Categorie: Oordelen

Blaas je bel eens stuk!

Licht geïrriteerd trek ik in twee trekken de vuurkegel van mijn Marlboro light zo heet zoals ik alleen dat kan. In twee halen en in evenveel tellen stook ik het papier en de tabak van mijn sigaret in geen tijd op tot aan de filter. Op dat zelfde moment giet een kalende man van middelbare leeftijd, die op minder dan tien passen van mij verwijderd is, zijn ribbeltjespint met één langgerekte teug en zonder te slikken in één keer naar binnen. De handelingen waar van sprake, hadden zich het afgelopen half uur al vier keer herhaald. Mocht ik ervoor gekozen hebben om op dat moment voor de tv te hangen, hadden deze volstrekt onbelangrijke feiten die zich op donderdagavond omstreeks 9u38 op het buitenterras van een oerdegelijk Vlaams bruin biercafé afspeelden, niet plaatsgevonden. Nu dus wel, zoals elke week trouwens op donderdag want ikzelf en nog een paar andere verstokte rokers staan daar wekelijks. We zuigen daar aan onze sigaret, aan onze sigaar of aan onze met nicotine gevulde elektrische pijp omdat we al een tijdje en meer bepaald, sinds we in de eeuw van de betutteling zijn aanbeland, naar buiten zijn verbannen om daar gezellig rond een hoge ronde partytafel in de rook te hangen. De paria’s van de kroeg moeten namelijk sinds dan buiten paffen. De al vervuilde fijne stoflucht van niet-rokers die binnen blijven zitten, wordt zo niet met nog meer fijn, vuil stof bezoedeld zodat deze er net iets properder kan ingeademd worden. Diegenen met wie ik wekelijks op donderdagavond omstreeks 9u38 mee rond de tafel hang om te paffen, begrijpen dat allemaal omdat ze nadenken en een beetje sociaal normbesef vertonen opdat mensen die toevallig op donderdagavond ook naar dat oervlaams biercafé trekken hun longen er niet per c  met teer, nicotine of met andere schadelijke brol hoeven te vullen omdat wij daar voor kiezen. Zij zullen er op donderdag en vaak op alle andere weekdagen die eindigen op dag wel voor opteren om hun lijven tot aan hun adamsappels vol te gieten met pinten of met andere geest verrijkende drank. Dat is namelijk hun manier om vijftien jaar eerder de pijp aan Maarten te kunnen geven omdat levercirrose en maag- of darmkanker hun uitverkoren terminus is. Wij kiezen met ware doodsverachting in onze blik eerder voor longkanker en dat is ook ons goed recht. Eigen kanker eerst!

Maar het was niet dat grote maatschappelijk thema dat ik hier wil aansnijden. Niet dat ik mij niet aan rook- of drankonverdraagzaamheid stoor maar omdat bubbels bij mij nog meer innerlijke onrust veroorzaken. En voor de duidelijkheid, ik heb het niet over doorzichtige, wiebelende door afwasmiddel geproduceerde balletjes die door de wind mee gedragen worden en waarin regenbogen wonen en die een vlek achterlaten net nadat ze zijn uiteengespat. Ik heb het over verontrustende bubbels waarin we ons allemaal bevinden en waarin we ons terugtrekken om ons te beschermen tegen mensen die in andere bubbels wonen van waar ze naar de wereld kijken. Om van achter glazig vlies te kijken naar een wereld die ze niet meer begrijpen omdat ze zich in hun persoonlijke bubbel enkel nog met gelijkgestemden omringd hebben. Ze zijn beperkt in klankbord en in tegenspraak zodat ze stom worden en afgestompt raken en niets meer kunnen relativeren. Mak en laks omdat ze door het vlies van de bubbel waarin ze zich verschuilen elkaar niet meer horen en elkaar niet meer verstaan. Over die bubbels heb ik het, over de isoleercellen waarin we ons met mensen van dezelfde soort opsluiten en waarin we ons rood van woede kunnen ergeren aan gedrag en aan geroep van anderen of aan de rook- en drinkgewoonten van diegenen die zich in de andere bubbel bevinden. Maar wees op uw hoede want het zijn geen bubbels met regenbogen waarin we ons bevinden. Het zijn betonnen kooien die onze blikken versmallen en onze natuurlijke aard om te ontdekken teniet doen.

