Het gezicht van een verslaafde!

In de spiegel kijk ik elke dag naar dit gezicht, het is het gezicht van een verslaafde. Het aan durven om deze persoon strak in de ogen te kijken, vergde moed, dat soort moed dat je heel diep in jezelf moet zoeken wil je het vinden. Dat was zonder enige twijfel het moeilijkste wat ik ooit in mijn leven heb gedaan.

Die confrontatie met mezelf aangaan, heb ik veel te lang uitgesteld. Ik danste eromheen zoals een bokser rond zijn uitdager danst om de fatale uppercut te ontwijken. Uiteindelijk werd ik toch met een genadeloos, fatale mokerslag definitief tegen de touwen geslingerd.  Pas later drong het tot me door dat ik om uit de meedogenloze klauwen van de drankduivel te blijven, ik voorgoed uit de boksring moest blijven.

Decennialang heb ik gedronken. Ik kende geen maat.  Als vluchteling van mezelf verdoofde en onderdrukte ik de realiteit met de vertrouwde roes en deed dat zolang tot ik mezelf tot aan de rand van de afgrond had geduwd. Ik sprong niet maar keek wel in de duisterste put. Het heeft weinig gescheeld.

Door de fles werden mijn karaktergebreken en mijn kleine kanten louche figuren die me overal schaduwden. Ik werd impulsief, roekeloos, en handelde zonder na te denken over gevolgen. Mijn onverzadigbare dorst naar sensatie en opwinding leidden me naar gevaarlijke situaties of lokten ze uit, zowel fysiek, mentaal als emotioneel. Ik wist dat ik grenzen moest stellen, alleen ik wist niet hoe. Immers, mijn koppige, eigenwijze en verslaafde brein fluisterde me steeds opnieuw toe dat ik ze niet nodig had. “Maak je geen zorgen, het is niet zo erg, jij kan wel stoppen, als jij dat echt wil.” Tot ik tot het tragische besef kwam dat ik dat niet meer kon.

Ik schaam me niet voor mijn verleden, wel voor sommige details ervan. Vandaag is het tien jaar en een dag geleden dat ik mijn laatste glas gedronken heb en ik in de kelder van mijn ziel de moed en de kracht vond om niet langer naar het eerste te grijpen.

Iedereen die me een beetje kent, zal het beamen, “Jan is recht door zee, hij heeft het hart op de tong”. Het is helemaal niet ondenkbaar dat ik jou met mijn kwetsbare openhartigheid beledigd heb en dat misschien soms nog doe. Geen zorgen, het is jouw weerstand die je toespreekt, maar jouw verzet is niet mijn kompas.  Ik laat me niet meer sturen door andermans oordeel. Dat deed ik vroeger en zie waar het me gebracht heeft. Stilte is niet langer mijn motto, toch zal ik jou nooit verwijten dat je denkt dat je onoverwinnelijk bent en dat je vermoedt dat het jou niet kan overkomen. Ik deed het zelf zo lang!”

Toch ben jij niet de eigenaar van mijn verleden. Dit verhaal en de donkere hoofdstukken van mijn biografie behoren enkel mij toe. Ze werden een voor een geschreven uit noodzaak om het heden te kunnen waarderen en om mezelf graag te leren zien, al gebeurt dat soms nog als manke koorddanser op een wiebelende koord. Vandaag sta ik sterk en stabiel, althans sterker en stabieler dan vroeger. Hopelijk doe ik dat morgen ook, maar de toekomst bestaat niet. Daarover zal ik geen uitspraken doen of er onzekere beloftes over maken.

De greep van een verslaving en mijn inzicht discrimineren niemand.  Het mag allemaal publiek bezit worden. Ik weet dat ik verslaafd ben en dat altijd zal blijven. Dat was vroeger zo, dat is vandaag zo en dat zal zo zijn, alle dagen die ik op deze aardkluit doorbreng.

Maar schaamte hoort daar niet meer bij. Ik en andere lotgenoten hoeven ermee niet gestigmatiseerd te worden. We hoeven niet als zwak neergezet te worden, want zwakte is ons etiket niet, zeker niet het mijne.

Dus hier sta ik nogmaals op om te spreken. Wat tien jaar geleden als een angstaanjagend avontuur begon, groeide uit tot een overtuiging, mijn overtuiging. Het hoeft de jouwe niet te zijn. Toch roep ik op deze verjaardag met mijn hart in mijn handen en mijn ziel op jouw schoot heel luid dat verslaafd zijn levens verwoest, niet alleen levens van verslaafden maar ook die van hun families en geliefden.

Na tien jaar besef ik dat mijn misbruik een dwaalspoor was naar grootsheid en naar (maatschappelijke) aanvaarding, eigenlijk was het gewoon de gemakkelijkste dekmantel voor mijn innerlijke onzekerheden. Ik vluchtte voor mijn zelfbeeld, voor mijn angsten en voor de confrontatie met mijn ware ik.  Voor zelfacceptatie was geen plaats. Daarvoor stond de fles in de weg, de fles die tegelijk mijn schild en mijn gevangenis was. Ze vertroebelde zo hard mijn zicht dat ik mijn innerlijke demonen niet meer herkende en door het waas niet meer zag wie ik werkelijk was.  Zwakheden en gebreken werden een vertrouwde jas als onderdeel van mijn duistere schaduw, altijd aanwezig maar zelden volledig erkend. Tot het tij keerde en ik ze allemaal recht in de ogen keek.

Met dit berichtje gooi ik nogmaals mijn masker af. Daardoor kies ik ervoor om niet naamloos te blijven. Ik heb een verhaal en een verleden. Ik ben niet langer anoniem, want in mijn anonimiteit hield ik te lang de oplossing verborgen van het echte probleem.

Daarom sta ik hier opnieuw, open en bloot. Mijn naam is Jan.  Dit is mijn gezicht, het is het gezicht van een verslaafde!

Een gedachte over “Het gezicht van een verslaafde!

Reacties zijn gesloten.