De kunst van verdwijnen

Ik wil je niet altijd in de buurt. Wanneer dat zo is, zoek ik isolement en trek ik me terug, vrijwillig. Zoals eb zich terugtrekt op een uitgestrekt strand. Ik doe dat dikwijls. Meer dan vroeger, dan deed ik het nooit. Toen kende ik het niet, of durfde het niet. Dat laat ik in het midden. Niet dat ik niet van verbinding met mensen hou of dat ik mensen niet wil verdragen, integendeel.  Alleen zijn met mezelf als enige gezelschap, is iets wat ik mezelf ben gaan gunnen, soms zelfs ben gaan verplichten. Omdat ik anders leegloop. Zeker wanneer ik te lang blootsta aan het lawaai van de wereld en de drukte ervan. Aan de gewelddadige, collectieve haast van de menigte met zijn onophoudelijke luide woordenstroom. Dan zonder ik me af van gesprekken die me overrompelen, overspoelen en onderduwen.

Ik heb nooit echt geleerd om alleen te zijn, ik heb dat leren kiezen. Dat is niet hetzelfde, dat is iets compleet anders. Ik leerde dat alleen zijn niet aanvoelt alsof ik iets mis maar als binnenkomen bij mezelf.  Noem het gerust zelfbehoud of zelfbescherming. Er is geen beter woord voor, denk ik. Op die momenten ben ik liever alleen dan omringd te zijn door mensen die op een andere frequentie leven als ik. Niet hoger, niet lager, niet slechter of beter maar gewoon anders. Dat wil niet zeggen dat zij minder interessant zijn.  Die pretentie of arrogantie heb ik niet. We zijn gewoon verschillend. Met andere nuances of gevoeligheden die elkaar niet raken omdat we simpelweg op een andere golflengte zitten, met andere hoogtes of dieptes.

Beetje bij beetje durf ik te zeggen, hoe ouder ik word, hoe beter ik begin te voelen wie ik ben, waar ik heen wil, wat ik nodig heb en wat niet langer bij me past en dus mag loslaten. Dat weten is geen overwinning. Dat hoeft het helemaal niet te zijn. Het leven gaat al lang niet meer over winnen en dat is een ongelofelijk zachte luxe.

Ik heb niet altijd gezelschap nodig, en voel me zelden eenzaam. Die stilte en rust is geen leegte maar een kleine ruimte waar ik gewoon kan zijn wie ik ben. Niet groter of kleiner, niet slimmer of dommer. Ik hoef me voor niemand anders voor te doen.
Als ik mensen om me heen verzamel, is dat omdat ik daar goesting in heb. Niet uit gewoonte, niet omdat ik iets verwacht of niet voor de verkeerde reden maar omdat ze me vreugde of iets anders bijbrengen, en ik hen dat ook wil bieden. Mijn innerlijke rust vind ik in mijn cocon, thuis op mijn grijze zetel, alleen, of ergens buiten op een zandweg. Daar laad ik op. Daar kan ik loslaten. Die plekjes herinneren me eraan wie ik ben zonder te moeten.

Een asociale kluizenaar ben ik niet, hoop ik. Dat is echt niet wie ik wil zijn. Selectiever ben ik wel geworden, in mensen en in mijn empathie. Die bron is niet onuitputtelijk. Ik vermijd meer, maar leef intenser. Ik ben, als ik het zo mag zeggen, iemand geworden die zijn grenzen heeft gevonden en ze probeert te respecteren.

Maar als ik je graag zie, luister ik. Dan ben ik er. Onvoorwaardelijk. Dan zal ik helpen met woorden of daden.  Daarna heb ik een rustpauze nodig, dikwijls een hele lange.

Weet dat, als ik tijd met je doorbreng, dat niet is om een leegte in mezelf op te vullen, maar omdat ik je aanwezigheid op prijs stel en jij iets toevoegt. Omdat ik er wil zijn. Bij jou mijn vriend. Met volle aandacht en met een open hart. Dat is het meest oprechte wat ik je wou laten weten. Want vriendschap verdwijnt of vervaagt niet. Soms neemt ze gewoon een andere gedaante aan.

En wie me dan toch vindt in die stilte, vindt mij misschien voor de eerste keer, echt.

Een gedachte over “De kunst van verdwijnen

Reacties zijn gesloten.