Wijsheid en ervaring geruild voor liefde

Januari schemert vaag en kleurt grijs en grauw.  Gedachten dolen door doodlopende gangen van de tijd als een verdwaalde reiziger in een onherbergzame stad. Ik slenter doorheen ondergesneeuwde straten. Ze zijn allemaal doordrenkt met herinneringen. In die uithoeken van smalle steegjes liggen oude bekenden op de loer. Af en toe treden ze naar voren om hun ware gelaat te tonen, een keer als anonieme getuige van de liefde, dan weer als deelgenoot van een gemiste kans of met een gezicht van zwakte of kwetsbaarheid.

De grijze lucht weerspiegelt mijn innerlijke wereld en de melancholie die zich in mijn ziel nestelt. Januari schrijdt langzaam voort alsof ze koppig plaats weigert te maken voor een nieuwe maand. Korte dagen leggen een zacht deken over mijn gedachten en over de schaduwen van het verleden. De donkere plekken vermengen zich met stille echo’s van ongekende vooruitzichten. Dagen als deze, waarin gepieker me dwingt om niets te doen worden paradoxaal genoeg dagen waarop ik het actiefste lijk. Ik ben moe maar al mijn zintuigen staan op scherp.

Doorheen donkere stegen dwalen mijn gedachten af. Ze leiden me naar gevaarlijk ogende plaatsen. Op een muur lees ik, “Wat is liefde?”  Is het de eenzaamheid van de ene die de onzekerheid van de andere in standhoudt? Is er plaats voor verlangen, als die alleen maar kortstondig in de golven van de oceaan kan schuilen zonder er een definitieve verblijfplaats in te vinden? De liefde blijft ongrijpbaar en vluchtig als kwikzilver. Of is het toch een virus dat zich in fasen ontwikkelt om te eindigen in een ramp?

Liefde begint vaak als een angstige zoektocht naar het onvindbare, zoals zoeken naar land in de mist van de zee met een kustlijn die onzichtbaar blijft voor het blote oog. De angst om de ware liefde niet te vinden wordt een vrees dat het echte leven verbergt.

Eens de liefde heeft toegeslagen, wordt die vrees een constante dreiging. Een paniekaanval om diegene te verliezen die je gevonden hebt. Je loop het risico om een stuurloos schip te worden dat zich te midden in die oceaan bevindt met een kompas dat alle richtingen tegelijk aangeeft.

In de laatste fase van liefde, wanneer gloed en passie vervagen, of de andere verdwenen is resteert slechts leegte, met een nihilisme zo diep als een oceaan waarin zelfs een ziel kan verdwijnen. Alles-beloofde liefde is dan slechts een verzameling van mooie momenten die zich net afgespeeld hebben voor de ramp. Het schip is gezonken. Zij klampt zich vast aan een stuk drijfhout, hij zinkt naar de bodem van de oceaan.

Mijn leven, een roman geschreven in de taal van de liefde is een dik boek met pagina’s vol vreugde en plezier, verdriet, verwarring en verlies. Gemis en gemijmer zijn de pasmunt die ik betaal voor de wijsheid die ik vergaar en die zich blijft ontvouwen in de chaos van het onbekende.

Liefde kent uiteindelijk nooit een happy-ending maar het is wel het enige dat het leven zijn betekenis en glans geeft. Wijsheid door ervaring, in ruil voor liefde!

Vandaag is het blauwe maandag, de enige dag van het jaar dus waarop deprimerende gedachten als deze een vrije uitloop mogen krijgen. Gelukkig is het maar blauwe maandag!