Categorie: Dagdromen

Krekels

Ik staarde de hele morgen al naar de schermbeveiliging van mijn computer. De kleurschakeringen ervan waren me nog nooit opgevallen. Als ik er lang naar staar krijg ik hoofdpijn. Het kleurrijke bureaublad is handig ingedeeld. Bovenaan links verzamel ik de nuttige snelkoppelingen.  Ze brengen me met één of met hoogstens 2 klikken bij de gewenste informatie. “Sites voor professionele doeleinden.” Ze bleven al een tijdje onaangeroerd. Ook wel omdat het wat langer verlof geweest is.

Van alle MS office snelkoppelingen die links onderaan bij elkaar gepakt staan word enkel MS Word gebruikt. De rekenbladen, de relationele database-applicaties en de overige MS Office toepassingen staan er gewoon de hoop te vergroten. Misschien zijn ze daar gewoon maar zichtbaar uitgestald om indruk te maken op mezelf? Of op anderen. Wanneer die heel af en toe eens iets mee lezen en ik op die manier naar zelfbevestiging zoek, voor iets wat ik geschreven heb.

De sociale media apps prijken rechts bovenaan. Handig in het zicht. Wellicht is dat geen toeval. Waarschijnlijk staan ze daar bij elkaar omdat ik een beschik over een dominantere rechter hersenhelft. Met deze handicap behoor ik tot een select clubje van beelddenkers. Niet dat ik daar verder groot nadeel van ondervind of dat ik er mijn scherm zo voor ingedeeld heb. Neen, ik ben namelijk niet zo bezig met hersenhelften. Niet met de linkse en ook niet met de rechtse. Ook niet met indelen van computerschermen, trouwens.

Ik klik op het facebooklogo. Dat staat tussen twitter en whats app en onder het instagramlogo. De sociale media checken is een bezigheid die ik wel meer dan eens per dag uitvoer. Meestal uit verveling, vaak uit nieuwsgierigheid. Een icoon in het midden van de navigatiebalk valt me onmiddellijk op. Het icoontje dat zich rood kleurt wanneer een nieuw vriendschapsverzoek zich heeft aankondigt. Hoe mooi is dat toch geformuleerd. Er is zeker strategisch denkwerk aan vooraf gegaan. Vriendschapsverzoek. Ik lees het woord luid op en ik moet lachen. Want het brengt me helemaal terug naar vroeger. Naar de tijd toen ik met opgetrokken kousen in mijn sandalen op de speelplaats van mijn nieuwe school vroeg: “Wil jij mijn vriendje zijn?” In de choreografie van mijn denken haalt de rechter hersenhelft even voorsprong op de linkse helft maar ik duw het beeld weg naar mijn mentale prullenmand.

Een vriendschapsverzoek. Wie kan deze smeekbede zomaar negeren zonder er zich nadien slecht bij te voelen? Dus ik accepteer het net zoals ik vroeger ook gemakkelijk aanvaard werd. Gaan we knikkeren of spelen we verstoppertje? Die rechter helft toch.

De artikels op facebook worden fel becommentarieerd. Iedereen heeft zijn zeg. Van op veilige afstand wordt duchtig gal gespuwd. Op alles en iedereen.  Meningen ongezouten. Ik lees de scherpe kritiek die met dezelfde zuurtegraad opgemaakt werd als waarmee Andras Pandy zijn nabestaanden heeft opgelost. Ik word er niet vrolijker van.

Gelukkig zijn mensen in het echt leven iets vreedzamer en bedachtzamer op hoe ze het zeggen. Althans daar roddelen mensen eerder zoals krekels dat doen. Ze maken nog wel irritant lawaai maar vallen geruisloos stil als je dichterbij komt. Misschien moet ik daarom nu naar buiten om de krekels te bedaren of om een echt vriendschapsverzoek te krijgen aan een toog.

Zullen we nog een koffie drinken of had je liever iets sterker en heb je dat artikel al gelezen op facebook?

50

Het jaar is nog maar 14 dagen oud en gemeende nieuwjaarswensen worden al ingewisseld voor onheilsberichten. Rampspoed voorspellingen over niet te vermijden gebeurtenissen die dit jaar zeker zullen plaats vinden.

“Je wordt 50 he dit jaar? ” Ik denk niet dat de vraagstellers op deze retorische vraag een antwoord verwachten. Maar ze zullen het wel zo bedoeld hebben dat ik me erdoor aangesproken voel. Dus knik ik bevestigend zonder deze waarheid verder uitgebreid te bevestigen of te ontkennen. Mijn paspoort liegt er namelijk niet over. Mijn grijze haren evenmin.

Met welk doel wordt ze dan wel gesteld? Om me met de neus mee op de feiten te drukken dat mijn toekomst korter is geworden dan mijn verleden? Want dat is door de gemiddelde levensverwachting toch een statistische zekerheid. Misschien doen ze het om er hun eigen ogenschijnlijk eeuwige jeugdigheid mee in de verf te zetten? Ik weet het niet.

Het feit dat ik aanstoot neem aan deze materie laat wellicht een ontluikende midlife crisis vermoeden. Dat moet het wel zijn anders zou ik me er niet zo aan storen. 50, het cijfer galmt nog na onder mijn hersenpan. Het weerklinkt in de open ruimte die vrijgekomen is door de grijze massa die er door de tand des tijds in verschrompeld werd.

Een midlife crisis is alles behalve een amusante gebeurtenis. Ik weet er geen weg mee. Voor het eerst verdenk ik mijn lichaam van hoogverraad en meineed omdat het probeert feiten te ontkennen die voor toeschouwers en getuigen niet te verdoezelen blijken. Hoewel een strakker onderlijfje de bewijslast tijdelijk kan ontkrachten, klinkt na het pleidooi het vonnis toch onverbiddelijk. 50

Opeens word ik geconfronteerd dat ik misschien sterfelijk ben en dat er niet zo veel tijd meer overschiet om oud te worden omdat alle andere mensen opeens allemaal jonger lijken te worden. Op 49 begin ik me er al zelfs op te betrappen liever een dutje te doen dan naar buiten te gaan om er iets leukers te doen. Ik maak me zorgen over wat er nog gaat komen.

