Uitgesteld relais

Dit is een kerstkaart met heel veel vertraging en een nieuwjaarswens met maar een klein beetje retard.

Ten eerste heel erg bedankt dat je hier in mijn postclubje zit en dat je af en toe een verhaaltje oppikt. Het is telkens leuk om te ervaren dat een paar kromme woorden of een koppel scheve gedachten tot een frons of een glimlach kunnen leiden. Daar fleur ik helemaal van op. Noem het maar ijdelheid of snobisme. Doe gerust, ik zeg dat daar ook tegen!

Het is misschienwat ‘old school’ om een nieuwjaarsbrief te sturen maar ik houd ervan om het opdeze manier en persoonlijk te doen dan lees je het als je er de tijd voor hebt,of niet als je het niet wil.

Een nieuwjaarsbriefzou bij voorkeur een terugblik op het afgelopen jaar moeten bevatten en diekomt er ook maar eerst wil ik al zeggen dat ik het nog altijd graag doe en datik er nog even mee doorga.  Ik wil zolang mijn wekelijkse portie zin en onzin uit mijn inktpot blijven schudden, totik er geen goesting meer in heb. Tot de lichtheid van mijn bestaan zo zwaar zalbeginnen doorwegen dat ik er geen woorden meer wil aan verspillen. Maar zo verben ik nog niet. Dat zal nog niet voor morgen zijn. Niet vooraleer ik dekelders en de zolders van mijn brein heb leeg gehaald en ze hier heb uitgeschud.Als de wind goed zit, of als de zomer en het mooie weer samenvalt zit ermogelijks zelfs een tweede boek in. Als de sterren juist staan. Ik kijk er al naaruit.

Dat brengt me naadloos tot 2018. Om er een paar tellen bij stil te staan en er even op terug te kijken. 2018 heeft me verbaasd. Nadat ik onze pa verloor en daarmee een stukje van mezelf, kwam ik er ongevraagd achter dat je het leven niet kan berekenen. Emoties zijn niet te controleren of te beheersen, anders heetten ze fysica of chemie en ik ben geen wetenschapper. Eerder een troubadour of zo, of een verhalenboer van vertelsels waar niemand zit op te wachten. Het duurde even voor rouw en treurnis baan kon ruimen voor herinneringen. Sterke herinneringen en scherpe beelden die me opnieuw deden glimlachen. Ik schreef er al over. Je weet het al.

Ik ben hetblijven doen, hoe ik me ook voelde. En met schrijven verdween het gepieker. Ikheb niet veel nodig om me te ergeren aan de wereld. Ik kwam er achter dat doordie ergernis, ik me nog meer ging martelen. Ik ging inzien dat ongenoegen eenperfecte voedingsbodem is voor nog meer wervel en ander misnoegen. Ergenshalverwege ben ik er mee gestopt. Ik heb me afgezonderd van het onheil. Het heeftmij deugd gedaan. Ik kwam tot inzicht dat ik ongelooflijk veel geluk heb en dathet voor het oprapen ligt, vlak voor mijn voeten, als ik maar de moeite neem omhet te zien liggen. Mijn vrouw, mijn kinderen, mijn huis en mijn zetel waar ikhet liefst van al languit in lig. En dan ben ik soms beschaamd dat ik hetaandurf om neerslachtig te zijn.

In januari mochtik op you tube getuigen hoe het voelt om weer baas te zijn, over het leven datik leid en over duivels die ik bezweer. Meer dan negenduizend mensen luisterdennaar wat ik te vertellen had. Tot dan wist ik niet eens dat ik iets tevertellen had. Het zou een vreemd jaar worden.

