Categorie: Geen categorie

Alles komt goed.

2 minuten rust gun ik me nu.
Om even afstand te nemen van de drukte en het gedoe.
De voorbereidingen van zo een feest zetten altijd al mijn zintuigen op scherp.
Zal er genoeg zijn? Alle alarmbellen beginnen te rinkelen.
Zal het wel lekker zijn want zo een homp vlees bak ik niet alle dagen?
Een uur op 160 of 50 minuten op 180°?
Moelleux? Moeten die gebarsten zijn of net niet? Meus en Huysentruyt spreken elkaar tegen.
Mijn hart slaat sneller dan gewoonlijk en er vormen zich pareltjes zweet op mijn slapen. Ben ik aan ’t panikeren?

“Doe maar gewoon”: fluistert iemand. “Alles komt altijd goed.”
Ik weet dat ik dat altijd zeg als iemand door de omstandigheden in overdrive raakt.
Ik ga languit op mijn bed liggen en overloop in gedachten alle lijstjes.
Als ik gewoon doe, rustig blijf en vertrouw op mijn intuïtie zal het goed komen, zoals het dat altijd wel doet.
En als het iets te is of als net niet genoeg zal men me daar niet voor afschieten.
“Het komt wel goed.”
“Alles komt altijd goed.”

Laat je niet opjagen. Vergeet niet te genieten van de zorgvuldigheid die je besteedt aan het koken. Als je de kalkoen vult, je wildstuk lardeert of je pan déglasseert. Je doet het voor de mensen die je graag ziet.

Straks wordt de kamer gevuld met gezellige luidruchtigheid die de temperatuur van je gebraad zal relativeren. De ingezakte moelleux zal niet eens opmerkt worden.

Geniet van wat op je bord komt maar toch vooral van elkaar!
Fijn kerstfeest aan iedereen die van goeie wil is en niet vergeten.
Alles komt goed! Dat doet het altijd.

 

Geesten van het verleden.

Persoonlijk zie ik me eerder als iemand die meer vooruit blikt dan achteruit.
Ik probeer vandaag te leven. Met mijn wortels in het nu. Om niet omver geblazen te worden door gisteren.
Dat lijkt me een goede manier. Misschien is dat de juiste tactiek voor mezelf. Om te leren leven met de ervaringen uit het verleden maar met de blik gericht op wat nog moet komen.
Vooruit, met gedachten en energie gericht op de toekomst. Of op straks.

Ik ben soms wel eens nostalgisch. Op die momenten blader ik graag in een oud fotoalbum. Dan komt wel eens een beeld of een geur helder terug op de voorgrond. Maar ik bewaar geen stapels krantenartikels of schoolrapporten. Tenzij op zolder ergens in een vergeelde doos. Maar dan niet om er sentimentele herinneringen in gevangen te houden. Maar omdat ze deel uitmaken van wie ik ooit was.  En opdat mijn kinderen straks ook nog weten wie ik ooit geweest ben wanneer ik het zelf vergeten ben.
Als ik iets 2 jaar niet gebruikt heb gooi ik het doorgaans weg. Om maar te zeggen. Mijn geschiedenis is niet zo belangrijk. Ik ben er niet heel erg mee bezig. Dacht ik. Tot de laatste dagen. Tot deze week.
Deze week was een ongewone week. De stekker werd uit een verleden getrokken. Daardoor kwam ik in contact met een deel van mezelf dat ik vergeten was. Door de gesprekken kwamen herinneringen binnen die me terug brachten naar mijn roots. Of ik het wou of niet. Of ik ze wou zien of niet!
Ik kwam opnieuw op al die plaatsen, bij al die mensen, bij al die geesten uit het verleden.
Ze hielden zich wellicht al die tijd ergens stil verscholen op een plaats mij onbekend. Ergens in een klein donker plekje van mezelf. Maar ze waren er nog. Ze zijn nooit weg geweest.
De laatste dagen werd ik door de gebeurtenissen achteruit geslingerd en door de tijd terug gereisd naar al die plaatsen. Waar ik al was geweest. Lang geleden.

In een boekje bij de dokter las ik ooit. Het leven draait rond in cirkels. Ik zal zeker mijn voorhoofd gefronst hebben en zonder er verder aandacht aan te geven gedacht hebben: “Ja, dat zal wel!”
Maar als het wel zo is, helpt het misschien dat ik voor ik weet waar ik naar toe ga, eerst probeer te achterhalen waar ik al geweest ben.
Dan komt het verleden en de toekomst straks bij de volgende slingerbeweging misschien samen en worden 2 dimensies op mysterieuze wijze terug verenigd.
En dan zal ik de persoon die ik toen was misschien wel herkennen om te beseffen dat ik dat was!

Tweeduizend-vroeger.