Het valt me ook op dat het andere geslacht lang niet meer zo sexy is als vroeger. Toen hun aantrekkelijke lijven nog strak en niet uit proportie oogden. Het rolletje bil valt me opeens op in dezelfde slip die het tot voor kort verborgen hield. Ligt het aan mij of is het mijn persoonlijk cijfer dat mijn zintuigen op een nieuwe manier doet waarnemen? Op een helder moment herinner ik me nog precies wat seks was al ben ik niet meer zeker hoe er met een kans op succes aan te beginnen. Al wil ik dan nog wel een spannende affaire, ik ben niet zeker of ik er de tijd en de energie nog wel voor heb.

De kleine lettertjes maken me argwanend alsof er achter elke boodschap onheil verborgen zit. Al zou het ook gewoon maar kunnen dat door een leesbril de tekst minder noodlottig wordt. Opeens lijkt het alsof ik alles al gedaan heb maar ik me niet meer kan herinneren of ik het leuk vond of niet. Ik moet me gewoonweg ook meer herinneren dan dat ik het gewoon ben. Soms denk ik zelfs dat mijn kinderen al vergeten zijn hoe ik echt ben. Dat er nog wel een kind schuilt in dat omhulsel dat ouder wordt en minder aantrekkelijk oogt. Met een rimpel meer.

Toch ben ik er van overtuigd dat mijn badkamerspiegel niet altijd de waarheid spreekt en dat hij binnenkort zal ontmaskerd worden. Net zoals jullie. En dan hoop ik maar dat jullie jullie verdiende straf niet zullen ontlopen. Dat jullie zich ook in een strakker onderlijfje zullen moeten wringen. Of in een korset met walvisbaleinen. In een vruchteloze opging om er dan net zo sexy te blijven uitzien dan ik.

Schaamhaar en zeepresten

Ouders en volwassenen. Mat ze af! Put ze uit en breek hen! Doe al wat in je bereik ligt en wat je nodig acht om hen af te peigeren. Maar doe het grondig en nauwgezet. De hele dag door desnoods. Zo niet zullen ze ’s avonds niet moe genoeg zijn om er de bovenhand over te krijgen. Van jou wordt niet verwacht empathisch te zijn want jij bent een puber. Jij bent immers het middelpunt van het universum.

Ouders. Met een eenvoudig dagelijks ritueel maak je er watjes van en blijven ze in het gareel. Ze zijn maakbaar. Jij hebt de touwtjes in handen. Jij bepaalt hoe je het wil. Begin niet te vroeg en niet te laat. En maak er een levenswerk van. Later zal het opbrengen.

Ten eerste. Stel de dag zolang mogelijk uit. Van zodra ouders merken dat je wakker bent en je ongewild hun  aandacht hebt opgeëist willen ze het immers anders. Anders dan hoe jij het graag wil. Nadat je uit bed bent gerold, kunnen ze al ongewenst de badkamer binnen vallen om te controleren of je tanden poetst en haren wast. Deze vernederende daad geeft hen de controle die jij liever voor jezelf had behouden. Je schaamhaar trimmen of masturberen in het bad wordt een gesel voor je oren.

Blijf weerstand bieden. Schreeuw, stoot bemoeizucht af en weiger snelheid en efficiëntie. Zelfs al willen ze je verleiden met gebakken spek en koffiekoeken. Immers daar wordt je wakker en alert van. Mogelijks heeft voeding ook een effect op je humeur. Sta deze indoctrinatie niet toe!

Mocht je toch overwegen de stop van het bad uit te trekken vergewis je er dan eerst van dat schaamhaar en zeepresten niet mee zijn weggespoeld. Laat natte handdoeken achter. Het liefst op een bolletje in de kuip. Scheer je absoluut niet en laat je haren groeien. Liefst zo lang mogelijk.  Doorgaans worden ouders hierdoor aan hun eigen jeugd herinnerd toen ze zelf nog haar hadden. De kans is dan niet onbestaande dat ze nostalgisch of weemoedig worden. Minder waakzaam of zelfs labieler. En dat is je doel.

Probeer na je bad ook zeker onmiddellijk een Mars of een Twix.  Maar doe dat absoluut voor het ontbijt. Dit zorgt voor frustratie en wanhoop. Refuseer vanaf dan nadien elk normaal ontbijt. Zelfs al oogt dat smakelijk of gezellig. Laat je zeker niet in verleiding brengen door met suiker bedekte muesli of chocolade granen zelfs al worden deze aangeboden in een reep en lijken ze in een tv reclame echt wel lekker. Hoewel ze meestal erg zoet zijn en grotendeels uit suiker bestaan is de kans niet gering dat er vitamines inzitten. Weer deze uit je dieet en negeer fruit.  Ook in sla vorm. Eet je toch een boterham zorg dan voor voldoende kruimels naast je bord en onder je stoel. Smeer desnoods een beetje choco in de boter indien de situatie dit vereist.

Verdwijn nadien naar je kamer.  Laat er sokken, ondergoed, spelletjes en schoolboeken door elkaar rondslingeren. Dit zal volwassenen verwarren. Ze kunnen onmogelijk begrijpen dat een kamer rommelig dient te zijn.  Een rommelgrot onderdrukt jouw behoefte om ze op te ruimen en ze nadien netjes te moeten onderhouden.  Geef niet toe aan dit privilege. Wissel voldoende van scherm en vergeet nooit dat een Xbox je nooit zal verwijten dat je er tegen roept. Tenzij je het niet hard genoeg doet.