In februari wasik in Leuven in café de l’ industrie. Het was een uitzonderlijke ervaring om daarte vernemen dat twee wildvreemde mensen die toevallig een uitgeverij draaiendehouden een boek wilden drukken, over dingen die ik geschreven had. Toen ik dat kladboekvoor de eerste keer kon vastnemen was ik tegelijk fier als een weekluis enbevreesd als een wezel. Er moest nog geschrapt en verbeterd worden enbijgeschreven. Ik kwam er achter dat een boek als een kind is dat zijn eigenweg gaat.  Dat het nooit af is maar dat hetgoed genoeg bevonden was en dat een punt of komma meer of minder, het nietbeter of slechter zou maken.

In juni mocht iker over praten. Bij de introductie kreeg ik al wat vegen uit de pan van MarcHenderickx, die het niet kon laten intieme details van mijn jeugd teontluisteren. Net na de voorstelling, waar Roos Van Acker me uit het slijk hadgetrokken, zodat ik niet wegzonk, vroeg een journalist me hoe het boek totstand gekomen was. Door het slijk dat nog aan mijn hemd kleefde voelde ik meeen uitgeputte veldrijder die alleen maar kon prevelen: ‘Omdat ik goei benenhad.’

In 2018 is erheel wat gebeurd. Op de boekenbeurs en op signeersessies leerde ik naast kookboekschrijversook vele andere auteurs kennen, van straffe boeken en van nog moedigereverhalen. Dat blijken dezelfde mensen te zijn zoals u en ik. Mensen metdezelfde droom en met dezelfde angsten en zenuwen. Met dezelfde vragen en twijfelsen met dezelfde geveinsde zelfzekerheid. Maar met dat verschil dat ze allemaalde schaamte en de vrees overwonnen, om drempels te nemen. Om hun waarheid tevertellen en er in eigen taal voor uit te komen. Om in sierlijke woorden tevertellen wat zij er van vinden zonder zich te laten beïnvloeden door wat degrote massa wil of denkt.

Met jegoedvinden wil ik dat in 2019 ook nog doen. Als je dat ok vindt tenminste en als je het niet leuk vindt, ga ik er geenslaap voor laten. Dat doe ik alleen om eigenwijze verhaaltjes te verzinnen. Endan hoop ik dat je curieus geworden bent naar wat er in 2019 in dat tweedeboekje zal staan.

Topjaar

Het is 29 december 2018. Op de analoge wereldklok van mijn gsm verspringt de secondewijzer precies om 6 uur 19, van 23 naar 24. Hoewel ik me volgens de gps coördinaten van mij Smart Phone, in de grootheide 28 te Bornem bevind, verklapt datzelfde toestel me ongevraagd dat het in Temse (dat 5km verwijderd is van de plaats waar ik me bevind) plus vier graden is. Dat de luchtvochtigheid er 95% is, dat wind er aan 19 km per uur blaast en dat de atmosferische luchtdruk er 1034,2 hectopascal bedraagt. Dit is 49.6 punten lager dan in Bornem waar de luchtdruk 984, 6 hectopascal is. Ik wijt dat verschil aan het Scheldewater dat tussen de twee meetpunten stroomt.  

Op dat zelfde moment zit een zeldzame mug, die de eerste vrieskou overleefde, op de wreef van de voet van mijn dochter. Ze prikt haar puntige snuit in het jonge vel en zuigt zich helemaal vol bloed tot ze voldaan is. De mug zuigt zo gulzig dat het lichaamsgewicht van het insect met 80% is toegenomen en de vluchtsnelheid met 50% is afgenomen. Onder andere daardoor zal straks van die muskiet niets meer overblijven dan een rode vlek. Wanneer mijn dochter haar met de handpalm genadeloos plat zal slaan tegen de wit gelakte kleerkast. Uit wraak voor die irritant jeukende bobbel op haar voet. Vermijden dat de mug steekt, gaat niet omdat mijn dochter op het steekmoment nog slaapt en een nachtmerrie heeft over haar eerste veranderingen die eveneens een rood vlekje zullen achter laten in haar nieuwe slaapshortje. Het ene bloedbad is het andere niet.