De wereld wordt langzamerhand wit geschilderd. Het open vuur knettert en vult de kamer met een gezellig ruikende warmte. Dennenhout gok ik. Want het vuur verteert het hout te snel om beuk of eik te zijn.
De gelige verlichting langs de straatkant projecteert de schaduw van vallende sneeuwvlokken tegen het strakke, voile gordijn.
De meeste pakjes onder de boom zijn verpakt in goud of zilver. Rood kan ook. Tenzij de cadeautjes voor de kleinsten bestemd zijn. Dan mogen ze ook felblauw of roze.
Als je zelf al op jaarlijkse cadeautjes rooftocht geweest bent, weet je aan de verpakking alleen al uit welke etalage ze komen. Als je ze schudt ken je de inhoud. Meestal toch. Ik deed het elk jaar opnieuw. In het geniep. Wanneer er niemand thuis was en zeker niet betrapt kon worden.
Het rode pakje met het gouden strakke, in professioneel gedraaide krullen is parfum. Want er plakt een stickertje op. ici paris xl. Dat zie je, als je van dicht genoeg kijkt.
De flessen voor de mannen haal je er ook uit. Straf spul van Prik & Tik. Of hele dure rode. Dat kan ook.
De kleinste pakjes zijn de duurste. De grootste het goedkoopst. Want die moeten door hun omvang goed maken wat er maar voor betaald werd. Een nieuwe pmd vuilbak is een kanshebber, gis ik.
Al zou ik dit jaar ook wel eens dat kleinste doosje willen maar dat zal voor volgend jaar zijn.
Het maakt niet veel uit.
Er zijn al 5 echte glazen ballen aan gruzelementen gevallen. De eerste kerstbal brak toen ik het kleinste pakje wou verbergen tussen de naalden en de lichtjes. De laatste toen mijn eega een passende plek zocht voor het grootste pakje.
Het maakt niet zo veel uit.
Volgend jaar moeten er toch nieuwe gekocht worden omdat deze verzameling niet meer compleet is. En omdat er geen 2 verschillende soorten tegelijkertijd in mogen. Dat vloekt. Gelijk een tang op een varken. Zegt ze. Ze zal wel gelijk hebben want ik ken niet veel van kerstballen.
De feestdis staat ook op punt. Geen gevulde kalkoen met airellen en gestoofde peer met kroketten maar iets met lam en verloren groenten. En creme brulee als dessert. Alleen mag ik niet vergeten te zorgen voor een keukenbrander. Het oog wil ook wat. Anders blijft het gewoon maar creme patissiere met suiker. Ook niet slecht maar niet zo chique.
Het maakt niet heel veel uit.
Eigenlijk maakt het niets uit. Want één stoel zal onbezet zijn. Die van onze pa. En hij vond het allemaal niet zo belangrijk. De ballen, de dure rode of de paris xl. Die werd gewoon elk jaar opnieuw al gelukkig met die paar woorden die steevast de pakjesavond inluidden…Van je kleinkind Noor, Thijs of Dries, Bornem 1 januari “tweeduizend-vroeger”…

 

Stem

Ik wil niet laten blijken dat het me soms allemaal zwaar valt.

Ik wil niet zielig zijn en al helemaal niet pathetisch overkomen. Hoe simpel zou het leven zijn als ik er oppervlakkig zou kunnen door fietsen. Zonder moeilijke vragen. Zonder antwoorden die ik niet ken. Of hoe het verder gaat of zou moeten gaan?

Ik zoek toch geen geforceerde goedkope aandacht of airtime om zo maar wat te praten? Over koetjes en kalfjes of over wat er echt speelt?
Natuurlijk stoort het me dat ik je niet op val. Dat ik helemaal radio stil en geruisloos onder jouw radar blijf manoeuvreren. Dat het voor jou gewoon niet belangrijk genoeg is. Misschien is het dat ook gewoon wel? Voor jou. Van geen enkel belang.

Dan zwijg ik ook maar. Ogenschijnlijk ook onverschillig of niet geïnteresseerd. Maar eigenlijk sta ik mezelf gewoon toe om weerloos te ondergaan en af te wachten op wat er komt of niet komt.

Als jij er mee zat had je dat toch al laten blijken? Dan was je er toch al over begonnen? Je had dat dan toch al op de een of andere manier kenbaar gemaakt. Of bespreekbaar? Al dan niet subtiel? Of met geroep en getier?

Misschien beeld ik het me allemaal maar wat in en worstel ik er alleen maar zelf mee. Dan hoef ik er jou toch niet mee lastig te vallen? Dan zit het gewoon tussen mijn oren te wachten op een verlossende bevrijding die niet komt.

Tijdverlies!

Maar die constant twijfelende innerlijke stem hoor jij niet. Die praat alleen maar tegen mezelf. Luid en klaar. Ze heeft het steeds verwijtend lang over elk uitvergroot klein ingewikkeld detail van mezelf. Maar zo geruisloos stil zodat jij het zeker niet hoort…

 

 

 

Lichtje…

Als ik het hem zelf oplepel biedt hij nagenoeg geen weerstand. Bij de verpleegsters lukt het minder goed. Bij hen houdt hij de lippen stijf op elkaar. Hoewel er nauwelijks nog energie in dat oude lijf zit, wringt hij toch nog tegen. Van hen moet hij het niet. Bij hen denkt hij wellicht: “peinzen die nu echt dat ik die bocht ga opeten?”
Als ik dan met dat oranje papje kom aanvliegen gaat de val wel open. Traag weliswaar maar ze gaat open. Dan hapt hij dat groentesoepje zonder kauwen toch naar binnen. Niet meer zo gulzig als vroeger, toen ons ma telkens vroeg: “moet je geen schop hebben?” Maar dan met wat meer boze emotie dan dat ik het hier laat uitschijnen.
“Moet je geen schop hebben? Of een riek?” Dat zei ze steeds wanneer ze zich ergerde aan zijn tafelmanieren.
Tafeletiquette. Dat is nooit zijn sterkste punt geweest. De discussies aan tafel waren dan ook vaak hilarisch. Zeker wanneer hij haar provoceerde. Als hij dan smakkend vroeg: “Die erwt? Die ga je die echt ineens in je mond proppen? Of ga je die eerst nog eerst in 4en snijden?” Kans groot dat de jus van de wekelijkse rosbief op dat eigenste moment via zijn kin, op zijn pas gesteven zondagse broek druppelde.
Hij probeerde zich dan soms te verontschuldigen dat hij altijd snel en gulzig moest eten. “Dat het nog een gewoonte was van vroeger. Van tijdens de oorlog.
Als je toen niet rap was, had je niets. Dan moest je een week op de vod bijten.” Ik hoor het hem nog zeggen. Het lijkt weer alsof het gisteren was.
Vandaag kost het allemaal veel meer moeite. Er lukt haast niets meer. Als hij rechtop zit, zakt hij na een paar minuten ongemakkelijk, onnatuurlijk onderuit. Als hij neerligt wordt hij geplaagd door ellendige hoestbuien die hij amper nog de baas kan. Het oogt allemaal heel zielig. Ik heb compassie met onze oude snaak.

