Toen je nog leefde, zei ik het nooit. Misschien durfde ik niet. Wij waren niet zo’n familie waar belangrijke dingen gezegd werden. Je was een ‘specialeke’. Iedereen zag dat, bijna niemand zei het. Maar je weet wat ze bedoelen als zoiets over iemand gedacht wordt.
Twee stenen kon je laten vechten, zonder moeite, zeker als je “het in je” had. En dat had je dikwijls, meestal zelfs. Je was tegendraads, grofgebekt, soms bot en meestal tactloos. Velen zagen alleen dat. Maar je was bijna altijd eerlijk. Dat zagen de meeste niet. Ze kenden je maar half. Jij liet je niet kennen.
Onze pa zei dan, “Dee van ons kan er met een kou hand aankomen.” Oudere koppels noemden elkaar zo, “die van ons en die van mij”, alsof ze elkaars bezit waren. Maar hij had wel gelijk. Je had koude handen en koude voeten. In je buurt moest je scherp blijven, altijd op je qui-vive en klaar voor wat kon komen. Als je eenmaal begon, was er geen houden aan.
Er moesten niet eens dingen mislopen. Zonder aanleiding kon je op de meest ongepaste manier uit de hoek komen. Velen hebben die buien moeten verduren.
“Kom, Jef, we geun naar hous”, zei je dan streng. En dan haalde je de sleutel uit je tas. Een zilveren Mercedes-hanger hing eraan. Het was een cadeau voor je pensioen. Nooit heb je zelf gereden. Dat liet je aan anderen over. Jij liet je rijden als ‘the lady of the house, herself.’
Je had verschillende kanten, grote en kleine. Kanten die soms lelijk hard konden schuren want je nam geen blad voor de mond. Maar je was er wel.
Ik hoor je nog zeggen, “Janneke, schiet er na is out en doe na ne kier voaf minuten normaal. Efkes veu iene kier.” Ik zou je het graag nog eens horen zeggen maar nu hoor ik alleen je stem nog in mijn hoofd. Op een rare manier hield je ook alles draaiend, hoewel onze pa het meeste werk deed. Je was de bloem in de béchamel. Met een stem die zeurde, maar dikwijls gelijk had, als vrouw die niks verdroeg maar ook als moeder en grootmoeder die alles kon verdragen.
Misschien heeft je vreemde karakter me toen gestoord en heeft het dat lang na je dood blijven doen. Misschien zag ik toen alleen je scherpe randjes en je koude handen. Nu zie ik het anders. Je was ook de supporter, de zorgzame oma, de trouwe partner en de bezorgde moeder en dat zijn warme herinneringen.
Ik mis je wel, zelfs die koude hand, die onafscheidelijke 33-er en de rook van je sigaret.
Gelukkige verjaardag, moeder. Daar ergens.