Slapen is voor bejaarden. Vermijd het, koste wat het kost. Speel, sms en lach luidruchtig.  Friemel desnoods met jezelf tot je zakdoeken krokant zijn en verberg ze nadien onder je matras. Zet je wekker ook absoluut voor je favoriete serie, zelfs al wordt deze om 4 uur ’s nachts uitgezonden op Netflix. Indien je ouders hier over beginnen zeuren verleng deze periode dan zo lang mogelijk. Want mochten ze toch uitgerust raken zouden ze morgen alleen maar nieuwe manieren kunnen bedenken om je het leven zuur te maken. Laat je niet intimideren door dreigementen en houd lang genoeg vol. Dan pas zullen volwassenen bezwijken en als eerste in slaap vallen. Dit is het uitgelezen moment om de cola en de chips die van gisteren nog in je nachtkast verstopte, te verorberen. Verberg nadien de verpakkingen eveneens onder je matras bij de rest van het gft afval.

Het is hard labeur om volwassenen onder de duim te krijgen en ze juist op te leiden. Maar indien je volhard in dit ritueel, zal je zien dat de inspanningen op langere termijn lonen.  Ouders. Uiteindelijk binden ze wel in en geven ze wel op want morgen wacht hen een drukke werkdag. En als ze niet werken moeten ze wel dingen bedenken om het voor iedereen een beetje leuk te houden. Ook voor zichzelf en met een ongelukkige puber lukt hen dat nooit.

Zweet en testosteron.

Ik loop gevaar. Misschien haal ik de morele Vlaming en bij uitbreiding een groot deel van de wereld over me heen. Wellicht zal #metoo zich roeren. Mogelijkerwijs zullen feministen me uitbraken en word ik door hen straks leidend voorwerp als een brandend slipje of een smeulende BH.

Meer dan 20 jaar bracht ik door in een kleedkamer van een handbalploeg.  In dat venten hok rook het naar mannenzweet en proefde je testosteron. Zeker na een overwinning. Opgenaaid door adrenaline en te veel gulzige pinten deden we rare dingen. In geen tijd kon de elite van het Vlaamse handbal dan muteren tot heel veel helaasheid der dingen.

Lag je op je buik op de massagetafel liep je risico op hars in je reet.  Eens onder het stortbad lachten we met elkaars piemels. Alle formaten werden even hard op de korrel genomen. De te grote, de te kleine, de te dunne en de te dikke. Met te veel schaamhaar werd ook gelachen. Het was per slot van rekening nog steeds de jaren ‘90. Een bijgeknipt plukje werd nog wel getolereerd maar te veel al-qaida was in dat tijdperk ook al uit den Boze. Was je niet genoeg  getrimd, werd spot en nijd je deel. Voor de rest van de avond.

We urineerden onopgemerkt tegen elkaars benen of knepen shampooflessen leeg tot iedereen een Fellaini kapsel had. Al heette dat toen zo nog niet. Toen was dat nog gewoon een Michael Jackson-coupe omdat de King of Pop toen nog gewoon een zwarte was met Afro haar dat een beetje te bol stond. In die tijd was hij nog niet af gebleekt en accordeerde zijn Afro-neus nog helemaal met de rest van zijn tronie.

Naakte branieschoppers waren we. Macho’s met afgetrainde torso’s maar met een te klein of een te groot pietje. Of een te dik dat kon ook.

De grootte van onze mond en de vunzigheid dat we ermee uitkraamden was omgekeerd evenredig aan de grootte van ons zelfvertrouwen en de gevoeligheden die we er probeerden mee te verdoezelen. In de kleedkamer golden nu eenmaal heel andere wetten. Onoverwinnelijk waanden we ons. De zwaksten moesten er van tussen.

Met geribbelde pint in aanslag schopten we keet en zongen uit volle borst en in een valse toonaard: “Hete wijven voor de werkman.” De kans niet onbestaand dat nadien “De-keizer-van-China” en “De-Dochter-van-de-Paster” in alle uithoeken van de kleedkamer door iedereen werd mee gekweeld. … Ne keer langs hier.. ne keer langs daar.. ne keer langs voor… ne keer langs aahaaaachter…

Sommigen echter, bij wie het licht al gedoofd was en bij wie de hersencellen begonnen op te spelen tegen zo veel kuddegedrag, beperkten zich enkel nog tot: “Blote Tetten” en “Ein Prosit!”

Van fijnbesnaarde gevoeligheid mocht je ons niet verdenken. Van gemeende vrouwvriendelijkheid al evenmin. Toch niet in de kleedkamer. We gedroegen er ons als lompe boeren. Na winst werd de kleedkamer een vunzige concertzaal. Een soort van cantus vol platte liedjes met stomme teksten waarin vrouwen de hoofdrol kregen als lustobject of handig gebruiksmiddel. “Buurman wat doe je nu?”

Maar het was geen seksisme.  “Blote Tetten of Kleine Pietjes” waren geen luidruchtige uitdrukkingen van vrouwelijke of mannelijke onderdrukking. Wat we in gedachten deden als Keizer-van-China en met de Dochter-van-de-Paster was groen en onschuldig gestoef. We deden het toch niet bloot op de straat. Het was toch niet echt?

Met dat onhandig haantjesgedrag blonken we enkel onze denkbeeldige pluimen op. Omdat we hoopten dat ons kleurenpalet zo wel een beetje meer zou opvallen als we straks tussen de echte kippen moesten laveren.

En dan moet ik eerlijkheidshalve nog toegeven dat wanneer de eerste slow door de luidsprekers galmde ik mijn portefeuille wel eens vooraan in mijn onderbroek gestoken heb. Om hem niet kwijt te raken denk ik.

 

 

 

Geesten van het verleden.

Persoonlijk zie ik me eerder als iemand die meer vooruit blikt dan achteruit.
Ik probeer vandaag te leven. Met mijn wortels in het nu. Om niet omver geblazen te worden door gisteren.
Dat lijkt me een goede manier. Misschien is dat de juiste tactiek voor mezelf. Om te leren leven met de ervaringen uit het verleden maar met de blik gericht op wat nog moet komen.
Vooruit, met gedachten en energie gericht op de toekomst. Of op straks.