Het gros van de dag zweeft hij tussen slapen en soezen. En als hij bij is, is de blik in zijn ogen vaal en afwezig. De guitigheid die eens zijn handelsmerk was, is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor glazige afwezigheid.
Tot voor kort dwaalde hij nog rond in zijn persoonlijke tijdzones en mengde hij zijn gedachten en herinneringen in de verkeerde volgorde. Maar hij was op zijn manier nog aanwezig. Nu rest enkel nog die wazige blik die geen emoties meer schuil houdt.
Soms snak ik zelf naar wat ruimte in mijn hoofd. Hij heeft er teveel van. In het leven zijn maar weinig dingen juist gedoseerd of zijn ze ter beschikking op momenten dat je ze van doen hebt. Denk ik ongepast.
Een schone oude dag? Zo zegt men het. Vandaag echter ontging de schoonheid mij helemaal.

Als een leven wegglijdt en uitdooft, rest niet veel schoonheid of grandeur. Dan rest enkel nog stille eindigheid. Tot op het moment dat hij heel even opflakkert en heel stil, haast onverstaanbaar prevelt. “Jij bent mijn beste vriend he?” Dan was er heel even weer een heel klein lichtje dat de droevige duisternis helemaal op lichtte.
Morgen krijgt hij chocomousse. Misschien gaat hij dan opnieuw op de tafel dansen.

 

Te vroeg op vrijdagavond

Het is vrijdagavond. De fel rode cijfers van de wekker verraden de tijd. Het is 21:17u en ik lig al in bed. Misschien is het te vroeg om me al aan de nacht over te geven? Ik zit er niet mee.
De zachte regen tikt ritmisch tegen het dakraam. Ik word er rustig van.
De laatste tijd ben ik dikwijls alleen. Alleen en stil op mezelf. Soms ben ik dan ver weg en lijk ik diep in gedachten verzonken en dat is soms wel zo.
Meestal ben ik op die momenten druk aan de slag met iets of iemand wat mijn aandacht heeft opgeëist. Met de voorbije week bijvoorbeeld, die weer bol stond van gebeurtenissen waar ik jullie een mening over verschuldigd ben. Dan begin ik te analyseren. Met beschouwen en over-analyseren om dan meestal te eindigen met over-reageren.

Maar even dikwijls gebeurt er gewoon helemaal niets. Ik oog dan eenzaam of misschien triest dat is maar schijn. Ik heb dan gewoon geen zin in mensen. Geen goesting om te praten of om aan een sociale norm te voldoen. Ik wil dan geen meningen aan mijn hoofd. Zeker geen gedoe.
Op zulke momenten sluit ik me helemaal af en maak ik bewust geen tijd voor nieuws of voor jouw gedachtenwereld. Niet dat je mij niet interesseert of dat jouw dingen me niet bezighouden. Integendeel, het kost me gewoon wat veel moeite of energie om jouw geest er bij te nemen. Om hem te ordenen zodat ik hem begrijp of gepast kan reageren.
Ik tracht meestal te achterhalen wat je precies bedoelt. Hoe je het voelt en waarom je het zegt. Of wat je van verlangt zonder het te vragen.
Voor juiste interactie of voor een juiste repliek, moet ik je opvattingen eerst verwerken om ze goed te begrijpen. Dat kost wat tijd. Wellicht meer tijd dan dat er geduld kan voor geoefend worden.
Een te snelle conclusie dat jouw verhaal me niet boeit is voorbarig en misplaatst. Dat snelle besluit brengt me van mijn stuk. Hoewel het hier van boven razendsnel gaat en ik het probleem klaar en duidelijk zie. Hoewel oplossingen dikwijls in duidelijke beelden voorbij flitsen, kost het me toch meer moeite om dat antwoord juist te formuleren zodat jij ook voelt hoe ik het bedoel. En dan lukt het soms gewoon echt niet.

Om erger te voorkomen las ik op zulke momenten een time-out in en neem ik wat afstand. Ik maak dan wat plaats in mijn hoofd zodat volgende druppels mijn emmer niet doen overlopen.
Voldoende niets doen werkt!
En als ik dan genoeg niets gedaan heb, heb ik hard genoeg gewerkt om straks een beetje tijd over te hebben om iets anders te kunnen doen.

 

Seksime

Vrouwen kunnen heel lang wachten tot wanneer hun mannelijke bijzit iets fout doet. Om het dan luid uit te roepen en te zeggen: “Zie je wel. Ik had dit al van ver zien aankomen.”
Vrouwen. Ze zwijgen nooit. Ze zijn geboren om te tateren. En om mannen te berispen. Ze zagen zelfs als mannen slapen. Omdat ze snurken. “Alle mannen snurken”: beweren ze. Persoonlijk heb ik mezelf anders nog nooit horen snurken

Als ze dan eens niet zeuren dan klagen ze. Er doet altijd wel iets pijn. Pijnlijke voeten of schouders, hoofdpijn of te harde stoelgang. Hun rug speelt op. Of anders zijn de regels die hen uit hun normale doen houden. Het is altijd wat.

In plaats van mannen te waarderen voor het werk dat ze leveren, worden ze opgezadeld met taken die hun waardigheid aantasten. Door hen elke week het vuil te laten buiten zetten. Of door hen het huis uit te jagen zodat ze niet gestoord worden. Om daar dan zinloze taken uit te voeren zoals het gras afrijden of onkruid uit te trekken. Onkruid dat ze nota bene zelf gepland hebben.
Vrouwen spenderen ook veel te veel tijd aan schoonmaken. Wie valt het buiten henzelf op dat het huis proper is buiten? Inderdaad, en de waarheid is dan nog dat het ons niet zoveel kan schelen.
Als vrouwen dan toch energie over hebben waarom dan niet een keertje meer waxen of zo? Belangrijke dingen. Waar mannen ook iets aan hebben.

Waarom moeten mannen zonodig een volledige dag shoppen en een halve bankrekening uitgeven als ze toch meestal het eerste kopen wat ze zien?

