Net zoals altijd bij uitbundige feesten, sta ik een beetje op de achtergrond, kijkend naar mensen, als een vlieg op de muur. Vijftigers, de meeste toch zijn halverwege. Een handvol, een minderheid lijkt zich al bij het einde te hebben neergelegd, anderen zijn duidelijk op zoek naar een tweede jeugd alsof ze in een oude jas nog een vergeten briefje willen vinden.
Zelf ben ik al een tijdje niet echt meer helemaal één van hen, je weet wel, toch voel ik me hier vreemd genoeg thuis. Ik ben hier, niet jong genoeg om nog naïef te zijn, niet oud genoeg om al wijs te zijn. Halfweg dus, net als zij.
Ik sta een beetje aan de kant, losgeweekt van de uitbundigheid, met een glimlach die niet helemaal in de stemming past. Deze generatie lijkt alles te hebben, tijd, geld maar ook rimpels waarin ervaringen verborgen zitten die niet veel daglicht kunnen verdragen. Net als iedereen draag ik ook duidelijke sporen van de jaren. Ik ben hier, niet jong genoeg om nog onrealistisch groots te dromen, niet oud genoeg om het niet te kunnen laten. Halfweg dus, net als zij.
Even waan ik me onzichtbaar voor de oppervlakkige blikken toch ben ik duidelijk zichtbaar, wie goed kijkt, ziet me. Even kijken we het met dezelfde blik die vraagt, “Wat nu?”
De muziek is luid, iets te luid voor mij. Buiten mij lijkt het niemand anders te storen. De laatste show band speelt nummers die we dertig jaar geleden al meebrulden. De zanger, ook een vijftiger zoals de rest van ons, probeert een noot te raken die al jaren niet meer bereikbaar is. Iemand speelt luchtgitaar de andere waant zich Céline Dion, maar de betere versie. Iedereen applaudisseert. We klappen allemaal even luid en uitbundig. Hier gaat het al lang niet meer over perfectie maar om de illusie ervan. De perfecte avond is halfweg. Net zoals wij.
Mijn generatie in het midden, samengepakt op een paar vierkante meter. De avond halfweg, een fractie waarop alles lijkt te kloppen. Deze generatie, niet oud genoeg om al stil te staan, niet jong genoeg om nog te rennen maar nog steeds gek genoeg om twintig te blijven, al is het maar in ons hoofd en je naast de rimpels kan kijken.
