Rust komt niet zomaar komt aanwaaien. Hoe harder ik haar probeerde te grijpen, hoe verder ze van me afdreef. Op zo’n momenten voelt het alsof ik zand probeer vast te houden. Hoe harder ik knijp, hoe sneller het tussen mijn vingers wegglipt.
Ik dacht lang dat rust iets was dat ik moest verdienen. Na een drukke week, een vol hoofd of na een to-do-lijst die eindelijk afgevinkt is. Maar de afgelopen maand heb ik gemerkt dat dat niet zo werkt, althans niet voor mij. Een moment waarop alles klaar is, bestaat niet voor mij. Er is altijd iets te doen zelfs al is het een dwingende gedachte die roept: “straks moet je nog naar Amalfi, naar Pompeï en op de top van de Vesuvius ook al is die top een gat”
Mijn laatste reisje Napels heeft me dat op een vreemde manier doen inzien. Ik ging er naartoe om op te laden, om dingen te zien en om onbekende mensen te ontmoeten. De waarheid is dat ik mijn onrust gewoon meenam in mijn koffer. En dat mag je gerust letterlijk nemen want door een cyberattack in de luchthaven was mijn bagage een dag te laat. Ineens voelde ik me ontworteld, verweesd bijna, alsof ik niks kon doen en niemand kon zijn zonder mijn tandenborstel of een propere t-shirt. Het was ongemakkelijk, frustrerend. Het bracht een vreemde onrust die ik niet had voorzien. Ik dacht, hoe kan ik hier nu rust vinden als zelfs mijn valies mijn tempo niet kan bijhouden?
De eerste dag liep ik dan ook rond als een stinkende toerist die bang is om iets te missen. De stad was luid, vol geuren, vol kleuren en vol hectische chaos. Na een frustrerende morgen van telefoongesprekken, e-mails en sms’en die geen duidelijkheid brachten over mijn valies, zat ik op een klein terras, ergens in een smalle straat met pas gewassen lakens boven mijn hoofd en relikwieën van Maradonna zowat overal. Scooters en Vespa’s scheerden voorbij met daarop mannen en vrouwen met luidruchtige stemmen die elkaar overstemden. Naast me zat een oude Italiaan. Zijn gezicht was verweerd, alsof de zon van Napels er jarenlang verhalen in had gebrand. Rimpels als karresporen, diep en grillig. Zijn neus was groot en haakvormig, een trotse boog boven een mond waaruit een gouden tand opblonk als hij glimlachte. Niet uit luxe, maar uit gewoonte. Die tand ging waarschijnlijk al even lang mee als zijn sandalen.
Zijn linnen hemd was vaalblauw en verkreukeld. Er ontbrak een knoop. Zijn broek ooit wit geweest, had nu dezelfde kleur als al het stof van Napels. Alles aan hem leek het rumoer te overstemmen. Zijn handen rustten op de tafel, met ouderdomsvlekken op zijn kromme vingers. Hij bewoog amper, alsof elke beweging voorafging aan een moeilijke keuze. Zijn espresso stond voor hem als zijn laatste vriend.
Hij dronk hem tergend traag, zonder haast, alsof tijd voor hem niet bestond. En ineens voelde ik het. Ik werd helemaal rustig. Ondanks mijn koffer-loze morgen, mijn lichte paniek over dingen die ik niet dicht bij me had, voelde ik dat ik even mocht ophouden met zoeken.
Vanaf dat moment stopte ik met plannen. Met willen. Met moeten. Ik dwaalde gewoon door de straten, zonder doel, en vreemd genoeg, midden in die chaotische drukte, vond ik stilte. Niet buiten me, maar vanbinnen. Ik besefte ineens dat ik niks nodig had om hier te zijn.
Ik ben bijna een week terug en ben vastberaden om dat gevoel vast te houden. Niet door mijn dagen perfect in te plannen, maar door genoeg momenten te voorzien waarin ik niets moet doen. Soms lukt dat door gewoon even uit het raam te staren. Maar ook door dit te doen. Beschrijven wat ik denk en voel.
Het helpt me om gecontroleerd stil te vallen. Van het ogenblik dat ik mij klavier op mijn schoot leg, vertraagt alles. Mijn gedachten kalmeren en krijgen woorden, mijn adem wordt rustiger en mijn hartslag vertraagt. Soms schrijf ik alleen maar losse zinnen, zonder richting, zonder dat het ergens naartoe moet. Juist daarin vind ik mijn rust.
Ik begin stilaan te begrijpen dat rust niet betekent dat alles stil is of stilstaat. Rust is niet de afwezigheid van geluid, lawaai of beweging. Het is de aanwezigheid van mijn aandacht. Het is het moment waarop ik ophoud met achter de dingen aan te lopen en te beseffen dat de wereld of mijn bagage op een ander tempo loopt.
Misschien is rust geen plaats, geen reis, geen plan of geen prestatie. Misschien is het gewoon iets waar ik elke dag even mag voor kiezen. Zoals die oude man in Napels zijn espresso dronk bewust en zonder haast. Mogelijks is schrijven mijn manier om dat te doen. Even stoppen, even alleen maar ademen, luisteren en voelen, ook als mijn koffers en al wat ogenschijnlijk belangrijk is, nog ergens anders zijn.

Wat een wonderschone souvenir heb jij gevonden! Ze blijft als je dat cultiveert. Bij mij op een andere manier hetzelfde, zonder schuldgevoel van moment naar moment steeds meer ademruimte.
LikeLike