Tegelijkertijd is mijn vrouw, die zich snurkend twee verdiepingen hoger bevindt, bomen aan het omzagen. Over exact 40 minuten en 36 seconden zal ze daar abrupt mee stoppen en zal ze het dekbed over haar hoofd trekken. Niet om zich af te weren voor die zoemende mug want die zal op dat moment, door het bloed van mijn dochter, te veel wegen om de afstand tussen de twee verdiepingen te kunnen overbruggen. Maar wel voor de wekker die nog op alarmstand staat en hels lawaai zal maken. Ze zal te slaapdronken zijn om de off-knop te vinden en zal daarom de wekker op de vloer gooien. Hierdoor zullen de batterijen uit de wekker floepen en zal het irritant gejengel even abrupt ophouden als dat het begonnen is. Het slechte humeur zal zich de hele dag laten voelen en zal dompers zetten op normale vreugde. Maar eerst zal ze me geïrriteerd vragen waarom ik in hemelsnaam een alarm gezet heb op een zaterdagmorgen.

Al deze taferelen en de gevolgen ervan zullen plaats hebben over precies 8 minuten en 32 seconden.

Ik lig op de sofa en van achter mijn laptop kijk naar de mistige vochtigheid buiten. Het is al een hele poos geleden dat ik nog zo lang naar een wit blad gestaard heb. Ik maak koffie en scheur het derde laatste blaadje van de kalender.

‘Draait de kat haar rug naar het vuur, komt daar sneeuw van op den duur.’ Ik lees de achterkant van negenentwintig december en bedenk: ‘Wat moet ik daar nu mee? Ik heb geen vuur en geen kat.’  Daarom ga ik naar beneden. Naar de kamer van mijn dochter, om de mug die nog niet gestoken heeft, plat te meppen.  Aangezien al het bloed nog in de aders van mijn dochter zit, laat dit geweld geen bloedsporen achter op de wit gelakte kast.

Een aantal ogenblikken later en nadat ik het alarm van de wekker heb afgezet begin ik de voordelen te zien om door het leven te gaan als superman. Ik heb er vandaag al zeker één en mogelijks meer bloedbaden mee kunnen voorkomen maar al zeker heel wat andere persoonlijke ellende.

2018 wordt toch nog een topjaar!

Vlezige oorlellen en grote oren

Het was een doodgewone bruine kroeg die je vroeger in elk dorp vond. Er hing een intieme sfeer van huiselijke gezelligheid en geborgenheid die je alleen in zulke cafés aantreft. Het doorleefde karakter van dat staminee was authentiek en daarom niet na te bootsen. De verweerde spiegels en de zwart wit, vergeelde foto’s in de houten bruine omlijstingen deed vermoeden dat de krocht vroeger ook nog dienst had gedaan als coiffeurszaak.

Tegenover een groep mannen aan de toog die luidruchtig praatten, zat een ongewoon koppel. De man, hooguit een paar jaren ouder dan ikzelf, had het muffe uiterlijk van iemand die zich in een bureau van het plaatselijke postkantoor helemaal in zijn element zou voelen. De dame die in zijn gezelschap vertoefde, was fris en fruitig. Hoewel het behaaglijk, zelfs iets te warm was, stonden twee kippen met de bek door de draad naar mij te staren. Waarom de dame in kwestie, onder die witte bloes geen bh droeg en waarom me dat opviel is vreemd maar niet geheel onlogisch omdat belangrijke details mij nu eenmaal altijd onmiddellijk in het oog springen. Net zoals de subtiele tekening van jing en jang die op haar pols, in permanente inkt was gekerfd, me ook direct was opgevallen.