Vrouwen zorgen ook beter voor hun kinderen dan dat ze dat doen voor hun vent. Als een kind valt lopen ze naar de apotheekkast en zoeken ze het juiste pleistertje en zalfje. Nadien krijgt het slachtoffertje een dikke knuffel en een nog dikkere kus. Als een man valt wordt hij alleen maar beschuldigd van van tomeloze overdaad en aanstellerij om nadien dagenlang zoniet weken aan een stuk genegeerd te worden.

Als vrouwen dan echt zo bezorgd zijn over calorieën en cholesterol, waarom tellen ze die van zichzelf dan niet? Ons enige probleem met gewicht is dat het zich moeilijk verspreid over ons lichaam en dat het zich te fel in het centrum van ons lichaam concentreert doordat we zo dikwijls op onze rug liggen. Iets wat vele vrouwen trouwens veel te weinig doen.
Vrouwen maken meestal van een mug een olifant. wanneer er dan 10 grassprieten aan onze voetzolen kleven na het grasmaaien. Of omdat we nadien uit de fles drinken dreigen ze met scheiden.
Triviaal!

Zelfs al zijn wij mannen geen loodgieters en niks weten van lekkende afvoeren en fittende pijpen moeten wij toch alle herstellingen eerst zelf proberen doen. Om nadien als we het helemaal erger gemaakt hebben en als het huis in oorlogsgebied is omgetoverd er toch een echte vakman moet langskomen. Om de boel juist te herstellen. Maar dan in het weekend. Op zaterdagavond! Omdat het dan dubbel zoveel kost. Vrouwlief wordt dan toch nog boos hoewel alle huiselijke problemen zijn opgelost.

Vrouwen begrijpen niet dat staren naar andere vrouwen belangrijk is. Waarom begrijpen ze niet dat het onze plicht is. Om mee te kunnen praten, om te vergelijken of om er mee op te kunnen scheppen tegenover onze soortgenoten. Het liefst aan een toog. Met bier.. veel bier.

Een man is beter af als vrijgezel denk ik dan. Scheren hoeft dan niet elke dag en van kleren naast een overvolle wasmand of een sok die rondslingert worden we niet onmiddellijk een onmens. Een haar in de douche verandert ons niet in een landloper. We zouden dan ook geen waardevolle tijd meer verdoen met badkamers poetsen ofzo als er op dat moment belangrijke dingen gepland zijn. Zoals voetbal of porno. Vrouwen moeten dringend hun prioriteiten herschikken.

Wij mannen zijn best sociaal hoor. Zo lang ze de dingen waarmee ze hun sociaal gedrag tonen niet steeds terugspreken of commanderen of steeds maar met hen willen dansen. Sociale interactie met een scherm is meestal voldoende, tenzij er veel bier is. Dan gelden andere wetten.
Een boer en een wind veranderen mannen dan niet plots in een neanderthaler.. Die activiteiten zouden dan gewoon beschouwd worden als natuurlijke lichaamsreacties tijdens een verteringsproces.

Er bestaat gewoonweg geen enkele juiste manier om het vrouwen naar de zin te maken.
Het enige waarvoor ze eigenlijk deugen is seks. Al duurt dat zelfs ook te lang. Waarom worden vrouwen eigenlijk pas opgewonden na een ingewikkeld voorspel waar steeds andere dingen en plekjes belangrijk zijn? Waarom kunnen ze niet zoals wij venten hitsig raken zonder voorspel? Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?

Het duurt ook altijd een eeuwigheid vooraleer ze klaar zijn om ergens naar toe te gaan. Een man is klaar in 5 minuten. Als de dames dan eindelijk zo ver zijn moeten ze eerst uitvoerig gecomplimenteerd te worden met hun outfit en hoe ze eruit zien. Zoda ze nadien kunnen zwaaien met beschuldigingen omdat mannen maniakken zijn als ze het te uitvoerig gedaan hebben of voor ongevoelige, ongeïnteresseerde mislukkingen als ze het niet uitvoerig deden. Daarom geven ze geen complimenten meer . Ze blijven liever uit het oorlogsgebied.

“Moet dat zo snel? We hebben toch tijd,” Eens in de auto wordt de rijstijl van mannen ook bekritiseerd. Ofwel rijden ze te snel of wel worden ze vergeleken met pensioengerechtigden wanneer ze te hard proberen aan die eerste eis te voldoen. Wanneer vrouwen aan het stuur zitten wordt het gevaarlijk. Als ze in de passagiersstoel plaatsnemen ook. Het maakt eigenlijk geen enkel verschil.

Onderscheid in geslachten. Oorlog van de seksen. Met feiten kunnen verschillen onderstreept worden. Misschien is het tijd om erover te spreken. Misschien moeten we er minder mee lachen? Misschien moeten we er iets volwassen mee omspringen?
Het grappige van seksisme blijft natuurlijk wel dat er meestal net genoeg waarheid overblijft om het geloofwaardig te laten lijken.
Maar seksisme blijft natuurlijk gewoon een hele grote misvatting. Het is overdreven en het bestaat eigenlijk helemaal niet.  Seksisme … het is er niet, tenzij in vrouwenhoofden.

 

Koffie

Ik zou veel geld over hebben om gewoon in bed te blijven liggen in plaats van mezelf in het duister naar het werk te moeten slepen. Zouden ze het aan mij kunnen zien? De opgewekte ochtendmensen? Ik hoop dat ze me een beetje ontzien en dat ze uit mijn buurt blijven? Die douche heeft trouwens zijn opzet volledig gemist.

Straks vervloek ik binnensmonds de vrolijke lui die gisteren al om 19:00u tussen het meel lagen. Diegenen ook die vanaf 5:00u in hun ledikant lagen draaien en keren. Te wachten op de haan die met zijn gekrijs het startschot geeft voor de wilde dans der dwazen.

Hoe ben ik hier geraakt? Ik wist zelfs niet dat mijn automatische piloot überhaupt aanstond.

“GOEDE MORGEN!!! Het belooft weer een drukke dag te worden, niet?”
Mocht ik nu toegeven aan mijn innerlijk alter ego ik zou zeker zeggen. “Man hou je snavel, zwijg, en laat me gerust. Ik wil slapen.” Maar ik prevel iets zoals: “Grommmorgen!”

