De ochtend gloort stormachtig en een nieuwe dag breekt aan, al lijkt hij amper te verschillen van die van gisteren. Terwijl ik hier in mijn vervloekte leunstoel vastzit, geketend aan onveranderlijke stilstand wordt mijn cynisme geprikkeld om er zinvolle betekenis aan te geven. Het lukt amper. In een poging om mijn sarcastische storm toch ietwat te bedwingen grabbel ik naar een pen en zoek ik verlossing in het gekras van inkt op papier.
Enkele dagen geleden onderging ik een operatie aan mijn achillespees. Genereus als ze was besloot ze vriendelijk om af te scheuren, alsof ze moet gedacht hebben: “Laten we het leven van deze arme ziel wat interessanter maken.” Alsof ik er zat op te wachten. Mijn pees misrekende zich want nu rest niets dan me vast te klampen aan de ‘ijzige’ realiteit van mijn stille onveranderde lot alsof het universum een macabere en ironische wals danst en ik enkel mag toekijken.
Op een bizar fascinerende manier, zoals een herinnering uit het verleden, dwingt deze onverwachte situatie me opnieuw te staren naar de vier muren van mijn gevangeniscel, voorheen ook bekend als woonkamer. Tien jaar geleden bevond ik me in een vergelijkbare toestand, maar toen was ik gevangen in een andere soort beperking. Toen leek het alsof het leven met mij een groteske grap wilde uithalen. Nu word ik hoofdzakelijk geconfronteerd met de fysieke beperkingen ervan in plaats van de mentale, toch voel ik dezelfde vreemde mengeling van ironie en van verontrustend besef dat de cirkel zich rondom mij aan het sluiten is.
Het leven is werkelijk een aaneenschakeling van hoogtepunten, is het niet?
Ik hoor mezelf dikwijls spreken over de geneugten van het rustig aan doen, over de zin om het leven te vertragen en over het nut van te ontspannen en te ontsnappen. Ik kan je vertellen, op dit moment heb ik genoeg vertraging en rust om er een heel leven mee te vullen. Verveling grijpt me bij de keel en houdt me stevig vast. Ik kan me niet verplaatsen, tenzij ik een vreugdeloze en pijnlijke hobbeltocht wil maken op mijn krukken. Het is alsof het universum verwacht dat ik hier mijn tijd doorbreng, als een moderne Sisyphus, veroordeeld tot een leven achter een steen van zittende verdoemenis, zijn eigen lijf omhoogduwend. Alleen blijft de vraag, wat heb ik de goden misdaan?
Ondersteund door stelten pikkel ik naar het openstaande raam. Daar beneden gaan ze, de gelukzalige zielen, zonder enige zorg in de wereld. Het liefst van al zou ik hen bespotten en hen naroepen hoe gelukkig ze zouden moeten zijn met hun gezonde, ongeschonden achillespezen. Maar in plaats daarvan zit ik hier, vastgeplakt aan deze zetel, als een onbetekenend standbeeld in een museum van verloren bewegingen.
Ik probeer mezelf wel bezig te houden met boeken en films, maar het is alsof de wereld zijn beste ontspanning heeft weggenomen en me heeft achtergelaten met de afgewezen onbeduidende restjes. De plotwendingen zijn voorspelbaar en de grappen geforceerd.
De komende weken blijf ik veroordeeld tot herhaling en voorspelbaarheid. Het is niet eens dat soort herhaling die je meeslepend vasthoudt, zoals een aanstekelijk deuntje dat in je geest blijft rondzingen. Neen, het is onophoudelijk zoutloos gezeur dat mijn ziel irriteert en mijn verlangen naar avontuur verstikt, terwijl ik net uitkijk naar de bevrijding van iets nieuws, iets opwindends, iets dat de saaiheid van mijn dagen doorbreekt.
Dus hier zit ik, stevig vastgebonden aan mijn zetel, wachtend tot de dag voorbij is. En morgen zal het niet anders zijn, en de dag daarna evenmin, maar wie heeft behoefte aan variatie als in deze ogenschijnlijk eindeloze routine een verborgen schoonheid en een diepere betekenis schuilt die alleen diegenen met open ogen kunnen zien. Het leven, in zijn onvoorstelbare eenvoud, helemaal onthult.
Het is de kunst om de kleinste momenten te leren waarderen, om de rustigheid van het alledaagse te omarmen. En ik? Ik ben vastbesloten om een levenskunstenaar te worden die in deze schijnbaar eentonige cadans sereniteit probeert te ontdekken die zijn ziel blijft sussen met een rust en met een kalmte die ik nooit in mezelf had durven vinden.
Dus ja, het leven heeft altijd iets betekenisvol, op zijn eigen bescheiden, onverwachte manier.