Hij (de man dus), had helemaal niets weg van George Clooney of van Harrison Ford en die vergelijking was een onderschatting. Zijn hoofd was veel te groot voor het kleine gezicht dat hij maar had. Het was een vreemde snijboon. Door het zware hoofd leek zijn nek te lang voor de karakterkop die hij ermee moest torsten maar het waren vooral zijn grote oorlellen die opvielen. Ze waren donzig en vlezig en er groeide dikke grijze haren op. “Eens er haar uit neus en oren groeit, is het vet van de soep”, taxeerde ik de zonderling zonder een verder aanwijsbare reden, die mijn minzaamheid zou kunnen verantwoorden. Op zijn paarse aardappelneus, die rood dooraderd was balanceerde een vierkant brilletje met beduimelde glazen. De trenchcoat die hij droeg, zat vol met vlekken en ingebrande sigarettengaten. Toch hing de jonge vrouw, van hooguit dertig vol bewondering, haast gebiologeerd aan zijn lippen, alsof hij haar de mooiste woorden toe fluisterde.

Zonder aarzelen nam ik curieus plaats naast het vreemde stel. Ik was op gehoorafstand gezeten zodat ik weldra, nieuwsgierig zou kunnen achterhalen wat de snuiter allemaal te vertellen had en vooral waarom de liefelijke verschijning al haar aandacht er aan opofferde.

Ik werd bediend met koffie. Of wat er moest voor doorgaan. De bak troost werd door een dame met witte schort helemaal naar de verdoemenis geholpen omdat het zwarte sap dat door de espressomachine aan de gemalen koffieboon ontwrongen was, aangelengd werd met veel te veel water. Water dat dan nog te heet was, waardoor de natuurlijke bitterheid van de boon helemaal verbrand werd. Mijn voorkeur gaat eerder uit naar ‘slow coffee’ die traag doorsijpelt in een filterzakje waardoor alle aroma’s en smaken zich op het juiste tempo vrijgeven zodat de bittere zuurte in alle schakeringen kan geproefd worden. Al dan niet met wat zoetigheid. De harde botertruffel met chocoladeschilfers die bij de zwarte leute bij geserveerd werd, compenseerde gelukkig wel ruimschoots de slapte van het brouwsel.

‘Hoe krijgt hij dat toch voor elkaar?’, dacht ik met ingehouden, niet-gespeelde jaloezie, absoluut niet wetend waarover hun conversatie ging of wat hun onderlinge relatie was.

Na drie te slappe koffies en drie te harde schilfertruffels, kwam ik erachter dat de man buiten een academische ‘ik begrijp het en hoe voel je je daarbij of hoe ben je daar dan mee omgegaan’, helemaal niets te vertellen had. Met zijn veel te grote oren deed hij niets meer maar ook niets minder dan alleen maar luisteren. Naar dramatische, in trieste verhalen van een jonge dame die al veel te veel had mee gemaakt voor de jaren die nog maar op haar teller stonden.

Toen ze even later de deur van de kroeg achter zich hadden dichtgetrokken en elk hun eigen weg gingen dacht ik. Het is helemaal niet door sterke verhalen te vertellen of straf uit te pakken met goed bedoeld slecht advies dat je eerlijke aandacht krijgt. Die krijg je volgens mij alleen maar door er gewoon oprecht geïnteresseerd naar te luisteren. Naar hoe ze ontstaan zijn en naar wat ze aangericht hebben.

Ik bestel nog een vierde koffie en besluit ook nog maar wat verder te zwijgen. Misschien mag ik dan straks ook luisteren naar een innemend verhaal zodat ik ook kan vragen hoe je daar dan mee bent om gegaan. Misschien koop ik ook nog wel eens een oude trenchcoat met vlekken en met ingebrande sigarettengaten. Wanneer er grijze haren uit mijn neus en oren groeien.


Oorkonde van deugdzaamheid

Onbezonnen groot worden, wat een voorrecht. In mijn kuikens-jaren bleef ik grotendeels gespaard van eeltvorming op mijn ziel toen ik uit me uit mijn schelpje bevrijdde. Ik mocht lichtvaardig en onbesuisd groeien als een kool zonder me over al te veel grote zorgen hoeven te maken. Pijnlijk leed hoefde ik niet te negeren want het was er gewoonweg niet. Toch niet in de leefwereld onder mijn kerktorentje. Ik was geprivilegieerd en rijk geboren. Wat een luxe.

