Hij is een vreemd en duister gezelschap, een genadeloze vijand en een ongewenst heerschap waarvan ik wenste dat ik hem niet had ontmoet. Soms sluipt hij ongevraagd binnen in de vroegste uren van de ochtend wanneer de wereld nog stil en rustig is. Dan weer verschijnt hij diep in de nacht om mijn rust te verstoren door mijn schouder en rug met denkbeeldige messteken te doorboren. Hij heeft vele gedaanten en evenveel namen, maar zijn gezicht blijft onveranderlijk en onverzettelijk. Hij ziet er afschuwelijk uit.
Zoals gisterennacht, hij verscheen langzaam in de stilte van de nacht, eerst als een storend gefluister. Dan werd het een troebele nachtmerrie die snel uitgroeide door zijn alles verterende aanwezigheid. Hij is geen oppervlakkige verkenner die komt en gaat. Neen, hij neemt de gedaante aan van een diep wortelende zeurende last die zich vastzet in elke beweging, in elke kuch en in elke ademstoot. Hij komt zonder uitnodiging en weigert te vertrekken, hoe vaak ik het hem ook vraag of smeek.
Pijnstillers bieden nauwelijks of slechts tijdelijke verlichting en ze zijn een dubbelsnijdend zwaard. Aan de ene kant dempen ze wel de felste pijnscheuten en maken ze dragelijker. Langs de andere kant dragen ze gevaren met zich mee die nog angstaanjagender zijn dan zijn aanwezigheid zelf. Verslaving, afhankelijkheid en de voortdurende dreiging van gewenning maken me angstig en onrustig. Het wankele evenwicht tussen verlichting en de risico’s van verslavende pijnmedicatie blijft een ongelijke strijd die ik liever niet aanga.
Het ergste zijn niet de gekneusde botten en kapotte gewrichten, maar niet kunnen doen en laten wat ik wil, niet kunnen bewegen en voelen hoe mijn pijnlijk lijf beperkingen oplegt die ik zo vroeg nog niet had verwacht. Dat is een nieuwe gewaarwording. Vannacht werd hij een constant dreigende schaduw die bij me blijft en heel aanwezig is, bij elke beweging en bij elke gedachte.
Er is weinig troost want hij verlengt deze onverdraaglijke nacht die ik niet bewust wens te beleven. Hij maakt elke minuut zwaarder en elke seconde langer.
Hij is onlosmakelijk verbonden met mijn bestaan en al een tijdlang mijn persoonlijke metgezel. Soms vrees ik zelfs dat hij zolang zal blijven tot het moment dat ik mijn laatste adem uit zal blazen. Hij, een donkere wolk die me achtervolgt, heel aanwezig en dreigend, als onwelkome gast die mijn plezier en vreugde verstikt en hoop in de weg staat of zelfs in de kiem smoort.
In plaats van zijn aanwezigheid te aanvaarden schrijf ik hem nu weg in de duisternis van deze lange nacht. Hopelijk kan ik zo eventjes uit zijn genadeloze greep ontsnappen.
Pijn, die gemene, genadeloze klootzak die terwijl ik dit schrijf elke druppel vreugde uit de nacht zuigt tot er niet veel meer overblijft dan een schrale herinnering aan hoe die ooit was, rustig en kalm, tot hij onverwacht opdook.
Ik haat hem, maar hij zal me er altijd aan helpen herinneren van het gevaar wanneer ik de volgende keer besluit om met een slaapkop en badslippers als schoeisel de trap af te komen.
