En plots was daar het getal. 57. Een primeur en een priemgetal. Ondeelbaar, net als mijn mening over politiek, vrouwen en koude pap. 57, een nuchtere vaststelling van de tijd die zich niet laat omkopen, zelfs niet met een goeie fles rode wijn vol valse beloftes.
Maar vandaag was er geen paniek. Ouder worden is voorlopig nog geen straf. Het voelt eerder als wonen in een huis dat al jaren van mij is. De zesde en tiende trap kraken, de waterleiding zingt bij elke temperatuurwisseling, en de terrasdeur klemt als het regent. Ik weet eindelijk waar de zekeringenkast zit. Maar ook waar ik mijn bril, mijn sleutels en mijn GSM niet heb gelegd.
De vele berichtjes die ik vandaag kreeg waren een balsem. Digitale knuffels, telefoontjes, en berichtjes vol emoji’s met meer emotie dan sommige gesprekken. Ze kwamen van overal. Vrienden, familie, lotgenoten, zelfs die ene kennis die altijd typt alsof hij een fax verstuurt. En ik? Ik las ze allemaal, met een glimlach die rimpels maakt op plekken waar vroeger alleen een gladde verwachting zat.
Mijn lichaam kraakt ook. Net zoals trap zes en tien van mijn huis. Mijn geheugen is een boek dat zichzelf alsmaar opnieuw herschrijft. En mijn zak? Die begint gevaarlijk dicht bij het water in de wc te hangen. Ik ben een staanklok geworden die de tijd meet, maar dan met minder gratie. Een priemgetal dus, dat zich niet laat delen behalve door de zwaartekracht en mezelf.
Maar ik dans nog. Soms op ABBA. Soms in gedachten en soms op een geniale inval die pas om middernacht komt. 57 is geen eindpunt. Het is een tussenstation met een volle ijskast, een leesbril, een doos viagra en een goed verhaal. Want ouder worden is één ding. Gezien worden met zelfspot, en zelf relativering dat is pas echt jong blijven. In gedachten nog 17 27 of 37, afhankelijk van de lichtinval.
Bedankt voor de wensen.