Ik ben soms wel eens nostalgisch. Op die momenten blader ik graag in een oud fotoalbum. Dan komt wel eens een beeld of een geur helder terug op de voorgrond. Maar ik bewaar geen stapels krantenartikels of schoolrapporten. Tenzij op zolder ergens in een vergeelde doos. Maar dan niet om er sentimentele herinneringen in gevangen te houden. Maar omdat ze deel uitmaken van wie ik ooit was.  En opdat mijn kinderen straks ook nog weten wie ik ooit geweest ben wanneer ik het zelf vergeten ben.
Als ik iets 2 jaar niet gebruikt heb gooi ik het doorgaans weg. Om maar te zeggen. Mijn geschiedenis is niet zo belangrijk. Ik ben er niet heel erg mee bezig. Dacht ik. Tot de laatste dagen. Tot deze week.
Deze week was een ongewone week. De stekker werd uit een verleden getrokken. Daardoor kwam ik in contact met een deel van mezelf dat ik vergeten was. Door de gesprekken kwamen herinneringen binnen die me terug brachten naar mijn roots. Of ik het wou of niet. Of ik ze wou zien of niet!
Ik kwam opnieuw op al die plaatsen, bij al die mensen, bij al die geesten uit het verleden.
Ze hielden zich wellicht al die tijd ergens stil verscholen op een plaats mij onbekend. Ergens in een klein donker plekje van mezelf. Maar ze waren er nog. Ze zijn nooit weg geweest.
De laatste dagen werd ik door de gebeurtenissen achteruit geslingerd en door de tijd terug gereisd naar al die plaatsen. Waar ik al was geweest. Lang geleden.

In een boekje bij de dokter las ik ooit. Het leven draait rond in cirkels. Ik zal zeker mijn voorhoofd gefronst hebben en zonder er verder aandacht aan te geven gedacht hebben: “Ja, dat zal wel!”
Maar als het wel zo is, helpt het misschien dat ik voor ik weet waar ik naar toe ga, eerst probeer te achterhalen waar ik al geweest ben.
Dan komt het verleden en de toekomst straks bij de volgende slingerbeweging misschien samen en worden 2 dimensies op mysterieuze wijze terug verenigd.
En dan zal ik de persoon die ik toen was misschien wel herkennen om te beseffen dat ik dat was!

Tweeduizend-vroeger.

De wereld wordt langzamerhand wit geschilderd. Het open vuur knettert en vult de kamer met een gezellig ruikende warmte. Dennenhout gok ik. Want het vuur verteert het hout te snel om beuk of eik te zijn.
De gelige verlichting langs de straatkant projecteert de schaduw van vallende sneeuwvlokken tegen het strakke, voile gordijn.
De meeste pakjes onder de boom zijn verpakt in goud of zilver. Rood kan ook. Tenzij de cadeautjes voor de kleinsten bestemd zijn. Dan mogen ze ook felblauw of roze.
Als je zelf al op jaarlijkse cadeautjes rooftocht geweest bent, weet je aan de verpakking alleen al uit welke etalage ze komen. Als je ze schudt ken je de inhoud. Meestal toch. Ik deed het elk jaar opnieuw. In het geniep. Wanneer er niemand thuis was en zeker niet betrapt kon worden.
Het rode pakje met het gouden strakke, in professioneel gedraaide krullen is parfum. Want er plakt een stickertje op. ici paris xl. Dat zie je, als je van dicht genoeg kijkt.
De flessen voor de mannen haal je er ook uit. Straf spul van Prik & Tik. Of hele dure rode. Dat kan ook.
De kleinste pakjes zijn de duurste. De grootste het goedkoopst. Want die moeten door hun omvang goed maken wat er maar voor betaald werd. Een nieuwe pmd vuilbak is een kanshebber, gis ik.
Al zou ik dit jaar ook wel eens dat kleinste doosje willen maar dat zal voor volgend jaar zijn.
Het maakt niet veel uit.
Er zijn al 5 echte glazen ballen aan gruzelementen gevallen. De eerste kerstbal brak toen ik het kleinste pakje wou verbergen tussen de naalden en de lichtjes. De laatste toen mijn eega een passende plek zocht voor het grootste pakje.
Het maakt niet zo veel uit.
Volgend jaar moeten er toch nieuwe gekocht worden omdat deze verzameling niet meer compleet is. En omdat er geen 2 verschillende soorten tegelijkertijd in mogen. Dat vloekt. Gelijk een tang op een varken. Zegt ze. Ze zal wel gelijk hebben want ik ken niet veel van kerstballen.
De feestdis staat ook op punt. Geen gevulde kalkoen met airellen en gestoofde peer met kroketten maar iets met lam en verloren groenten. En creme brulee als dessert. Alleen mag ik niet vergeten te zorgen voor een keukenbrander. Het oog wil ook wat. Anders blijft het gewoon maar creme patissiere met suiker. Ook niet slecht maar niet zo chique.
Het maakt niet heel veel uit.
Eigenlijk maakt het niets uit. Want één stoel zal onbezet zijn. Die van onze pa. En hij vond het allemaal niet zo belangrijk. De ballen, de dure rode of de paris xl. Die werd gewoon elk jaar opnieuw al gelukkig met die paar woorden die steevast de pakjesavond inluidden…Van je kleinkind Noor, Thijs of Dries, Bornem 1 januari “tweeduizend-vroeger”…

 

Stem

Ik wil niet laten blijken dat het me soms allemaal zwaar valt.

Ik wil niet zielig zijn en al helemaal niet pathetisch overkomen. Hoe simpel zou het leven zijn als ik er oppervlakkig zou kunnen door fietsen. Zonder moeilijke vragen. Zonder antwoorden die ik niet ken. Of hoe het verder gaat of zou moeten gaan?

