel en de mannelijke alfa-ziel in mij haalt gerustgesteld en vastbesloten de schouders op. Dat doet hij vooral wanneer hij bang is.  Hij zegt zelfvoldaan, “een vrouw word ik niet. Nooit.” Ook al is hij wantrouwig, hij sust zich met de overtuiging dat hij wellicht nooit enige behoefte zal voelen om zich als vrouw te identificeren.

Sommige alfa-mannen die ongewild eigenaar zijn van een huizenhoog ego willen zich nu al identificeren met de geschiedenis, als man of als nieuwe vrouw, zolang ze maar als monument op een of andere grote markt worden neergezet. Als het kan in brons maar liefst in bladgoud.  Ikzelf zie het minder groot. Ik wil me gewoon identificeren als een andere man. Dat is op zich niet moeilijk want die bestaat al, zij het in gedachten. Hij staat ook voor de spiegel.  Hij staat rechterop, is minder uitgezakt en zijn blik is vastberaden, zonder agressie. Hij is slimmer, sterker en ook betrouwbaarder dan ik. Hij vindt altijd de juiste woorden en beter nog, hij weet wanneer hij ze moet inslikken. Hij is succesvol maar op een manier dat niemand er zenuwachtig van wordt. Ambitieus is hij ook maar dan zonder arrogant te zijn. Hij ziet er niet slecht uit maar dan op een nonchalante manier, alsof hij per abuis aantrekkelijk geworden is en zich daar zelfs een beetje voor schaamt. Ik ben het niet, maar ik identificeer me wel met hem.

Hij gaat achteloos door het leven, trekt zich niks aan van wat anderen over hem denken en volgt daarbij een pad dat alleen door hem is aangelegd al lijkt het soms verdacht veel op een goed uitgestippelde vluchtroute. Vrouwen, en ik overdrijf niet graag, maar vrouwen voelen onmiddellijk dat hier een man staat die weet wat hij wil. Hij hoeft hen niet uit te leggen waarom hij altijd een beetje meer ruimte inneemt. Hij weet precies wanneer hij aandacht moet geven maar ook perfect wanneer het licht moet gedimd worden.  Hij zwijgt op tijd want hij is niet bang dat zijn stilte iets over hem zal verraden. Gevoelige vrouwen die zich zelfverklaard zacht wanen maar ook licht chaotisch en structureel besluiteloos zijn, worden als vanzelf naar hem toegezogen.  Ze giechelen met zijn moppen, zelfs met diegene die hij nog nooit op anderen heeft uitgeprobeerd. Met die man identificeer ik me. Al heel mijn leven lang, want hij leeft het leven dat ik alleen in theorie helemaal beheers.

’s Nachts wordt het helemaal angstaanjagend realistisch want in mijn dromen ben ik hem al. Daar kan ik hem overtuigend nadoen. Helemaal. Compleet. Dan spreek ik vloeiend minstens zes talen, handel altijd beheerst en wek daarbij bewondering zonder dat ik het zelf opmerk. En juist dat feit, dat niemand anders het opmerkt, maakt het zo geloofwaardig. Dit is de man die ik diep van binnen ben, de man met wie ik me identificeer. Het is de man die mijn angst ontworpen heeft zodat ik nooit meer hoef te testen of ik hem werkelijk ben. Met hem zou ik trouwen mocht ik me toch ooit laten verleiden om een vrouw te worden.

En nu ga ik in transitie. Niet naar een vrouw maar naar een versie van mezelf die ik waarschijnlijk niet wil zijn, maar van wie mijn spiegel voorlopig nog gelooft dat ik hem kan worden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.