Leg dat toetsenbord neer, lafaard

Er is iets ziek aan deze tijd. Ik heb het niet over virussen, oorlogen of de klimaatcrisis. Ik heb het over jou. Jij, die elke dag het beest zuurstof geeft. Like na like. Met je gif in een gouden kelk. Jij die ooit je gezond verstand inruilde voor plastic toetsen en een WiFi-verbinding, alsof het je nieuwe longen zijn waarmee je ademt.

Links, rechts, woke, antiwoke, pro dit, contra dat, racisme, antiracisme, zionisten, Arabieren, complotdenkers, complotontkenners. Het maakt niet uit wat je kiest, als het maar een kamp is. En dan trek je ten strijde en knal je met kogels op je klavier jouw munitie de ether in, want godverdomme, de wereld zal geweten hebben dat je gelijk hebt.

Gelijk. Dat heilige woord dat even leeg is als die pint op die toog waar je elke dag tegenaan leunt om je evenwicht te vinden. Er is geen gelijk. Er is alleen jouw versie van de dingen, en de mijne. Maar dat kan jij niet aan. Jij moet winnen. Altijd. Online. In tekens, memes en woorden, of in filmpjes van vijftien seconden. Alles bijéén geperst tot hapklare oorlogstaal, want nuance is saai. Clickbait werd je oorlogstrom, angst je oorlogsvlag!

En intussen verlies je wat je ooit zo goed kon. Praten. Gewoon babbelen. In levenden lijve. Met stembanden, adem, een frons en een glimlach. Of met ongemakkelijke stiltes waarin je zelf moest nadenken voor je iets zei. Nu is het alleen nog toetsen en tokkelen, swipen en versturen. Je voordeur blijft dicht. Je hart ook.

Het is makkelijker om je verontwaardiging in caps lock in iemands gezicht te spuwen dan iemand in de ogen te kijken en te zeggen, “Ik versta niks van wat je zegt, maar leg het me eens uit.”

Jij, hashtagviking, held van je echozaal. Elke post van jou wordt geknuffeld door algoritmes die alleen maar bevestigen wat je al dacht, terwijl je de rest van de wereld tot een karikatuur fileert. Woke sneeuwvlok. Racistische boomer. Linkse activist. Rechtse extremist. Negerhoer. Homo. Hetero. Vegan. Vleeseter. Alle mensen verdwijnen, alleen het label blijft.

En als je dan eens buitenkomt, verder dan je toog, voor zover je dat nog durft, is zelfs “goeiendag” verdacht geworden. En je hebt niet eens door dat mensen naar je kijken alsof je hen komt bekeren met je vitriool. Hoe absurd wil je het hebben? Jij beseft niet eens dat je maar een dier bent van vlees, botten, stront en darmen. Niet meer, niet minder. Je gedraagt je alsof je onsterfelijk geworden bent door je kutmening.

Het tragische? Hoe meer je typt, hoe meer je stuurt, hoe minder je voelt. Hoe harder je brult in caps lock, hoe stiller het wordt in je eigen hoofd en hart. Hoe meer je vecht voor je virtueel gelijk, hoe minder je nog luistert. Je werd een soldaat in een leger van toetsenbordridders, en jij denkt dan nog dat jij de generaal bent.

Probeer eens iets radicaals. Smijt je telefoon weg. Adem. Zie een mens. Niet een mening. Niet een hashtag. Een mens van vlees, bloed, twijfel en onhandige lachjes. Vraag hoe het gaat zonder er eerst je eigen drama bovenop te pleuren.

Niet iedereen hoeft jouw verhaal te horen. Soms is jouw zwijgen ons grootste geluk. Jouw kennende geloof je dat ik hier de softie speel. Maar dit gaat niet over kumbaya zingen rond een kampvuur. Het gaat over stoppen met oorlog voeren op een toetsenbord, zeker omdat je nog nooit één voet gezet hebt op het slagveld van echt menselijk contact of echte miserie.

Het is eigenlijk belachelijk simpel, zeker op deze kant van de kluit. je leeft, je sterft. Punt. Alles daartussen is te kostbaar om te verspillen aan digitale kruistochten, hashtagslagen en capslock-bombardementen.

Dus stop met typen. Kom van dat toetsenbord. Spoel het leven niet door het putje. En leef, lafaard! Schrikschijter!