Ik zoek toch geen geforceerde goedkope aandacht of airtime om zo maar wat te praten? Over koetjes en kalfjes of over wat er echt speelt?
Natuurlijk stoort het me dat ik je niet op val. Dat ik helemaal radio stil en geruisloos onder jouw radar blijf manoeuvreren. Dat het voor jou gewoon niet belangrijk genoeg is. Misschien is het dat ook gewoon wel? Voor jou. Van geen enkel belang.

Dan zwijg ik ook maar. Ogenschijnlijk ook onverschillig of niet geïnteresseerd. Maar eigenlijk sta ik mezelf gewoon toe om weerloos te ondergaan en af te wachten op wat er komt of niet komt.

Als jij er mee zat had je dat toch al laten blijken? Dan was je er toch al over begonnen? Je had dat dan toch al op de een of andere manier kenbaar gemaakt. Of bespreekbaar? Al dan niet subtiel? Of met geroep en getier?

Misschien beeld ik het me allemaal maar wat in en worstel ik er alleen maar zelf mee. Dan hoef ik er jou toch niet mee lastig te vallen? Dan zit het gewoon tussen mijn oren te wachten op een verlossende bevrijding die niet komt.

Tijdverlies!

Maar die constant twijfelende innerlijke stem hoor jij niet. Die praat alleen maar tegen mezelf. Luid en klaar. Ze heeft het steeds verwijtend lang over elk uitvergroot klein ingewikkeld detail van mezelf. Maar zo geruisloos stil zodat jij het zeker niet hoort…

 

 

 

Te vroeg op vrijdagavond

Het is vrijdagavond. De fel rode cijfers van de wekker verraden de tijd. Het is 21:17u en ik lig al in bed. Misschien is het te vroeg om me al aan de nacht over te geven? Ik zit er niet mee.
De zachte regen tikt ritmisch tegen het dakraam. Ik word er rustig van.
De laatste tijd ben ik dikwijls alleen. Alleen en stil op mezelf. Soms ben ik dan ver weg en lijk ik diep in gedachten verzonken en dat is soms wel zo.
Meestal ben ik op die momenten druk aan de slag met iets of iemand wat mijn aandacht heeft opgeëist. Met de voorbije week bijvoorbeeld, die weer bol stond van gebeurtenissen waar ik jullie een mening over verschuldigd ben. Dan begin ik te analyseren. Met beschouwen en over-analyseren om dan meestal te eindigen met over-reageren.

Maar even dikwijls gebeurt er gewoon helemaal niets. Ik oog dan eenzaam of misschien triest dat is maar schijn. Ik heb dan gewoon geen zin in mensen. Geen goesting om te praten of om aan een sociale norm te voldoen. Ik wil dan geen meningen aan mijn hoofd. Zeker geen gedoe.
Op zulke momenten sluit ik me helemaal af en maak ik bewust geen tijd voor nieuws of voor jouw gedachtenwereld. Niet dat je mij niet interesseert of dat jouw dingen me niet bezighouden. Integendeel, het kost me gewoon wat veel moeite of energie om jouw geest er bij te nemen. Om hem te ordenen zodat ik hem begrijp of gepast kan reageren.
Ik tracht meestal te achterhalen wat je precies bedoelt. Hoe je het voelt en waarom je het zegt. Of wat je van verlangt zonder het te vragen.
Voor juiste interactie of voor een juiste repliek, moet ik je opvattingen eerst verwerken om ze goed te begrijpen. Dat kost wat tijd. Wellicht meer tijd dan dat er geduld kan voor geoefend worden.
Een te snelle conclusie dat jouw verhaal me niet boeit is voorbarig en misplaatst. Dat snelle besluit brengt me van mijn stuk. Hoewel het hier van boven razendsnel gaat en ik het probleem klaar en duidelijk zie. Hoewel oplossingen dikwijls in duidelijke beelden voorbij flitsen, kost het me toch meer moeite om dat antwoord juist te formuleren zodat jij ook voelt hoe ik het bedoel. En dan lukt het soms gewoon echt niet.

Om erger te voorkomen las ik op zulke momenten een time-out in en neem ik wat afstand. Ik maak dan wat plaats in mijn hoofd zodat volgende druppels mijn emmer niet doen overlopen.
Voldoende niets doen werkt!
En als ik dan genoeg niets gedaan heb, heb ik hard genoeg gewerkt om straks een beetje tijd over te hebben om iets anders te kunnen doen.

 

Vraagjes tegen de Tijd

 

Vooraleer we beginnen. Nog een vraagje. Heb je er eigenlijk ook zo een hekel aan wanneer ‘s morgens je wekker afgaat?
Maar ik heb helemaal geen wekker. Die zijn uitgevonden om overal op tijd te komen. Ikzelf doe het allemaal een beetje op mijn eigen tempo, en zonder alarm.

Heb je dan geen zorgen of verplichtingen?
Niet meer. Dat is verleden tijd. Op mijn leeftijd heb ik genoeg gezien. Zeker meer dan dat ik gepland had. Zo heb ik de opkomst en ondergang van beschavingen gezien. Ik was erbij toen grote leiders werden geboren. En ook weer dood gingen. De opkomst van de auto en Tv of de computer zag ik vanop de eerste rij. Andere gebeurtenissen waren dan weer maar kleine rimpels in de oceaan van de tijd.

Zal die er dan altijd zijn, de tijd?
Ik denk dat je dat zo wel zou kunnen stellen maar mensen verspillen gewoon te veel tijd! Terwijl anderen hem net proberen te doden. Maar ongeacht wat je ook doet. Je kan hem niet vertragen. Dat gaat niet. De tijd gaat altijd verder.

Welke plannen heb je nog met je tijd?
Ik ben behoorlijk druk bezig hoor. Om mensen een beetje tijd te geven of om ervoor te zorgen dat ze genoeg hebben om te bereiken wat ze nog allemaal willen. Ook al ben ik het er niet altijd mee eens, maar ja wie ben ik.