 En jij? In welke bubbel zit jij en wanneer blaas jij je bel eens stuk?

Groen bolletje

Plotseling kleurde het bolletje achter haar avatar groen. Niet dat ik de hele dag naar mijn scherm zit te gluren, naar wie online is en wie niet. Toch kan ik niet ontkennen dat sommige, voor mij schijnbaar interessante mensen me meer in het oog springen dan anderen. Bij sommige zou ik, wanneer ik ze in de bovenhoek van mijn babbelbox zie verschijnen het liefst van al een digitale omweg maken en het blokje omlopen, om ze te mijden. Andere groene bolletjes die me meer aanstaan maken me dan weer nieuwsgierig, van hen zou ik willen weten wat ze aan het doen zijn, waaraan ze denken en om trachten te achterhalen waarmee ze bezig zijn.

In mijn ingebeelde persoonlijke ‘black mirror’ zou ik al die groene bolletjes willen onderverdelen in klassen. Ik zou een categorie leuke en een categorie neutrale groene bolletjes maken. De niet-sympathieke zou ik bruin kleuren en ze op een zwarte lijst zetten, omdat ze me op een of andere manier irriteren, ze niet van mijn gedacht zijn of omdat ik er in het verleden al een nare ervaring mee gehad heb. Al die bolletjes zou ik dan via de locatieherkenning van de gsm op een persoonlijke googlemaps van mijn digitale dorpsplein laten rondwandelen. Zo zou ik van al de bolletjes weten waar ze uithangen. Ik zou weten wat ze doen, wat ze kopen, waar ze eten en waar ze shoppen. De interessante groene bollen zou ik op die manier ‘toevallig’ tegen het lijf kunnen lopen. Dan zou ik er interessante gesprekken mee kunnen voeren en er koffies mee kunnen drinken in het groene-bollen-café waar andere leuke groene bollen ook gewoonlijk verzamelen. De bruine bollen zou ik in mijn ‘black mirror’ ook bij elkaar schuiven in het zure zwarte-bollen-café waar zij zich kunnen beklagen over het storend gedrag en de positieve ideeën van de verdraagzame groene bollen waarvoor ze angst hebben of waardoor ze zich bedreigd voelen. In mijn ingebeelde ‘zwarte spiegel-wereld’ blijft iedereen dan onder zijn persoonlijke comfortabele, vertrouwde bubble zodat niemand in contact kan komen met storende bolletjes en niemand zich aan de kleur ervan, hoeft te ergeren.

Maar ik heb geen black mirror en ik heb geen digitaal dorpsplein dus zal ik kleur van jouw bolletje nog eventjes moeten verdragen als ik je straks toevallig tegen het lijf loop, maar weet wel dat als je dan met mij een koffie zou drinken, je een van mijn groene bolletjes bent en je in het groene-bollen-café zit.

Hoe vier je chaos?

