Stof dwarrelt neer en legt een schaduw op mijn herinneringen. Kleine dingen verraden dat. Ik merk het elke dag. Herinneringen, kostbaar en ogenschijnlijk voor altijd, verdwijnen langzaam als de tijd zelf. Vorige week nog overviel me de overmoedige impuls om bepaalde herinneringen voorgoed te willen afsluiten, misschien om ze zelfs voor altijd te wissen, als grote kuis van mijn geheugen.
Een overbodige bezigheid zo blijkt want sommige herinneringen verdwijnen vanzelf, zonder er inspanning voor te hoeven doen. Ze raken haast automatisch verborgen in een geheugen dat te klein wordt om er alles in op te slaan. Met elke nieuwe neerdwarrelend stofdeeltje raakt alles meer en meer bedolven in het geheugen van een tijdscapsule die aan het leven voorbijflitst.
Verbleekte beelden raken verstrikt in een spinnenweb van vervlogen momenten. Ik wil ze vasthouden, niet dat ze vervagen, zelfs de pijnlijke niet. Ook zij verdienen een plek in het archief van mijn verleden.
Maandenlang probeerde ik het te negeren. Geen gesprekken, geen zoektochten. Niet in berichten, niet tussen foto’s, niet in oneindige mogelijkheden van het internet. Ik verbande je naam en verbood me zelfs om hem te denken, niet omdat je me niet meer interesseert, maar vooral omdat het moeilijk was en dat soms nog altijd is. Je smeet onvoorwaardelijke vriendschap zomaar weg als afgedragen schoenen die je niet langer wilde dragen!
Ik heb niet de illusie te geloven dat ik je ooit volledig zal kunnen loslaten. Het idee alleen al lijkt gruwelijk. Onuitgesproken zaken die je uit jouw leven hebt verbannen kregen nooit een plaats, zelfs niet nu, na al die tijd. Ik weet gewoonweg niet wat er allemaal gebeurd is om zo’n afkeer bij je op te roepen, genoeg om me te doen alsof ik niet meer besta.
Maar ik vergeef je. Meer nog, ik vergeef je elke dag. Ik doe het ’s morgens en ’s avonds, bewust. Soms kost het me meer moeite dan op andere dagen, daar hoef ik niet flauw over te doen. Het is mijn manier om jou elke dag een beetje minder aanwezig te maken in mijn leven, een beetje minder belangrijk.
Misschien gaat loslaten wel over het loslaten van de hoop op een ander verleden. Ik probeer dat wel te hopen maar het is onmogelijk. Het verleden kan ik niet veranderen, hoogstens kan ik proberen er een andere betekenis aan te geven, in de hoop dat die belangrijker wordt.
Toch vergeef ik je. Voor al wat je nooit zei maar wel had moeten doen. Voor alles wat je verzweeg, maar me op jouw manier wel kwalijk nam. Voor elke dank u zonder het echt te menen. Voor het stilzwijgen. Voor hoe je me liet geloven dat ik minder ben dan wie ik werkelijk ben. Voor de boosheid maar vooral toch voor de soms onverdraagzame eenzaamheid.
Ik vergeef je, dag na dag en elke dag opnieuw, ik zal het zolang doen tot de dag komt dat je zo ver in de schaduwen van mijn herinneringen verdwenen bent dat ik dat zelfs niet meer hoef te doen.