Al weken lang volg ik de één productie kinderziekenhuis. Zonder tussen beiden te kunnen komen krijg ik inkijk in het leed, in emotie en vertwijfeling maar ook in hoop moed, veerkracht en doorzettingsvermogen van jonge patiëntjes en hun ouders. Ik hoef het onzekere lot van een ziek kind niet uit handen te geven aan dokters of verpleegsters in een kinderziekenhuis. Ik moet niet dagelijks in onzekerheid leven en wachten op een onheilspellende diagnose die het leven van een van mijn kinderen door de willekeur van het lot, ingrijpend zou kunnen veranderen. De verhalen en de getuigenissen van gekwetste zielen komen hard binnen. Met een kramp in mijn maag en met natte ogen kom ik tot besef. Ik ben bevoorrecht met mijn gezonde kinderen.

 Een uurtje later kom ik zappend aan in Jemen, een land zich op de rand van de afgrond bevindt. Het ondergaat de grootste mogelijke menselijke crisis ter wereld. Elf miljoen kinderen worden dagelijks geconfronteerd met geweld, ontbering ziekte of ondervoeding en zijn er onrechtvaardig groot slachtoffer van. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ondervoede schimmen van wie de buik aan de rug kleeft komen, smekend om een aalmoes of een korst, de huiskamer binnen gestrompeld. Ik krijg de beelden ervan niet gecensureerd en ik besef. Ik ben bevoorrecht met mijn land, met mijn afkomst en met patatten in de kelder.

 Vandaag bestel ik koffie, zoals gewoonlijk. Ik speur rondom mij naar wat levendigheid. Vier mannen, gezegend met jaren zitten langs mij. Ze drinken trappist, de ene blonde de anderen donkere. Door hun uitlatingen en gebaren geven ze indruk elkaar te vervloeken. De ene omdat hij voor zijn beurt speelde. De andere omdat hij vergat troef te volgen. Elke week zitten ze hier in elkaars gezelschap de namiddag door te brengen. Ze klagen niet want ze zijn bezig met wat zij op dat ogenblik het belangrijkste vinden.Vrouwen worden in dat gezelschap niet getolereerd. Hen maak je niets meer wijs hoor ik mezelf denken. Zij weten al beter. Op een speciale manier zijn ze ook geprivilegieerd. Door leeftijd en door jaren en omdat ze voor even verlost zijn van hun vrouwen die het beter weten.

De krant die ik vastneem staat bol met slecht nieuws. Ze is gevuld met artikels over politiekers van wie het ego groter is dan de toren van Babel. Reportages van gore figuren die het in de wereld voor het zeggen hebben. Met onze centen bekampen ze elkaar voor persoonlijke doelen die ze over veertig dagen willen behalen. Zij zijn ook bevoorrecht maar op een vieze manier. Ze zijn geprivilegieerd om, met een alleenrecht en het voorwendsel van een betere wereld, persoonlijke ambities die met rode bolletjes ingekleurd worden, te realiseren. Op de kap van arme zielen zoals wij.

 Rode neuzen, ze zijn maar pas van het scherm verdwenen en de warmste week springt al in beeld. Otto-Jan Ham, Eva De Roo en Michèle Cuvelier zullen ons proberen met het juiste goede doel en met het gepaste hippe verzoeknummer een geweten te schoppen. Terwijl de rest van de wereld naar de kloten draait.

En dan denk ik, ‘Ik ben bevoorrecht om me zorgen te kunnen maken over problemen en vast te stellen dat een probleem maar een probleem is wanneer ik er zelf geen last van heb’.

Ik bestel nog een koffie. Een van de oudjes heeft een solo verloren. Hij zal zich straks vast ook niet bevoorrecht voelen. Wanneer de rekening moet vereffend worden.

Jan en Jantelov

Vraag me niet hoe het komt of waarom het ooit mijn aandacht opeiste en het sinds dan aan mijn vel is blijven plakken. Ik kan me het niet meer precies voor de geest halen.

