De laatste twijfelaar

Twijfelende passanten en verdwaalde reizigers zonder duidelijke bestemming lopen af en aan. Ze verschijnen onverwacht en verdwijnen op dezelfde manier als ze gekomen zijn, onverwacht. Af en toe blijven ze eventjes of iets langer, meestal echter niet. Is het dat ongevaarlijke en onuitgesproken oordeel waarvoor ze vluchten? Is het besluiteloosheid of angst voor het onbekende waarvoor ze weglopen of is het misschien omdat ze verandering in hun leven niet toelaten waardoor die noodzakelijke stap niet kan worden gezet? Ik vraag me dat af.  In mijn hoofd kijk ik naar hen, hoe ze doelloos in gekwetste lichamen hun voetstappen volgen, hoe ze het verleden verbergen en de toekomst vertrappen met hun ogenschijnlijk zorgeloos getreuzel.

Even hoopvol als achterdochtig sta ik op uitkijk en bekijk de vele maskers waarmee ze de ware kleuren van hun gelaat en ziel verbergen. Voor elk bal masqué hebben ze het passend mombakkes waarachter ze zich kunnen verschuilen en waarmee ze onzichtbaar willen worden in de massa van het gedruis. Het idee alleen al doet me huiveren. Hoe is het mogelijk om die maskerade vol te houden?

Hun leven verkleind tot beklemmende machteloosheid of tot een aaneenschakeling van ogenschijnlijk hippe feesten en nietszeggende vieringen die tegengewicht moeten geven aan de wankele bascule waarop ze balanceren, vechtend met de onmacht om het leven recht in de ogen te kijken en het te nemen zoals het is.

Ik wil hen bespelen maar de tijd blijft me verbazen. Hij slingert onverbiddelijk door, haast cynisch. Hoe ik er ook door beweeg of hoe harder ik hem wil vertragen des te harder hij lijkt te willen versnellen, alsof hij me uitlacht. Het is al midzomer, gisteren was het nog winter. Elk jaar speelt zich af in de verschillende cycli van wisselende seizoenen. Een maand schuift door in de cycli van voorbijdrijvende weken, een week in dagen en een dag in uren. Die tijd begeleidt me naar de cijfers van mijn leeftijd en brengen me helemaal naar dit moment, alsof ik traag geracet heb naar een beetje evenwicht.

Mijn onuitgesproken en milde oordeel over mensen wees me de juiste richting om te volgen. Het toonde me zonder medelijden mijn spiegelbeeld en vertelde mij dingen die ik moest leren over mezelf, om ze te aanvaarden of te veranderen. Het waren zaken die me verhinderde om te zijn. Weifelende stemmen bleven me bevrijden en toonde me de bewegende beelden van de wereld waarin ikzelf een veilige plaats moest zoeken en daar ben ik dankbaar voor.

Soms wil ik zo graag zeggen wat nog nooit gezegd is, laten voelen wat nog niet gevoeld is en schrijven wat nog niet geschreven is. Om slapende levens wakker te schudden opdat ze eindelijk zouden doen wat ze best zouden doen, maar de weerstand is te groot, het onvermogen te dwingend en de tijd te kort. Hij gaat te traag of te snel voorbij en zal dat zolang doen tot de laatste twijfelaar met een oordeel alleen overblijft.

Ik hoop dan maar dat ik het niet zal zijn.