Aan naakte lijven geen gebrek

Ik drijf op mijn rug in het koude water. Gedachten dobberen mee. Doorheen de spoeling van het frisse water hoor ik zachtjes het geluid van een zucht. Is het een zucht van tevredenheid of is het een hunkering van een dieper, onuitgesproken verlangen? Of is het iets anders? Ben ik het zelf? Even leek het alsof de Alpen zelf onhoorbaar fluisterden. En ik, verborgen in mijn gedachten kan niet anders doen dan aandachtig luisteren naar hun mysterieuze, verborgen boodschap.

De spa-gasten om me heen hebben helemaal geen aandacht voor mij en nog minder voor mijn naakte, uitgezakte lijf. Ze lijken zich ook niet te storen aan mijn wegdrijvende gedachten. Hun langzaam uitdijende lijven zijn ook uitgezakt, sommige zelfs nog dieper dan dat van mij. Mij stoort het niet.  Hen lijkt het ook niet te deren. Zij genieten gewoon van de warmte, de rust en mogelijks van elkaars gezelschap.

Saunadampen stijgen op uit het koude water. Te midden van deze hedonistische enclave probeer ik te ontspannen. Het geluid van het ruisende water vult mijn oren, en ik sluit mijn ogen, weg van de wereld en zijn eindeloze stroom verplichtingen.

De tijd vertraagt voelbaar, en willoos dwalen mijn gedachten af naar rustigere wegen.

In deze ijle lucht van de Alpen, omringd door besneeuwde bergtoppen en serene stilte, zit ik te midden van naakte lichamen die ook proberen te ontsnappen aan hun dagelijkse drukte. Elke gast geeft zichzelf in meer dan één opzicht bloot. Spreken hoeven ze daarvoor niet te doen.  Terwijl mijn blik over de sneeuwwitte landschappen dwaalt, laat ik mijn gedachten mee verdwalen. Ze zijn vele malen sterker dan mijn weerstand om me ertegen te verzetten. Willoos laat ik me meevoeren in de absurde complexiteit van naakte lijven en in de onzin van Valentijn.

Valentijnsdag, de dag van rozen, hartjes en chocolade, lijkt hier ver weg. Toch, zelfs in deze afgelegen oase van rust kan ik de absurde gedachten mijn geest niet doen verlaten. Terwijl ik de omgeving in me opneem, kijk ik naar beschaamde, naakte lijven die, net als ik, proberen te ontsnappen aan de waan van de gewone dagen.

In de ogen van de spa-gasten zie ik een mix van diepe ontspanning en van nog diepere reflectie, alsof ze zich ook afvragen of de liefde werkelijk zo ingewikkeld moet zijn en of Valentijnsdag daar een antwoord op heeft.

Mogelijks vragen de vrouwelijke gasten zich af, of hun lijf nog in dat niets verhullende rode, kanten korset past dat vorig jaar al benepen zat. Weten zij veel dat rode niemendalletjes waarin ze er voordeliger trachten uit te zien, hun lieftallige mannen geen bal kan schelen. Zij blijven immers altijd doelgericht, zelfs zonder rode lapjes stof die in hun ogen maar één doel hebben, ‘interessante essentie verbergen of ze er interessanter laten uitzien’. Ik kan een glimlach maar moeilijk onderdrukken temeer omdat die uitgezakte mannenlijven veel beter een rood lapje stof zouden kunnen verdragen om er de ongenadige onvolmaaktheden van de natuur mee te camoufleren.

Misschien is Valentijn in een sauna wel net zo bizar als dit verhaal.

De beschaamde naakte lijven hebben allemaal een eigen verhaal dat ze door de band genomen verborgen houden. Nu lijken ze elk in een eigen strijd verwikkeld, met de liefde, met betekenis of met een vetrolletje dat in de weg zit. Misschien, kom ik er te midden van deze rust achter dat liefde, Valentijn, naakte lijven, net als de Alpen, iets is dat ik nooit volledig zal begrijpen.

Ik kan het maar proberen, ik heb nog 4 dagen, aan naakte lijven en bergen geen gebrek.