Verveelt het dan nooit, de tijd?
“Nee, absoluut niet! de tijd herhaalt zich nooit he. Elke dag die om is, is ook voor altijd verdwenen en komt nooit meer terug. Daarom is elke dag uniek en zo spannend. Maar dat snappen maar weinig mensen.

Maar heb je dan eigenlijk wel tijd voor een relatie?
Ja, dat is een lang verhaal. Heb je nog wat tijd? Ik heb een tijdje iets gehad met moeder natuur maar die was veel te veel met zichzelf bezig. Maar, Ik ben een beetje te oud geworden om een achterbakse vrouw te verdragen. Ze wil steeds maar de tijd terugdraaien. Om de dingen beter te maken dan hoe ze gelopen waren. Die dwaze vrouw krijgt dan kuren. Dan zorgt ze voor orkanen, overstromingen of ijstijden of zo. Ik blijf die vrouw vertellen dat de tijd vooruit gaat en niet achteruit, maar ze luistert niet. Ze doet maar, ik steek er mijn tijd niet meer in. Allez dat zeg ik nu… “

Wat doe je dan wel voor het plezier?
Oh, ik speel spelletjes. Mensen zeggen altijd dat ze er geen tijd voor hebben. Maar als ze zich wat minder zorgen zouden maken. Ze zouden alle tijd van de wereld hebben. Om te spelen. Of om te reizen. Of om te doen wat ze graag doen. Ikzelf word er helemaal opgewonden van omdat ik er zeker van ben dat er nooit genoeg tijd zal zijn om alles te doen wat ik nog wil doen.

Dat herinnert me eraan hoe laat het al geworden is. Hoe laat is het…?
… Excuseer dat ik je onderbreek maar sinds het begin der tijden hebben mensen geprobeerd om dat uit te zoeken. Ze hebben zonnewijzers gemaakt. Ze hebben pendels gemaakt om de lengte van het moment te meten. Of Quartz horloges om de nanoseconde vast te leggen. Niet dat het ooit gelukt is of ooit zal lukken. Maar voor mij is het allemaal hetzelfde. De tijd gaat gewoon te vlug om hem te meten. Hoe je het ook probeert. Snap je?

Ja, maar we zullen dit interview waarschijnlijk moeten beëindigen. De tijd is om. Wil je nog iets toevoegen?
Neen, niet echt maar mocht je toch een manier ontdekken om wat tijd te besparen, of in te halen, laat het me dan maar weten. Dan zou ik misschien zelf ook beetje tijd over hebben om een klein beetje vakantie te nemen. Tijd om eens een tijdje uit mijn vertrouwde tijdzone te komen. Maar. Ik moet nu gaan want tijd staat nooit stil.
Ik heb namelijk een spannende nieuwe “eerste” afspraak met Moeder Natuur. Om het uit te praten. Om het nog eens proberen bij te leggen. Ik hoop dat ik nu weer maar niet te vroeg kom… (lachje)

Nog eens bedankt voor het gesprek en je tijd roep ik nog…

dagh en nacht denc ic.

Elke week opnieuw, wanneer ik wil aan vatten, ontwaakt de remmende gedachte dat er niets te vertellen is. Althans niets wereldschokkends of baanbrekend.

Misschien zit er sleet op de pen. Is het op? Twijfel die dient als saboteur om voluit te gaan en die leidt tot doofstomme besluiteloosheid. Het kritische woord vermoord door vlakke onverschilligheid, slome laksheid of creativiteit verwoestende twijfel? Ik zoek het en vind het niet.

En dan opeens wordt een op het eerste zicht kramakkelig woord of associatie, een prelude van ontluikende intieme gedachten. Een voorspel dat mijn vingers op het klavier los smijt en me na een paar uur bemoedigend doet glimlachen over het voortvloeisel. Woordjes traag tot een tekst.

Een wekelijkse tour de force die het klad omzet in beelden die nadien omgetoverd worden in sprekende zinnen. Zo strijk ik telkens opnieuw met mijn denkrimpels van de nacht mezelf weer glad. Zo zit schrijven in elkaar. Dat is wat ik doe. Dat is waar ik mijn portie klein geluk oogst. Bij mezelf.

Niet dat ik veel reactie krijg. Zelden eigenlijk, tenzij op controversiële onderwerpen maar die mijd ik.

Het liefst dop ik mijn pen in de pot om het gewoon maar over mezelf te hebben. Misschien ben ik zo wel mijn eigen psychiater en persoonlijke reflectiebord. Mijn ziel bloot gelegd. De snelheid van het denken belemmerd door de traagheid van mijn hart.

Zonder verborgen agenda maar gewoon als remedie tegen het allesomvattende niets. Of om met mezelf in het reine te komen omdat er dan geen verborgen agenda meer is.

Omdat dan het filosoferen en het speculeren kan stoppen.

 

Ego

Soms wil ik weerwoord bieden aan dat stemmetje in mijn hoofd om er kordaat tegen te zeggen: “Je stoort. Mag ik je alstublieft verzoeken om weg te gaan. Je snijdt me de pas af?”

Heel af en toe is het gehoorzaam. Dan vervaagt het en gaat het even helemaal weg. Af en toe houdt het zich een paar ogenblikken stil en afzijdig en bemoeit het zich even niet met mijn gedachten. Dan stopt het met souffleren en geeft eventjes geen voorzetten meer op  antwoorden die ik zelf nog moet formuleren of bedenken. Dan kan ik mijn verlegenheid aan de kant schuiven en krijg zelf wat ademruimte voor een afwijkend standpunt of een excentriekere zienswijze.

Even dikwijls valt het echter voor dat het niet stopt. Dat het, het gesprek helemaal overneemt of opeist. Om op die manier het hoge woord te kunnen voeren en te beslissen welke richting de conversatie uit mag gaan om er zeker geen grip op te verliezen.  Dan wil ik zeggen: “Maak dat je wegkomt. Ik was hier eerst. Je hebt hier niets verloren. Vlieg maar weg. Bedankt voor alles.”