Ochtenden als deze. De koffie laat veel te lang op zich wachten. Even denk ik dat een infuus vlugger doorsijpelt dan dit slow motion koffieapparaat. Gelukkig zijn de bonen aangevuld en is het lekbakje niet vol zodat ik alsnog binnen een min of meer aanvaardbare tijdspanne aan mij troost raak.

Slurpend aan mijn zwarte gif dwaal ik af naar de lunchpauze. Zal ik dan een powernap kunnen doen? Vrouwen hebben het gemakkelijk, denk ik ineens. Zij kunnen de donkere kringen en wallen mooi verbergen achter hun make-up. Als ze hun ogen kunnen open houden tenminste. Anders is dat voordeel eveneens zinloos als mijn wallen.

Ik wou dat ik goed gezind was. Dat ik kon lachen. Ik zou willen dat ik eindelijk wakker werd. Nee, ik wil eigenlijk gewoon nog wat slapen. Zou ik anders doen alsof ik geconcentreerd aan het lezen ben? Een rapport of een verslag of zo. Ik kan dan mijn hoofd ondersteunen. Ellebogen op het bureau. Één hand onder mijn kin en het andere half voor mijn ogen. Maar telkens ik dromerig weg zwijm, valt mijn kin van zijn steun.

Ik wil dood. Neen dat is een beetje overdreven. Maar Ik wou dat ik thuis was en stinkend rijk was. Dat ik niet naar het werk moest. Of gewoon maar dat ik s’avonds  voldoende zin had om op tijd naar bed te gaan in plaats van nog een column te schrijven. Of naar nog een zinloos tv-programma te blijven gapen. Of net dat ene juiste excuus vond om’ s nachts te slapen zoals de rest van de wereld, die op dat moment ook zachtjes indommelt.

Nooit nog blijf ik op tot 01:30u. Vanavond ga ik vroeg naar bed en haal wat slaap in. Maar had ik dat gisteren ook al niet gezegd. Deze keer meen ik het. Het mag gebeuren of anders haal ik het einde van de week niet.

Het leven van een nachtmens is hard. Zeker als het er vol loopt met dagmensen.
Waarom moet de dag zo vroeg in de ochtend beginnen? Als de dag rond het middaguur zou beginnen, zou me dat veel beter uitkomen. Tegen dan zou ik klaar zijn voor het ontbijt. Pistolets eten om 7 uur? Wie heeft dat uitgevonden?

Voila. Het is 10:00 uur. De caffeïne heeft zijn bestemming bereikt en zetten stilaan mijn hersen-haarvaten open. Ik kom er stilaan door. Het gaat me lukken vandaag. Misschien zelfs tot een uur of 5.
“En slecht gehumeurd? Met een verkeerd been uit bed gestapt?”
“Zwijg en bemoei je met je eigen zaken!”

 

Vraagjes tegen de Tijd

 

Vooraleer we beginnen. Nog een vraagje. Heb je er eigenlijk ook zo een hekel aan wanneer ‘s morgens je wekker afgaat?
Maar ik heb helemaal geen wekker. Die zijn uitgevonden om overal op tijd te komen. Ikzelf doe het allemaal een beetje op mijn eigen tempo, en zonder alarm.

Heb je dan geen zorgen of verplichtingen?
Niet meer. Dat is verleden tijd. Op mijn leeftijd heb ik genoeg gezien. Zeker meer dan dat ik gepland had. Zo heb ik de opkomst en ondergang van beschavingen gezien. Ik was erbij toen grote leiders werden geboren. En ook weer dood gingen. De opkomst van de auto en Tv of de computer zag ik vanop de eerste rij. Andere gebeurtenissen waren dan weer maar kleine rimpels in de oceaan van de tijd.

Zal die er dan altijd zijn, de tijd?
Ik denk dat je dat zo wel zou kunnen stellen maar mensen verspillen gewoon te veel tijd! Terwijl anderen hem net proberen te doden. Maar ongeacht wat je ook doet. Je kan hem niet vertragen. Dat gaat niet. De tijd gaat altijd verder.

Welke plannen heb je nog met je tijd?
Ik ben behoorlijk druk bezig hoor. Om mensen een beetje tijd te geven of om ervoor te zorgen dat ze genoeg hebben om te bereiken wat ze nog allemaal willen. Ook al ben ik het er niet altijd mee eens, maar ja wie ben ik.

Verveelt het dan nooit, de tijd?
“Nee, absoluut niet! de tijd herhaalt zich nooit he. Elke dag die om is, is ook voor altijd verdwenen en komt nooit meer terug. Daarom is elke dag uniek en zo spannend. Maar dat snappen maar weinig mensen.

Maar heb je dan eigenlijk wel tijd voor een relatie?
Ja, dat is een lang verhaal. Heb je nog wat tijd? Ik heb een tijdje iets gehad met moeder natuur maar die was veel te veel met zichzelf bezig. Maar, Ik ben een beetje te oud geworden om een achterbakse vrouw te verdragen. Ze wil steeds maar de tijd terugdraaien. Om de dingen beter te maken dan hoe ze gelopen waren. Die dwaze vrouw krijgt dan kuren. Dan zorgt ze voor orkanen, overstromingen of ijstijden of zo. Ik blijf die vrouw vertellen dat de tijd vooruit gaat en niet achteruit, maar ze luistert niet. Ze doet maar, ik steek er mijn tijd niet meer in. Allez dat zeg ik nu… “

Wat doe je dan wel voor het plezier?
Oh, ik speel spelletjes. Mensen zeggen altijd dat ze er geen tijd voor hebben. Maar als ze zich wat minder zorgen zouden maken. Ze zouden alle tijd van de wereld hebben. Om te spelen. Of om te reizen. Of om te doen wat ze graag doen. Ikzelf word er helemaal opgewonden van omdat ik er zeker van ben dat er nooit genoeg tijd zal zijn om alles te doen wat ik nog wil doen.

