Taaie ouwe duvel

“Zeg zooneke… ge zijt me toch wee nie vergeten zeker?”

Je allerlaatste kaartje hangt hier nog altijd aan ‘t prikbord. “Nee pa, ik ben je niet vergeten.” Nooit! Je bent er nog. Niet lijfelijk, maar ge leeft wel voort in uwe onzin. In uw stomme moppen, in uw dagboeken vol met pensen met appelspijs en in al uw citaten die ge gepikt hebt van den ene of den andere filosoof, maar die ge uitsprak met een Mechels accent.

Ik hoor het je nog zeggen: “Alles komt goe! Behalve oud weurre, daar raak ik nie aan gewoen.”
95 had ge vandaag kunnen zijn. Klein van gestalte, waart ge. Maar ge had een grot kop vol met wijsheid. Of zoals gij het zei, ” Ik zen ne valse lange met lange armen maar keutte benen ma oemtoaft da de kloan nie gemokt zen om in de groete eule gat te kruipen.”

Maar gij waart de grootste, pa. Op uw manier. Ofwel in stilte, ofwel met veel te veel overbodig lawijt. Je stond in de coulissen, achteraan maar altijd daar. Of je stond fier te blinken, met veel te hard gebakken fritten en met gekookte in plaats van gebakken biefstuk, zo hard en taai als de oorlog waar ge zelf uit kwam.

Al die verhalen vol branie en scheve humor. Je vertelde ze met een pint in de hand en met een veel te grote een Guinness-T-shirt uit Schotland aan. Uw eerste vlucht. Uw enige vlucht. Tot 8 jaar geleden gold uw afspraak met Beëlzebub, de prins der vliegen waarmee ge een pact gesloten had om 108 jaar te worden. Onderhandelen, ook niet je sterkste punt.

Ge had dat boek moeten schrijven hé pa, over “De kus door het sleutelgat, Vrouw met de lange tong”, Maar ge vond dat ge al genoeg had geschreven in die grijze boekjes met dat rood randje.

Ik heb het van geen vreemden.

“Alta met avve neus na de grond, as ge stapt”, dat zei je ook “omda ge dan misschien een briefke van 50 frang vindt, dan kunne we een verniete pint gaan pakken.” Maar wij vonden meer dan geld. We kregen wijsheid, onnozelheid, en liefde, allemaal wel heel onhandig verpakt maar altijd wel aanwezig. Gelijk gij. Met uw groot hart dat zo groot was als uwe kop.

Ge wordt hier gemist, pa.  Vooral op deze dag.
Maar als ik ons mannen en ons Noor hier zie rondhangen met al die trekjes die de jouwe zijn, zijt ge niet vergeten en zijde zelfs niet eens zo ver weg.

“Dus happy birthday ouwe, ’t is hier allemaal goe aan’t komen.  Alles komt altijd goe!
Behalve die biefstuk… maar daar hebben we het al over gehad.”