Op die momenten zou ik het willen plukken als een paardenbloem. Dan zou ik de pluizen ervan wegblazen. In een ander grasperk. Om daar te groeien en er te gaan storen in het perfecte groen. Maar ik doe het niet. Ik laat het toe. Ik tolereer het omdat het mij uitkomt. Omdat het bij moeilijke situaties mijn onwetendheid camoufleert. In gênante discussies mijn onzekerheid maskeert. En me bij gesprekken met interessantere of slimmere mensen de illusie geeft expert te zijn over onderwerpen waar ik maar weinig of helemaal niets van begrijp.

Mijn ego. Wat een heimelijk venijnig ding is dat toch? Mijn dekmantel en mijn ultieme alibi die me steeds opnieuw influistert wat ik het liefste van al hoor en me uit de wind zet als ik de storm van voren krijg.

Maar die bekentenis zou ik nooit doen tegenover jou. Daarvoor is mijn ego net iets te groot.

 

Verzapt!

IMG_1852

De wereld is verzapt. Ik ben verzapt.
Diep weggezonken in vluchtige oppervlakkigheid.
De dagelijkse vluchtige interactie is een verslavend pilletje dat ik ook gulzig binnen slik omdat ik zo de illusie staande kan houden dat ik een sociale duizendpoot ben.

De snelheid waarmee het ene scherm zich inwisselt voor een ander is beangstigend. Van smartphone, naar tablet. Van tablet naar laptop. Van laptop naar x-box. Van x-box naar smart tv. Van smart tv naar I-phone…
Gapend val ik even kort weg in mijn sociale coma.

Eens dan gekluisterd aan mijn favoriete aantal pixels van het moment, zap ik verder. Koortsachtig aai ik mijn schermen in de zoektocht naar wat ik wil horen of waar ik me fors tegen kan afzetten. Ik like wat ik denk te moeten liken en ik roeptoeter hard tegen meningen die niet de mijne zijn of waar ik geen schare likes en shares mee kan opstrijken. Duim omlaag. Boze smiley.

Ik verschuil me achter de zalvende gedachte dat ik maar doe wat iedereen doet. Ik schuif, swipe, en share de vluchtigheid van me af zodat ik authentiek met een veilige populaire mening achterblijf. Zo prent ik me dan in dat ik gerespecteerd word omdat ik mezelf weer mag prijzen met een koppel verse hartjes en duimpjes.
Een share of retweet is de bloemmekee van het sociale vuurwerk.

De waarheid, het verhaal of de feiten, facultatief en onbelangrijk.

En iedereen doet het zonder er zich een juiste vraag bij te stellen. De ene koe/stier achter de andere, op weg naar de voerbak met gemalen koren. De poten in de stront.

En opeens ontstaat de gedachte om er een column over te schrijven maar ik kan me net op tijd inhouden omdat ik vermoed dat je al naar het volgende scherm gezapt bent…

Badhairday en een volle tampon.

hecandoit

Als je een paar decennia geleden als vrouw een ietsje meer ambitie had dan in potten roeren, witte was in de week zetten of voor de kinderen zorgen was je een zonderlinge. Tenzij je Tina Turner, Margret Thatcher of Diana Spencer heette. Je moest dan wel eerst als ijzeren maagd door het leven gaan of van manlief meer mot dan knuffels krijgen zodat je echt geen andere keuze meer had dan je vrij te vechten.

Het perfecte vrouwenbeeld dat de gemiddelde pee voor ogen had als zijn ideale Athena, lag ver weg van die dames die toen de wereldpers haalden. Ofschoon hun talent, assertiviteit of ambitieuze doortastendheid niet kon genegeerd of ontkend worden, werden ze toch meer als bedreiging dan als rolmodel geportretteerd. Of als poppemie dat kon ook.

Zonder het wellicht te weten of te willen, zetten die succesdames op hun manier het werk voort of maakten af waar geëmancipeerde dolle-mina’s jaren eerder hun soutien voor in brand hadden gestoken of baas in eigen buik hadden voor geroepen

Vandaag de dag is de kous aan de andere voet.  Mannen hebben als onbegrepen wezen een probleem. Vrouwen een goed verborgen geheim.

Mannen weten zich geen houding aan te meten wanneer ze links en rechts door grieten voorbij gestoken worden in het peloton van de succeskoers. Vrouwen blijken namelijk betere studenten te zijn die makkelijker praten en beter luisteren. Ze zijn gematigdere leiders die verenigen in plaats van muren op te trekken. Ze slagen er tussen soep en patatten nog steeds in een nest kinderen groot krijgen, terwijl ze ondanks al die drukte er ook nog in lukken veel langer heet en gereed te blijven dan hun mannelijke opponenten.

Alles en overal, gelijktijdig zonder glijmiddel.

Wil je heden ten dage succesvol zijn, moet je vrouw zijn. Dan pas heb je een streepje voor. Terwijl de mannelijke macho nog steeds denkt met spierballengerol indruk te kunnen maken, durven dames zonder blikken of blozen roepen dat die volle tampon hen niet langer in de weg zit voor een portie stomende seks.

Jaloers als ik ben tracht ik haar vol verwachting te imiteren om op die manier het geheim tot succes te kunnen ontfutselen. Ik ga 4/5e werken en probeer zo met minder betaalde uren evenveel werk te verzetten dan met een fulltime baan. Ik overlaad me met schuldgevoelens omdat de combinatie werk gezin me zwaar valt en ik blijkbaar altijd wel iemand te kort doe. Ik pieker me suf over een passende outfit voor een ontmoeting met een oude vriend.  Ik roer in potten en ga naarstig aan de slag met dweil en stofzuiger. Ik smeer nacht-dagcrème en trim of epileer zorgvuldig elk haartje welke de perfecte gladheid in de weg zou kunnen staan. Ik forceer mezelf om me minstens vijf dagen van de maand geprikkeld en kittelorig te voelen en fake met overtuiging hoofdpijn als intimiteit me niet uitkomt . Ik friemel net zolang aan mijn kapsel tot ik een badhairday heb en slurp me suf aan koffie verkeerd met imitatiezoet.  S’ avonds hang ik in de zetel met een veel te grote joggingbroek en een slobbertrui en probeer een traan te onderdrukken wanneer Simonneke het weer te verduren krijgt. Alleen die witte slaapsokjes laat ik achterwege.