Dat herinnert me eraan hoe laat het al geworden is. Hoe laat is het…?
… Excuseer dat ik je onderbreek maar sinds het begin der tijden hebben mensen geprobeerd om dat uit te zoeken. Ze hebben zonnewijzers gemaakt. Ze hebben pendels gemaakt om de lengte van het moment te meten. Of Quartz horloges om de nanoseconde vast te leggen. Niet dat het ooit gelukt is of ooit zal lukken. Maar voor mij is het allemaal hetzelfde. De tijd gaat gewoon te vlug om hem te meten. Hoe je het ook probeert. Snap je?

Ja, maar we zullen dit interview waarschijnlijk moeten beëindigen. De tijd is om. Wil je nog iets toevoegen?
Neen, niet echt maar mocht je toch een manier ontdekken om wat tijd te besparen, of in te halen, laat het me dan maar weten. Dan zou ik misschien zelf ook beetje tijd over hebben om een klein beetje vakantie te nemen. Tijd om eens een tijdje uit mijn vertrouwde tijdzone te komen. Maar. Ik moet nu gaan want tijd staat nooit stil.
Ik heb namelijk een spannende nieuwe “eerste” afspraak met Moeder Natuur. Om het uit te praten. Om het nog eens proberen bij te leggen. Ik hoop dat ik nu weer maar niet te vroeg kom… (lachje)

Nog eens bedankt voor het gesprek en je tijd roep ik nog…

Anders

Hoe gevulder ik mijn dag inplande des te minder ik gereed kreeg. Of hoe minder tevreden ik was met het resultaat van de dingen die ik half zijn gat had geaan. “Kiezen is verliezen”: hadden ze me gezegd.

Daarom wou ik altijd alles doen. Desnoods alles tegelijk om niets te missen. En dan was ik dikwijls nog niet eens voor mezelf aan de slag. Ik was zo begaan met mijn drukdoenerij en met ingebeelde verwachtingen tegenover anderen dat ik gedubbeld werd in de race tegen mezelf.

Kinderen, lief, werk, familie en vrienden. Alle dagen en uren zorgvuldig ingepland om de beschikbare aandacht netjes te verdelen. Ieder om beurt. Gelijke deeltjes, afgewogen met de apotheekbalans. Behalve voor mezelf. Ik werd uitgesteld naar de volgende planning. Naar een volgend rantsoen. Niet goed.

Ik moest het omkeren. Het moest veranderen. Niet uit egoïsme of omdat het me opgelegd werd of omdat ik me tegenover iemand verplicht voelde. Neen, mijn instinct en zelfbehoud spelden me de les: “dit moet anders, dit moet beter kunnen of het loopt slecht af.”

Maar mezelf op de eerste plaats? Hoe moet dat? Hoe pak ik dat vast? Ik kwam er snel achter dat sommige zaken gewoon niet tegelijk kunnen. Voor belangrijke dingen neem je beter de nodige tijd, met focus. En wat afstand, om het goed te doen en om goed te doen. Juist. Voor jezelf. Andes loopt het mis. Vroeg of laat.

Voor anderen bedenken hoe ze kunnen veranderen is niet moeilijk. Daar heb je geen gedragstherapie voor van doen. Dat lukt zo wel.  Oordelen, is niet zo moeilijk. Preken ook niet. Dat kunnen we allemaal gelijk de besten.

Gecompliceerder wordt het wel als je zelf eens goed in de spiegel naar jezelf kijkt.  En tracht uit te vissen hoe je jezelf kan corrigeren op dingen die minder goed lopen. Als je probeert te achterhalen hoe het anders of beter kan. Daar is net iets meer lef, durf en moed voor nodig maar het kan… als je het doet!

Maar begin er niet aan als het je wordt opgedrongen. Begin niet aan als je denkt dat je het moet doen om er bij te horen. Doe het alleen puur en authentiek.

Wanneer het veranderd is moet het beter zijn. Als je beter wil, moet het veranderen. Maar als het veranderd is en je werd er zelf niet beter van, doe het dan opnieuw.

Je leven is van jou.

Doe wat je wil en doe het goed en veel. En gedreven. Met een groot hart.

En wil je het niet meer? Verander het dan.

Van aanpak, van werk.  Van huis. Van lief of van land.

Het leven is te kort om te wachten tot het vanzelf komt.

Doe het gewoon!

Voor jezelf. Vandaag.

Alle anderen worden er vanzelf ook beter van.

dagh en nacht denc ic.

Elke week opnieuw, wanneer ik wil aan vatten, ontwaakt de remmende gedachte dat er niets te vertellen is. Althans niets wereldschokkends of baanbrekend.

Misschien zit er sleet op de pen. Is het op? Twijfel die dient als saboteur om voluit te gaan en die leidt tot doofstomme besluiteloosheid. Het kritische woord vermoord door vlakke onverschilligheid, slome laksheid of creativiteit verwoestende twijfel? Ik zoek het en vind het niet.

En dan opeens wordt een op het eerste zicht kramakkelig woord of associatie, een prelude van ontluikende intieme gedachten. Een voorspel dat mijn vingers op het klavier los smijt en me na een paar uur bemoedigend doet glimlachen over het voortvloeisel. Woordjes traag tot een tekst.

Een wekelijkse tour de force die het klad omzet in beelden die nadien omgetoverd worden in sprekende zinnen. Zo strijk ik telkens opnieuw met mijn denkrimpels van de nacht mezelf weer glad. Zo zit schrijven in elkaar. Dat is wat ik doe. Dat is waar ik mijn portie klein geluk oogst. Bij mezelf.

Niet dat ik veel reactie krijg. Zelden eigenlijk, tenzij op controversiële onderwerpen maar die mijd ik.

Het liefst dop ik mijn pen in de pot om het gewoon maar over mezelf te hebben. Misschien ben ik zo wel mijn eigen psychiater en persoonlijke reflectiebord. Mijn ziel bloot gelegd. De snelheid van het denken belemmerd door de traagheid van mijn hart.