Misschien was het wel mijn verre Deense vriendin die me er in een hoog opgelopen politieke discussie over links en rechts op alludeerde. Wellicht heeft ze me het toen voor de voeten gegooid. Ik weet het niet meer precies maar sinds ik er lucht van gekregen heb, heeft het me nooit meer helemaal losgelaten.

‘Janteloven’ zo wordt het in het Noorden genoemd.  Het zijn eigenlijk maar tien regels die me iets duidelijk willen maken:

  1. Je moet niet denken dat je wat bent.
  2. Je moet niet denken dat je even veel bent als wij.
  3. Je moet niet denken dat je slimmer bent dan wij.
  4. Je moet je niet inbeelden dat je beter bent dan wij.
  5. Je moet niet denken dat je meer weet dan wij.
  6. Je moet niet denken dat je meer bent dan wij.
  7. Je moet niet denken dat je deugt.
  8. Je moet niet om ons lachen.
  9. Je moet niet denken dat iemand om je geeft.
  10. Je moet niet denken dat je ons wat kunt leren.

Jantelov is Scandinavisch dat is zeker. Het lijken tien arrogante vingerwijzingen die bedoeling hebben om kort te houden. Om spiegel voor te houden en me in te peperen dat ik eigenlijk niet al te veel voorstel zodat ik niet te hoog van de toren ga blazen. Maar is dat wel zo? Klopt dat wel? Ik ben al even op zoek naar wat er precies tussen de regels te lezen staat. Ik vraag het me af, of het wel geschreven is als gedragscode of als reglement om initiatief te beknotten en om volgzaamheid te cultiveren. Of is het net het omgekeerde en moet het net daarom beschouwd worden als kritiek op dit soort van denken en handelen?

Het is geleden van de godsdienstles uit mijn humaniora dat tien regels me nog zo bezig hielden maar dat was omdat ik ze toen van buiten moest leren.

Toen ik deze nieuwe tien geboden voor de eerste keer las, was ik inderdaad van mening dat het maar brute kritiek was die tien keer krachtig gespuid werd op een bekrompen manier van denken. Als een soort berisping of waarschuwing van de ‘champignonmaatschappij’, die me er moest doen aan herinneren dat, eens mijn wit kopje in de mest is uitgekomen, het toch onmiddellijk zal afgemaaid worden. En dat ik daarom maar best, gewoon met de stroom mee kan stromen zoals dode vis die meedrijft in een rivier. Niet te weerspannig maar gedwee en mak om klakkeloos en zonder nadenken mijn lot te aanvaarden.

De tekst kreeg plots een hele andere betekenis toen ik met de persoonlijke voornaamwoorden begon te spelen. In de ik-vorm worden de regels opeens een uitdrukking van bescheidenheid en nederigheid. ‘ ik moet toch niet denken dat jij van mij wat kan leren.’ In de jij-vorm werd het dan weer een ode aan gelijkwaardigheid tussen mensen waar de ene niet beter of slechter is dan de andere. Al zou ‘Jantelov’ evengoed kunnen geïnterpreteerd worden op de manier zoals ik het de eerste keer deed, om mensen te beknotten en te betuttelen.

Hoe ik het ook wend of keer ‘Jantelov’ is nog zo onnozel niet. Op de een of andere manier vind ik er wel een boodschap in waar ik verder mee aan de slag kan. Om dingen te relativeren, om me met mijn voeten op de grond te houden wanneer ik wat hoogdravend word of om me er mee onder mijn kont te trappen als ik ingedommeld raak.

En dan hoop ik maar dat de grootsprekers in de politiek, in het bedrijfsleven of in de financiële wereld ook een beetje ‘Jantelov’ worden zodat dat de machtswellust of de zelfverheerlijking een beetje getemperd wordt en bescheidenheid wat bovenhand krijgt.

Want of je nu wereldleider, top politicus, minister of staatssecretaris bent: ‘Je moet niet denken dat je wat bent!’

%d bloggers liken dit: