Woorden, onverbiddelijke krijgers met de potentiële kracht om de rijkdom van het onuitgesprokene te vernietigen en om verfijnde nuances te vervagen. Woorden, eens uitgesproken of losgelaten op papier nemen ze bezit van jouw gedachten en dwingen ze tot een eenduidige betekenis. De lagen van wat verborgen ligt, worden nooit echt onthuld, de waarheid nooit blootgelegd, naakt, eerlijk of onvermijdelijk?
Het is fascinerend hoe je, eens geconfronteerd met de grootsheid van het onzegbare of onbenoembare, bijna altijd instinctief teruggrijpt naar gekende woorden en naar bevattelijke zinnen, zelden naar gevoelens. Woorden worden dan een reddingslijn, een levensader die de illusie en complexiteit van onbegrensde gedachten en onberekenbaar gevoelens probeert te vangen in een web van letters en klanken, tot ze er zelf volledig in verstrikt raken.
Het is alsof ik een storm probeer te vangen in een fles. De waarheid echter is dat al die pogingen mijn onbegrijpelijke werkelijkheid reduceren tot een starre, gekende definitie, tot een geest die gevangen blijft in een labyrint van taal die worstelt met tegenstrijdigheden, meningen, uitdrukkingen en beperkingen.
Ik zie mijn verzonnen woorden wel op papier resoneren in de leegte van een taal die spreekt maar altijd zal tekortschieten. Ze breken keer op keer op de spiegel van mijn ziel wanneer ze mijn gedachten proberen uit te drukken.
En toch zit er in het falen van woorden en in de on-uitlegbaarheid schoonheid verborgen. Misschien verschuilt zich in de suggestie en in de zweem van de verbeelding iets dat groter is dan taal zelf, iets dat ontgaan blijft aan de heersende definities en consensus en, iets dat in de stilte na de echo de werkelijke complexiteit laat zien die alleen met jouw verbeelding kan gelezen worden, en dan bedenk ik me.
Niet alles hoeft gezegd, niet alles hoeft geschreven, niet elk woord vertaald. Jij begrijpt me zelfs zonder woorden. Daar kan een tekst als deze zelfs niet eens aan tippen. Misschien had ik beter gezwegen!