Zonder verborgen agenda maar gewoon als remedie tegen het allesomvattende niets. Of om met mezelf in het reine te komen omdat er dan geen verborgen agenda meer is.

Omdat dan het filosoferen en het speculeren kan stoppen.

 

Ego

Soms wil ik weerwoord bieden aan dat stemmetje in mijn hoofd om er kordaat tegen te zeggen: “Je stoort. Mag ik je alstublieft verzoeken om weg te gaan. Je snijdt me de pas af?”

Heel af en toe is het gehoorzaam. Dan vervaagt het en gaat het even helemaal weg. Af en toe houdt het zich een paar ogenblikken stil en afzijdig en bemoeit het zich even niet met mijn gedachten. Dan stopt het met souffleren en geeft eventjes geen voorzetten meer op  antwoorden die ik zelf nog moet formuleren of bedenken. Dan kan ik mijn verlegenheid aan de kant schuiven en krijg zelf wat ademruimte voor een afwijkend standpunt of een excentriekere zienswijze.

Even dikwijls valt het echter voor dat het niet stopt. Dat het, het gesprek helemaal overneemt of opeist. Om op die manier het hoge woord te kunnen voeren en te beslissen welke richting de conversatie uit mag gaan om er zeker geen grip op te verliezen.  Dan wil ik zeggen: “Maak dat je wegkomt. Ik was hier eerst. Je hebt hier niets verloren. Vlieg maar weg. Bedankt voor alles.”

Op die momenten zou ik het willen plukken als een paardenbloem. Dan zou ik de pluizen ervan wegblazen. In een ander grasperk. Om daar te groeien en er te gaan storen in het perfecte groen. Maar ik doe het niet. Ik laat het toe. Ik tolereer het omdat het mij uitkomt. Omdat het bij moeilijke situaties mijn onwetendheid camoufleert. In gênante discussies mijn onzekerheid maskeert. En me bij gesprekken met interessantere of slimmere mensen de illusie geeft expert te zijn over onderwerpen waar ik maar weinig of helemaal niets van begrijp.

Mijn ego. Wat een heimelijk venijnig ding is dat toch? Mijn dekmantel en mijn ultieme alibi die me steeds opnieuw influistert wat ik het liefste van al hoor en me uit de wind zet als ik de storm van voren krijg.

Maar die bekentenis zou ik nooit doen tegenover jou. Daarvoor is mijn ego net iets te groot.

 

Emmerlijst.

Is het door de grijze herfst en de dreigende wolken dat de mensen een beetje somberder kleuren en is het dat dan dat hen aan het plannen zet?

Steekt die plotse allesoverheersende bewustwording ineens de kop op als iemand dierbaar ons ontvalt?

Is het louter een modeverschijnsel of gewoon bon ton om ermee te kunnen illustreren hoe interessant druk we nu wel bezig zijn?

Het blijkt in elk geval het uitgelezen instrument om essentiële beslissingen of zaken die we willen doen uit te stellen en voor ons uit te duwen. Tot straks, tot morgen of tot volgend jaar, als de kinderen uit het huis zijn. Als we met pensioen zijn en de lotto gewonnen hebben, dan?

Dan beginnen we aan onze ultieme bucketlist en 69 dingen die we moeten gedaan hebben alvorens dit tranendal te verlaten. Misschien komt hij maar pas voor de pinnen nadat we onze eerste ouderdomsvlekjes opmerkten. Wanneer we beslisten dat het leven niet voor altijd zal duren en zo gedwongen worden na denken over zaken die we zeker nog willen gedaan hebben alvorens we de pijp aan Maarten geven.

Taj-Mahal in het echt zien en naakt rondlopen op de Galapagoseilanden zijn kanshebbers, hoewel tango’s beluisteren in Cuzco of Machu Pitcchu bezoeken ook een toppertje is als je dat te voet doet, tenminste.

Het leven lijkt soms niet de moeite waard geweest als je niet eens met een rekker aan je voeten van de hoogste brug gesprongen hebt. Als je ooit gepast hebt voor die duo-sprong die je een paar minuten deed bengelen onder een parachute of als je niet badend in het poolijs naar het noorderlicht getuurd hebt.

Zelf houd ik niet zo van lijstjes. Zeker niet als daar zorgvuldig op geschreven staat wat ik moet doen. Doen en kopen wat op lijstjes staat betekent voor mij in lange rijen staan wachten.  Vergeten wat er op stond om dan thuis te komen en te zien dat ik het belangrijkste liet liggen om dan opnieuw in de rij te gaan staan om mijn lijstje helemaal af te vinken.

Neen, ik hoef echt geen lijstjes.  Ik heb lijstjes genoeg afgewerkt. Lijstjes met boodschappen, met moetjes en magjes, met huiswerk en doelstellingen, lijstjes met genodigden… lijstjes met lijstjes.

Toen die obligate bucketlijst een hype werd die me opzadelde met al die verplichte opdrachten die ik zeker nog moet doen voor ik de pijp uit ga, werd ik daar niet vrolijk van.

Levenslijsten zijn overschat. Met het kattenbelletje dat gebonden is aan de to do list die me er aan herinnert dat er nog een knoop in mijn zakdoek ligt omdat ik niet mag vergeten een reisboek te kopen over de reis die we nog moeten inplannen na onze volgende reis. Neen dank u, voor mij geen zulke wachtlijsten meer. Voor mij mag het allemaal vandaag.

De enige lijst die ik nauwgezet bijhoud is die van mijn dagelijks assortiment buitengewone en eenvoudige speciale momenten. Kleine, niet geplande gebeurtenissen aan elkaar geregen door speciale mensen die opeens onverwacht op mijn pad terecht kwamen en die me als ik daar zin voor heb er iets doen over opschrijven. Maar niet nadat ik eerst heel goed geluisterd heb naar wat ze me te vertellen hebben. Liefst rustig met een koffie en een chocolaatje.

Als ik me bij het krieken van de dag, op de levensvragen, Kan ik uit bed? Heb ik grote Kak? Weet ik nog hoe ik heet en waar ik ben?, een positief antwoord kan geven, mag ik me gerust stellen dat ik mijn bucketlist voor ben geweest en hoop ik echt dat mijn persoonlijke emmerlijst er morgen ook nog zo mag uit zien.

