Een lichaam in rust…

Hier zit ik, alleen, aan een verweerde tafel, op een plek die in de zomer vol leven was. De herfstzon gooit haar eerste stralen en tekent lange schaduwen op de terrasplanken. De lucht is kil, doordrenkt met de vochtige geur van verval. Mijn hand rust op het ruwe, gebarsten hout van de tafel. Mijn vingers volgen de scheuren alsof ze iets willen vinden, me iets willen vertellen, iets van vroeger. Hoe kon alles zo snel voorbijgaan? Hoe kon wat eens onverwoestbaar en vertrouwd leek, zo geruisloos snel verdwijnen?

Ik kijk naar de oude tafel en bedenk me, “een voorwerp in rust blijft in rust, tenzij externe krachten erop inwerken”. Waarom Newton op dit moment in mijn hoofd spookt, weet ik niet. Misschien omdat ik zelf voel dat ik ook ergens vastzit. Niet aan mijn eigen keuze maar aan iets wat buiten mezelf ligt. Iets dat me vasthoudt, iets stil en onzichtbaar, niet te verklaren en waartegen ik me niet kan verzetten. Misschien heeft het te maken met mijn jongste zoon die deze week op wereldreis vertrok en dat me doet terugdenken aan mijn eigen lang vervlogen escapades. Wie zal het zeggen.  

De wetten van fysica zijn streng. Ze laten geen ruimte voor improvisatie. De kans dat twee ver verwijderde deeltjes elkaar snel opnieuw zullen raken, is verwaarloosbaar klein. Newton opnieuw!

Afstand is soms te groot om te overbruggen. Wat overblijft zijn vage herinneringen, flarden van avontuurlijke momenten die ik zelf beleefd heb. Ze vervagen langzaam en smeken om genade dat niet te doen. En toch, soms, heel paradoxaal lijkt het dat hoe meer tijd voorbijgaat, hoe sterker herinneringen worden. Herinneringen aan momenten of toevallige ontmoetingen uit het verleden die achteloos verloren leken in de tijd maar plots opnieuw opduiken met een nieuwe aantrekkingskracht, zo sterk dat ik het niet begrijp. Misschien is het een grap van de natuur die mensen laat verdwijnen en er tegelijkertijd onophoudelijk aan blijft trekken.

Ik weet dat de kans op nieuwe-oude ontmoetingen verwaarloosbaar klein is, zo klein dat het praktisch onmogelijk is. Statistici zouden zeggen dat sommige dingen gewoon niet meer kunnen gebeuren, omdat het leven zich ontvouwt volgens patronen en steekproeven die geen ruimte laten voor uitzonderingen. Toch, ergens in een klein hoekje van mijn gedachten geloof ik dat het leven niet volgens statistieken en fysica hoeft geleefd te worden. Die gedachte op zich is irrationeel, maar het idee dat sommige paden zonder reden, opnieuw kunnen kruisen, zonder dat het logisch is, houdt me vast.

De tafel kraakt zachtjes onder het gewicht van mijn handen. Ik kijk naar de wolken en voel me een eenzaam stofdeeltje, afgedreven in een eindeloze ruimte, terwijl alles achter me vervaagt. Maar de gedachte dat ik, ondanks fysica en statistiek, misschien ergens ooit op oude vriendschappen kan botsen, brengt een vreemd soort rust. Alsof ik aan een onzichtbare draad hang die door het universum slingert, ergens naartoe, of misschien helemaal nergens heen.

Het leven is geen fysica, dat weet ik, en hoewel de kans dat ik jullie opnieuw ontmoet onnoemelijk klein is, dat het zinloos is om aan dat idee vast te houden, doe ik het toch. Sommige zaken gebeuren nu eenmaal gewoon. Zonder logische reden. Want het leven is geen fysica en mijn lichaam is nog niet volledig in rust!