Ik moest even gaan zitten. Eerst dacht ik dat ik een script van ‘de ideale wereld’ aan het lezen was. Niks daarvan het was ‘De Standaard’. Een hoogleraar taalkunde van de universiteit van Leuven stelt voor dat hetero’s vanaf nu massaal het woord “partner” gaan gebruiken wanneer ze “hun lief” bedoelen. Dan kunnen LGBTIQ-mensen hun identiteit beter verdoezelen. Serieus? Ja serieus!
Als ik Dorien Van de Mierop mag geloven, zij is de hoogleraar in kwestie, is “partner”, voor LGBTIQ-mensen een nieuwe geheime code. Een soort morse-taal die impliceert, “ik ben superqueer, maar zeg aub niet luidop dat ik maar pas in transitie ben.” Fascinerend allemaal.
Nog fascinerender, dat de prof in kwestie ervan uitgaat dat het mij maar iets kan schelen hoe mensen zich identificeren en tot welke sociologische subgroep hun lief, excuseer, “hun partner” behoort” en hoe dat kan gemaskeerd worden.
Wees dus welkom in het absurde universum van de taalwetenschap en van de nog absurdere prof die er haar stokpaardje of haar hobbelpaardje van maakte. Als we haar laten doen, krijgen woorden straks buiten een betekenis er ook gratis en voor niks een sociaal-seksuele camouflagestick bij, om te verdoezelen wat ze allemaal kunnen impliceren.
Voortaan zal elke lgbt, lhbti, lgbtq, lhbtqia, elke plus, elke min, elke x, y, z en bij uitbreiding uw schoonmoeder uit Boemerskonten het woord “partner” moeten gebruiken. Enkel op die manier zullen alle negatieve, sociale signalen verdwijnen en wordt dat woord eindelijk “neutraal”. Want zo simpel werkt taal in de taalkanselarij natuurlijk. Alsof woorden ineens uit zichzelf beginnen te evolueren en dat sociale betekenissen ervan vanzelf verdwijnen of er op een wonderbaarlijke, grillige manier bijkomen. Taal als laboratoriumexperiment dus, maar waarom hebben ze dat dan niet eerst op ratten uitgetest?
Dit is een schoolvoorbeeld, excuseer, een universiteitsvoorbeeld van overcompensatie van een specifieke doelgroep die zo ver gaat dat de term inclusie zelf ondergesneeuwd raakt door al dat academisch gezwets. Alsof “partner” ineens de magische sleutel wordt die de wereld warm, begripvol en inclusief zal maken, terwijl taal gewoon al moeilijk, complex, grillig is en dikwijls genoeg een onoverzichtelijke puinhoop geworden is.
Zeg gerust je “partner” als je dat plezant vindt. Maar heb alstublieft niet de overmoedige illusie dat je daarmee de wereld beter zal maken of dat je een geheime code hebt ontdekt die LGBTIQ-mensen een “veilig gevoel” zal geven. Alleen een condoom kan dat, maar taal is geen rekbaar elastiek die je rond een piemel schuift. Soms is taal gewoon iets waar mensen mee praten zodat anderen verstaan wat je bedoelt, en niet om zelf gecreëerde sociale signalen mee te manipuleren, te voeden of te verdoezelen.
Eerst moest de LGBTIQ-gemeenschap overal zendtijd krijgen, zichtbaar zijn, benoemd worden, liefst met hoofdletters, vlaggen en wimpels en met punten en komma’s. Want iedereen moest weten wie ze waren. En nu? Nu willen ze opnieuw opgeslokt worden in de grote, brede, exclusieve, betekenisloze “partner-gemeenschap” zodat ze onherkenbaar zijn. Begrijp jij het nog, of ligt het aan mij?
Kan het niet allemaal een klein beetje bescheidener? Want elke keer als straks in Gent of Antwerpen iemand het woord “partner” zegt alsof het een nieuw ineen-geknutseld-inclusie-instrument is, zal ik zeggen, “da gaade gij nie bepaale!”.