Ruzie maken is (g)een kunst.

Toen ik het vroeger te bont maakte, kreeg ik ruzie en vloog ik in de hoek.  Ik mocht daar dan rustig afkoelen om een beetje tot mezelf te komen. En dat werkte.

Een paar minuten kon ik mijn stijve koppigheid in die hoek volhouden, niet veel langer.  Snel dwaalden mijn gedachten af naar mijn leger soldaten, mijn go-kart of de doos plakkaatverf met hard geworden penselen. Maar niet alvorens ik eerst, gedurende die tijdelijke verbanning,  voldoende tijd gekregen had om kwaad te zijn, me onbegrepen te voelen en een denkbeeldige emmer koleirige krokodillentranen te vullen. Om zo uiteindelijk in te zien dat voetballen in de keuken echt niet kon en spijt te krijgen omdat ik die porseleinen luchter in gruizelementen had gescoord met een afstandsschot.

Na mijn plechtige belofte het nooit meer te doen en met wat minder spaarcenten op mijn spaarboek, mocht ik dan even later, met mijn waterverf en harde penselen op de achterkant van een overschot behangpapier aan mijn kunstwerk beginnen. De kans niet onbestaande dat ik een uur later opnieuw in die hoek moest om me te bezinnen omdat de tafel mee geschilderd werd terwijl ons ma me nog zo gezegd had dat er gazettenpapier onder moest.

Als ik ruzie verdiende, brachten de hoek en wat later de kelder rust, inzicht en een voornemen om het vanaf daar anders te doen.  Zo ging dat toen en op de een of andere manier marcheerde dat. Ik bleef niet dwars of hardleers, ons ma niet boos of nors.

Vandaag gaat het anders.  Ook omdat ik niet meer voetbal in de keuken.  Nu bakkeleien we over andere, ernstige zaken. Over een sifon die lekt en waarom die gisteren nog niet gemaakt werd? Of over haar in de douche of het dopje van de tandpasta.

Als we nu ambras maken doen we dat zoals de grote mensen.  Dan discussiëren we. We argumenteren, rationaliseren, debatteren en raisonneren net zo lang tot we er uit zijn. Desnoods 3 dagen aan een stuk. Met groen hout en beeld zonder klank of smoelwerk en bokkenpoten.  Maar we houden wel vol… Lang… Net zolang tot er een winnaar is en een verliezer.

“Zie je wel dat ik gelijk had, ik ben echt zo blij dat je dat eindelijk inziet.”

“Was dat nu nodig om hier zo lang stom voor te lopen?”

Door het zo te doen zien we niet dat de uitkomst van die “opgeloste ruzie” de voedingsbodem is voor de volgende.  De openstaande rekening zal bij de volgende gelegenheid wel vereffend worden. Waarschijnlijk met interest.

Doen we het zo verder?  Tot we zo ver bij elkaars enkels in het krijt staan dat het op den adem pakt.  Met de gevolgen van het opbod van zinloos gelijk of ongelijk?

Of gaan we de volgende keer gewoon een paar minuten in de hoek staan?

Desnoods met een emmer koleirige krokodillentranen.  Eventjes met wat afstand, wachten op een potje natte verf en een hard penseel?

Onaf, lelijk is ook mooi!

Ik ben aaibaar imperfect. Aan mij is redelijk veel onaf.  Met de juiste bedoelingen aan begonnen, maar verkeerd of in de verkeerde volgorde in elkaar gepast.

Zou ik een liefdesbrief zijn, ik was doorstreept. Te melig geschreven om gepost te worden, dus weggemoffeld ergens in een stofferige lade.

Mijn ruwe onvolkomenheden en mijn stuntelige gebreken maken me broos maar menselijk.  Ik zeg dat niet om met mijn doordeweekse alledaagsheid naar complimenten te vissen. Echt niet, maar toch attrapeer ik me er op, er het liefst zo onopzettelijk nonchalant mogelijk uit te zien zodat ik anoniem in de massa kan worden opgeslokt.

Onzorgvuldig slodderig. Zo wil ik het. Het zo laten uitschijnen dat ogenschijnlijk geen enkele inspanning gedaan is om er stoffig en muffig uit te zien. Zoals een oude tafel op een rommelmarkt. Met krassen en vlekken op het blad die achterbleven na een wild feest of een diepgaand gesprek. Lang geleden. Door geleefd en doorleefd.

En dan tut ik me op, in een verhakkelde broek met rafels. Of in een grijs gewassen T-shirt om een zo cool mogelijke ongedwongen indruk na te laten.  Haren, met gepaste gel in  de juiste nonchalante net-uit-mijn-bed look gewaxt.

Perfectie is achterhaald en zo jaren 80.

Wanneer de tand van de tijd knaagt, overwint mijn gedachte dat herontdekte schoonheid van iets wat lelijk en vergankelijk is, zo veel meer aanspreekt dan symmetrische kunstmatige maakbaarheid. Of Perfectie.

Mijn schoonheidsideaal past niet in een mager, bleek maatje 36. Er mag een kantje aan zitten. Met een rosse sproet, een spleet tussen de tanden of een los eindje. Want volmaakt is saai en griezelig, of zelfs een beetje bedreigend.

Volmaaktheid van anderen duwt ons naar beneden op het scorebord van het leven. Net daarom voelen we ons verbonden met de underdog of het onvolmaakte personage waarmee we een goede band hebben. Op die manier brengen  we onze eigen onhebbelijkheid in het juiste perspectief.

Als voor mij minder dan helemaal meer is geworden en wanneer al het overbodige is weg gelaten en ik ben achtergebleven met wat voor mij essentieel is voel ik me helemaal de niet-favoriet. De zelfzekere underdog die klaar is om de denkbeeldige wedstrijd te winnen. Al ben ik niet zeker van de competitie waar ik me in bevind en wat de spelregels morgen zullen zijn.