Goed of druk, de enige goede antwoorden

Minstens vijf mensen vroegen me gisteren: “Hoe gaat het met jou?” Mijn bijna automatische reactie is dan: “Goed, het gaat goed, denk ik, en met jou?” Uit een soort van beleefde reflex, maar ook om aan te geven dat ik niet heel zeker ben of het wel echt goed met me gaat. Hoe kun je dat trouwens met zekerheid zeggen?

Al gauw ontdek ik in die vraag een handige manier om me uit te horen en vooral om te pronken hoe “goed” en “spannend” het leven van de vraagsteller zelf is. “Druk, nieuwe auto, eindelijk promotie, dure reis”, dat soort dingen waarmee mijn interesse tot een gesprek nauwelijks wordt gewekt.  Het was hen niet eens opgevallen dat ik van mijn antwoord niet heel zeker was. De vraagtekens hadden ze niet gehoord.

Een ander of een oprechter antwoord dan “goed”, zou waarschijnlijk geen verschil gemaakt hebben. De meesten waren immers te druk met zichzelf bezig om te verdoezelen dat mijn antwoord hen maar weinig interesseerde.

“Goed, het gaat goed”, werd dan snel een soort openingsbod, in Christies of in een ander prestigieus veilinghuis waarmee ik het opbod van mijn persoonlijk succes als een duur kunstobject moest aanprijzen om gekocht te worden. Alleen er waren geen kopers of bieders geïnteresseerd in zeldzaam antiek.

Ik had net zo goed kunnen antwoorden, “Ik ben er even niet, gelieve een bericht te laten na de biep”. Het resultaat zou hetzelfde zijn geweest. Mijn antwoordapparaat zou op een identieke manier zijn volgepraat. Alleen had ik dan de keuze gehad om snel door te gaan naar het volgende bericht.

En zo werd het gesprek, dat er nooit één geweest is een zwart gat waarin woorden verdwijnen. “Goed, het gaat goed, denk ik, hoe gaat het met jou?”, lijkt dus niet de juiste vraag of het juiste antwoord om een echt gesprek mee te starten.

Spijtig toch, hoe mensen, opgesloten door succes en vergrendeld achter oppervlakkigheid of angst zichzelf verheffen en opgejaagd door het leven vliegen alsof ze er meer dan één bezitten.

Wanneer we elkaar dan ontmoeten, ik traag en kwetsbaar, jij snel en vastberaden, beiden met sterren die vastzitten in onze ogen en in ons hart, ontken ik jouw leugen en word ik onzeker van mijn waarheid die ik verberg als monsters die zich diep in mijn hart verschuilen en zich achter slot en grendel bevinden. En dan hoop ik maar dat de dubbelgangers van mezelf die ik niet mag tonen, nooit vroegtijdig zullen worden vrijgelaten.

Om mezelf en jou te beschermen, lijkt het me dan ook verstandiger om voortaan te antwoorden, “Goed, het gaat goed”, maar dan zonder te vragen hoe het met jou gaat.

Ik weet namelijk al dat alles goed is en dat je het druk hebt.