Het epos van een welzijnskip

Met een hart vol goede bedoelingen en met een maag die rammelde als een verongelijkte leeuw in een vegetarische savanne, trok ik uitgehongerd naar mijn favoriete restaurant. Mijn doel was even logisch als duidelijk en net zo helder als een sterrennacht in diezelfde savanne. Ambitieus was mijn voornemen ook. Uiteraard zou ik eerst mijn honger stillen maar tevens wou ik, min of meer vastberaden maar toch eerder opgefokt door mijn ecologische geweten mijn veel te grote ecologische footprint proberen te verkleinen door ‘iets vegetarisch’ te eten.

Als naïeve Don Quichot van den Aldi maar met een plan trok ik, gewapend met mes en vork in plaats van met een lans ten strijde tegen de klimaatverandering en tegen alle gerechten die door vlees-verslindende molens, ‘saignant’ geserveerd worden om ze er te laten uitzien alsof ze voor de opwarming van de Aarde geen bedreiging vormen.

De menukaart strekte zich over mijn leeg bord uit als een culinaire landkaart die mijn morele kompas en mijn hongerige ziel probeerde te verenigen. De kort aangebakken shiitake en de gekonfijte oesterzwammen met truffeltoets, klonken even verleidelijk als die mysterieuze vreemdelingen uit de roman die nog moet geschreven worden. De linzencurry met wortelparfum die als een betoverend exotisch avontuur mijn smaakpapillen wilde ontvoeren was dat ook.

Op dat eigenste moment, net voor ik mijn keuze kon maken, viel mijn oog op een literaire plottwist die zelfs Madame Bovary, u weet wel de legkip van Gustave Flaubert in vervoering zou brengen.  Op regel vier van de menukaart las ik drie betoverende woorden: “Consommé van Welzijnskip” en ik schrijf ze nog eens voor jullie neer opdat ze zouden doorklinken al ware ze van de hand van Flaubert hemzelf, “Consommé van Welzijnskip”.

Door die dichterlijke woorden, ik had ze zelf niet mooier kunnen bedenken, leek het alsof de kip in kwestie, zelf vorig jaar het besluit had genomen om een weloverwogen sabbatical te nemen om te ontsnappen aan haar traditionele kippenbestaan om zo via een doordachte carrièreswitch een loopbaan te beginnen als vrije legkip van biologische scharreleieren.

“Welzijnskip waarom niet”, prevel ik in mezelf met een glimlach die voelt als een schouderophalende knipoog naar mijn eigen interne komedie. Dit is toch dè uitgelezen kans om ecologisch bewust te eten en om tegelijkertijd een pluizige, zelfbewuste welzijnszoekende kip, palliatief naar het kippenhiernamaals te begeleiden. Win-win lijkt me, toch?

Maar, binnenin knaagt de twijfel van een nerveuze schrijver die zijn woorden in het rood aanstreept wanneer ze hem niet bevallen. “Hoe kan ik mezelf au serieus nemen nu ik hier kip zit te eten? Een kip die waarschijnlijk meer emotionele vrijheid heeft ervaren dan die ik ooit zal dromen? Een zelfbewuste, vrije uitloopkip, die notabene, een leven lang biologische eieren heeft gelegd alsof ze voor zichzelf gelegd waren, in België!  Terwijl ik niet eens een idee heb hoe ik ze perfect hard of zacht kook.

Hoewel mijn geweten knaagt, steek ik toch mijn vork als een moderne plichtsbewuste ridder aarzelend in het sappige stukje “Welzijnskip”. Ik trek daarbij een grimas die een mengeling is van genot, zelfspot, spijt, schaamte en triomf, niet omdat ik ogenschijnlijk verstrikt ben geraakt in mijn naïeve zoektocht naar duurzaamheid of in de illusie van het nut van een vegetarische schotel waarmee ik me een zuiver geweten kon schoppen.  Neen ik twijfel alleen nog of ik me niet beter tegoed had gedaan aan een ordinaire kippenbout afkomstig uit een economisch rendabele legbatterij, in plaats van aan het vlees van een overgelukkige welzijnskip die waarschijnlijk overijverig en voor het nageslacht het epos van haar boerderijavonturen in al haar eieren heeft geschreven.