De oevers van mijn eenzaamheid.
In mijn donkerste uren, aan de oevers van mijn eenzaamheid, toen de nacht zijn koudste stilte uitblies, was ik diep in mezelf ontgoocheld, de kracht om naar antwoorden te zoeken helemaal kwijtgeraakt. Ik verlangde niet naar halfslachtige oplossingen. Voor mij geen goedbedoeld advies. Ik had ze allemaal geprobeerd. Nu zat ik veel te ver of veel te diep om ernaar te luisteren.
Wat ik nodig had was eenvoud, een hand, een schouder maar één die niet zou wijken onder het gewicht van mijn diepste geheim. Het zat in kleine dingen, een bezorgde blik, een luisterend oor of een zachte aanraking. Dat was alles. Iets kleins dat me overeind kon houden en me deed inzien dat ik er nog was, gevangen in een fles.
Redder of getuige?
Toen ik lang geleden bijna elke dag struikelde over mijn eigen schaduwen heb ik je nooit gevraagd om mijn zon te zijn of om muren op te trekken tegen de chaos in mijn hoofd. Ook al had je het aangeboden, Ik zou het niet hebben toegestaan. Ik zou niet gewild hebben dat jij mijn strijd zou voeren of mijn leed zou overnemen. Ik heb je niet gevraagd om niet weg te lopen maar diep van binnen hoopte ik wel dat je zou blijven, niet als mijn redder maar als mijn getuige, zwijgend als je wou, vastberaden als je kon. Je bleef.
Flauw licht
Het pad waarop ik me bevond was steil en scherp, een weg die ik alleen moest afleggen, hoe ruw en zwaar hij ook was. Het was jouw aanwezigheid dat een flauw licht over de duisternis wierp en me hielp om de weg te vinden. Door niet weg te lopen vertelde jij zonder woorden dat ik niet helemaal verdwaald was, niet helemaal verloren in dat beangstigend, enge, kleine duistere wereldje.
Iets wat niet zomaar breekt
Mijn strijd was alleen van mij, mijn gevecht, mijn last. Maar jouw aanwezigheid maakte wel dat de stilte minder koud voelde. Dagen, weken, maanden verstreken, tijd waarin je me hielp te herinneren dat er nog iets mogelijk was, iets wat niet zomaar breekt. De voorwaarde was wel dat ik de fles waarin ik gevangen zat zelf moest stuk slaan. Je bleef, op een voor jou veilige afstand, aanwezig voor wie ik diep van binnen ben maar helemaal afwezig voor de persoon die ik geworden was. Je bleef, zelfs in tijden dat ik mezelf niet eens meer herkende.
Stilte die geen antwoord vereist
Daarom als je iemand rondom jou ziet verdrinken in onzekerheid of in duisternis die hen helemaal verslindt, blijf dan. Niet om hen te redden, maar om hen eraan te herinneren dat ze zelf de moeite waard zijn om voor te vechten.
Je hoeft niets te doen, niets op te lossen. Je moet hun strijd niet overnemen. Je hoeft geen schild te zijn, of gevechten aan te gaan die de jouwe niet zijn. Probeer het lawaai en de stilte te verdragen, stilte of lawaai die helemaal geen antwoorden vereisen.
Als iemand in nood zijn hand uitsteekt, jouw vriend of je lief, hoop dan dat je elkaars handen voelt. Niet om hen op te trekken, maar om ze vast te houden, om zeker te zijn dat jullie niet alle twee vallen.
Opkomende zon
Ik weet dat de nacht het donkerst is, vlak voor de zon opkomt. 11 jaar geleden zag ik dat zelf. Het was een nacht die aanvoelde alsof de ochtend nooit zou komen. Ik ben er nog want de zon is uiteindelijk toch opgekomen. Je hoeft me niet te vertellen dat ik sterk ben. Dat heb ik zelf ontdekt.
Elke dag als de zon opkomt en ik soms verward mijn adem terugvind, dan weet ik dat ik dit zelf heb gedaan maar nooit zal ik vergeten dat ik niet alleen was.
Daarin zit een hoop dankbaarheid waarmee ik een heel leven verder kan.
