Speciaal

‘Speciaal’. Je weet wat dat betekent wanneer men dat over je zegt. ‘Speciaal’, en dat kan je op zoveel manieren interpreteren.

Als je ervoor in de stemming was, kon je zonder er moeite voor te hoeven doen, twee stenen doen vechten. Eigenzinnig, provocerend, tegenstrijdig, grof en onwaarschijnlijk tactloos, allemaal karaktereigenschappen die jou perfect omschrijven voor mensen die je maar half kenden. Eigenschappen die me nu, naarmate ikzelf door de wol geverfd raak, niet vreemd zijn, omdat ik ze soms in mezelf herken.

In gezelschap kwam je dikwijls uit een hoek waarvan iedereen dacht: “Waar komt dit nu weer vandaan? Waar hebben we dit nu weer aan verdiend?” Onze pa zei dan, “Die van ons’” want zo zei hij dat, “die van ons, kan er met een koude hand aan komen.” Een uitspraak die de lading volledig dekte. Van een koude hand schrik je op omdat ze storend en ongepast aanvoelt, maar je bent wel meteen wakker, alert en bij de pinken. Dat moest je wel zijn in jouw gezelschap.

Als het niet helemaal ging hoe jij het verwachtte, zei je: “Kom Jef, we gaan naar huis.” Woorden die nog steeds echoën alsof je ze gisteren sprak. Het maakte niet uit waar je was, het maakte niet uit hoe lang je er was. Dan haalde je de sleutel van de voordeur tevoorschijn, bungelend aan een zilveren Mercedes-sleutelhanger die je ooit gekregen had toen je met pensioen mocht. Niet dat je kon autorijden. Autorijden was niet aan jou besteed. Jij liet je rijden, een beetje zoals Hiacinth Bucket, the lady of the house, met dezelfde ongepaste kritiek die Richard moet hebben verdragen.

Je had vele kanten, meer kleine dan grote denk ik soms. Het honderdvoudige van de kleinste zou ik graag nog eens willen verdragen.

Maar je was ook altijd aanwezig, soms ongevraagd maar steeds bezorgd en zorgzaam. Je hield de boel aan de gang, ‘de bloem in de béchamel’. Overal was je. Misschien was dat wat me toen het meeste stoorde. Misschien was het daarom dat jouw ‘kleine kantjes’ me destijds meer opvielen dan die grote en al de andere rollen die je ook op jou nam. Die van supporter, zorgzame oma, trotse partner en bezorgde moeder. Dat blijven toch de dingen die ik nu mis en dat recept van fluoriderende paling in ’t groen natuurlijk maar dat geheim hou ik voor de wankele wereldvrede liever voor mezelf.

Met jou in gedachten drink ik vandaag een koffie, ter ere van jouw te korte leven. Neem jij maar een porto, of twee, want op één been kan je niet staan!

Gelukkige verjaardag, moeder… daar ergens.