Maar het help geen fuck. Ik raak geen millimeter vooruit en blijf spartelen als een vis op het droge.  Mijn mannelijke onzekerheid houdt me nog steeds klaarwakker tijdens mijn zo verdiend nachtelijk schoonheidsslaapje.

Als ik dan gegeneerd en ontgoocheld aan mijn vrouw vraag wat er mis, waarom het niet lukt en zo hoop dat ze een tipje van de sluier oplicht, lacht ze en zegt ze: “wees eens een vent en ga eens naar de voetbal of zo en drink een pint in plaats van die muntthee”

Ik pruts aan de mal van mezelf.

Hoe steviger ik mijn hand dicht knijp om dat losse zand bij te houden des te sneller het weg vloeit. Tot er maar een paar korreltjes meer achterblijven.

0e9d8548b2efc7b0a580796870548019_medium

Het denken, doen en laten van mensen. Ze willen begrijpen, veranderen en controleren. Het houdt me heel ver weg van mezelf. Beschouwen, oordelen en vonnissen daar ben ik goed in. Ver weg van mijn eigen spiegelbeeld bemerk ik heel scherp het vlekje welke jouw gezicht ontsiert.

En dan ben ik me kwijt. Helemaal verloren in de opgehoopte speculaties, oordeelvellingen en taxaties van anderen. In mijn hoofd staan jullie te dringen voor mijn aandacht en mijn mening. In rijen achter elkaar. Soms geduldig ordelijk, vaak onbeleefd en opdringerig. Jullie versperren mijn weg en duwen me van mijn pad zelfs al weet ik niet waar ik naar toe ga.

En dan wil ik onvindbaar verdwijnen. Doelloos afwezig worden en op zoek gaan naar wat rust. Ergens, nergens.

Wanneer zal me dat lukken? Waar ben ik me verloren en waar vind ik me terug? Hoe laat ik alles los wat me tegenhoudt in de zoektocht naar mezelf?

Hoe en wanneer ontvouwt de vlinder zich uit de pop die me verborgen houdt?

Ik weet wel dat het niet gebeurt door me met jou te vergelijken of door te trachten te beheersten wat jij denkt. Datgene wat jij van mij denkt is niet van mij maar van jou. Ook weet ik dat de comfortzone niet dat plekje is waar magie gemaakt wordt en dat ik zelf mijn beperkende overtuiging ben in het excuus dat ik bedenk om iets niet te doen of te worden.

En dan begin ik te prutsen aan mezelf en schrijf wat gedachten op. Mijn innerlijke stem begint dan te roepen en te tieren en wurmt zich in een nauwe spleet een weg naar buiten. Vingers tokkelen snel en spuwen alles er uit. Ik laat los wat niet bij mij past en ontdoe me van het ballast dat mijn reis verzwaart. Kaf apart van koren.

En dan tracht ik het zaakje blauw-blauw te laten. En is dat dan zwak? Of net sterk? Moet ik toch het gevecht aangaan dat niet te winnen is? Of blijf ik niet beter uit die boksring om nog wat aan mijn details te prutsen zodat ik straks beter pas in de mal van mezelf.

Selvportrett mellom klokken og sengen, 1940-43

De reuk van het verleden.

IMG_1806

De grauwe, ietwat vale gordijntjes zitten nog steeds strak opgespannen achter de glas-in-loden-vitrinedeurtjes van het bovenste gedeelte van de kast.

Als ik het koperen slot van het deurtje open draai is de muffe geur het eerste wat me herkenbaar tegemoet komt.
Hoewel elke oude kast eender ruikt, een beetje zoals een grijs boek verbergen ze toch allemaal hun eigen geheime historie.

Beschamend of vergeten familiegeluk veilig verscholen achter vale vitrages.

Het ooit hagelwitte porseleinen eetservies is ietwat gelig geworden en steekt af tegen de glanzende kristallen wijnglazen.
Van dat chique glasservies ontbreekt er één rode wijnglas omdat ons ma dat ooit net iets te onstuimig opgeblonken had na het laatste feest waarop het had gediend.
Ik hoor ons moe nog jammeren omdat haar 60 jaar oude huwelijkscadeau nu niet meer compleet was terwijl haar huwelijk dat zelf toen al bijna 30 jaar niet meer was.

Nostalgie doet iets met een mens. Toen ook al.

De lijmnaad van de soeplepel die past bij de keramieke soepterrine verraadt dat hij wellicht ook ooit voorwerp is geweest van een accident. Of misschien ongewild slachtoffer werd van een uit de hand gelopen zinloze familiale discussie. Wie zal het nog zeggen?

Ik weet perfect wat er allemaal in die kast zit toch. Toch kan ik nooit voorspellen welke herinneringen opduiken wanneer ik de deuren en schuiven er van opentrek.
Ik heb dan helemaal geen controle over mijn afdwalende gedachten naar dat ver, vergeten gewaand familieverleden. Alsof de herinneringen dan opnieuw helder en gedetailleerd ontwikkeld en geprojecteerd worden in de donkere kamer van mijn geschiedenis.

En dan moet ik nog aan de schoenendozen met foto’s en polaroids beginnen. En aan al die fotoalbums waarvan de kaften de heimwee verraden van de foto’s die er zoveel jaren geleden zorgvuldig werden ingekleefd.

Nostalgie het doet iets met een mens. Nog altijd.