In de kleinste uren van de nacht, wanneer schaduwen op de muur dansen als schimmen uit het verleden, ontmoet ik in de rokerige schemer van mijn herinneringen een vertrouwde compagnon de route. Ongevraagd duikt hij op, kijkend met misprijzen. Hij alleen kent de keuzes die ik ooit maakte, de laffe en lichtzinnige, de overmoedige of egoïstische. Maar hij kent ook alle beslissingen die ik nooit nam en had moeten nemen.
Het is een onguur figuur, met ketenen vastgeklonken aan mijn verleden en aan de nacht. Hij zet afdrukken op het zachte papier van mijn ziel waar ik nu mijn vulpen in kras. In het midden van de vergeelde bladzijde met donkere contouren, staat de schaduw van spijt als een onuitwisbare vlek.
Mijn verzadigde alcoholbrein heeft zich genesteld als een maffia-gangster in alle uithoeken van mijn gedachten. Hij overmeestert me laf, neemt het stuur en voert me mee. Als een onbetrouwbare gids sleurt hij me naar de donkerste plaatsen waar ik nooit in had moeten afdalen.
Zelfs nu, na tien jaar in de herwonnen nuchterheid van mijn dagen, fluistert hij nog altijd in mijn oor, met de sirene van verleiding waar ik met elke vezel van mijn zijn aan moet weerstaan. Ik zwicht niet, maar de vergadering van daarstraks en de nacht verplichten me om te kijken naar mensen die ik liefhad, degenen die ik koester, en zie de scheuren die mijn wervelwind in hun leven heeft achtergelaten.
In mijn tornado van destructie, heb ik mensen gekwetst, harten gebroken, harten van degenen die het dichtst bij me stonden. Nu, achter het gedempte licht van mijn scherm, voel ik de scherpe randen van spijt die snijden als een mes en voel de tranen die ik veroorzaakt heb, de beloften die ik gebroken heb en de littekens die ik heb achtergelaten.
Maar spijt is geen herstel. Het is gewoon een nevel die zich uitstrekt over het heden, een herinnering aan de prijs die ik nu betaal voor de illusie van voorbijgaand genot en vluchtige extase.
Soms zou ik niets liever willen dan terug te reizen in de tijd om die eerste fles tegen de muur kapot te gooien zodat de geest die erin zat me nooit in zijn giftige omhelzing zou kunnen sluiten. Ik zou hem verbannen naar een eeuwige schaduw, waar hij thuishoort, maar zelfs die onbestaande schaduw van het verleden is onuitwisbaar.
‘De kapotte fles’ zou zomaar een symbolische daad kunnen zijn als gevecht tegen de vijand van glas en kurk. Voor hetzelfde geld was het de titel van een onuitgegeven manuscript van Ernest Hemingway.
Ik ben Hemingway niet, eerder een schrijver van een lichter verhaal met hoopvolle bladzijden maar ook met openhartige bekentenissen over spijt en nostalgie, over keuzes die ik maakte en niet maakte en hoe deze me vormen tot de persoon die ik vandaag ben. Is dat niet het leven ten volle beleefd en geleefd?
Ik hoop dat binnen enkele uren, als de zon opkomt, mijn duistere compagnon de route verdwenen zal zijn en me met rust laat, voor jou maar toch vooral ook voor mijn zielenrust. Met elke nieuwe dag doe ik een onuitgesproken soort belofte, ‘Nooit nog keer ik terug naar die onoverzichtelijke chaos’, maar dat schreeuw ik niet van de daken. Die belofte is alleen voor jouw oren bestemd!


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.