Zes uur en 4. De warmte van de prille ochtendzon schijnt me wakker. Ik gooi het dons van mijn lijf en wrijf de verkiezingsslapers uit mijn ogen. Buiten is het rustiger dan op een gebruikelijke maandagochtend, precies alsof ik ontwaakt ben in een land met een ander licht en een andere soort warmte, al voelt deze killer aan dan dat ik het gewoon ben? Het lijkt wel alsof compleet onverwacht iemand belangrijk is doodgegaan. Ik herinner me dat gevoel. Ik herken hetzelfde ongeloof als toen bijvoorbeeld Amy Winehouse of Prince doodverklaard werden op CNN. De beelden en de sfeer hadden toen ook iets onwezenlijks. Vandaag echter, lijkt het alsof gisteren de menselijkheid, de redelijkheid en de mildheid zijn gestorven. Het beeld van gisterenavond staat nog flou op mijn netvlies. De lijken waren nog niet koud en er werd al uitbundig gefeest, door mensen die door hun gemeenschappelijk gedachtengoed verenigd waren in een uiterst rechtse overwinningsroes. En hoe zit dat dan met zo een feest, hoe doe je dat precies? Hoe vier je onverdraagzaamheid, angst, haat, eigenbaat en chaos? Ik vraag me dat af. Wordt er gedronken op de nederlaag van oubollige politieke structuren en schoffelculturen van postjeskrokodillen, want dan zou ik nog willen meedoen? Al denk ik dat er eerder zal getschint worden op eigen-volk-eerst-getoeter en op het afschaffen van de vierenhalve bourkini die vorig jaar in Vlaanderen gespot werd. Schuiven jullie dan een toastje varkensvlees binnen en roepen jullie dan met zijn allen ‘zwarten en moslims buiten’, of hoe zit dat juist? Wordt er misschien geklonken op het invoeren van de doodstaf van diegenen die jullie door de verkiezingsuitslag dood verklaard hebben, in de wetenschap dat je straks met meer dan één moet zijn om die wetstraattango te dansen of heffen jullie het glas op het afschaffen van euthanasie en abortus of op het afschaffen van een sociale zekerheid die door vakbonden bewaakt wordt? Kan je dat eens uitleggen? Hoe zit dat juist? Hoe vier je eigenlijk onverdraagzaamheid?

De tetten van de premier.

Persoonlijk denk ik dat ik hoogst geschikt ben om geld uit te geven dat ik niet heb. Mijn vrouw weet dat ook maar zegt het anders, die zegt,  ‘Soms denk ik dat gij een gat in uw hand hebt, somtijds doet ge maar op alsof dat ge peinst dat ge Rockefeller zijt.’

Rond de pot draaien kan ik ook gelijk de besten. Dat kan ze ook getuigen. Ik kan namelijk zo hard uit mijn nek leuteren om de essentie van een probleem te mijden dat ik mij haast uit elke benarde situatie kan bevrijden, Houdini is er niks tegen.

Waar ik ook meester in ben is in beloftes doen zonder dat het resultaat moet afgedekt worden. Dat kan ik misschien nog het beste.  

Ok, ik heb geen 8 miljard schuld en ik word niet elke dag opgezadeld met tienduizend nieuwe gepensioneerden. Daar heb ik ook niet echt een oplossing voor, net zoals ik voor het opwarmende klimaat, de migratiegolf, de economische situatie, het drama in justitie, de pensioenen en de achteruitgang van het onderwijs me geen enkel zinvol gedacht kan vormen wat ik er mee zou aanvangen…

Ik zou precies wel een goede politicus kunnen zijn, al moet ik misschien nog beter worden in ruzie maken, in mijn gezin in tweeën splitsen en in anderen de schuld te geven van dingen waar ik zelf oorzaak aan heb maar eens ik dat helemaal onder de knie krijg dan word ik het misschien. Op een schone dag als de zomer en het mooi weer samenvalt, zodat ik eindelijk op mezelf kan stemmen en het niet meer zal moeten stellen met het Vlaemsch Belang of met de marxisten van de PVDA en al de rotzooi dat tussen deze twee uitersten een positie tracht te bemachtigen zodat ze nog even mee aan de pot kunnen likken.

Een ding is zeker, zondag stem ik voor een vrouw met de dikste tetten en ik wens haar het premierschap toe zodat de al aandacht van de heren van de macht tijdens de parlementaire zittingen zo is afgeleid dat ze alleen maar bezig zijn met de boezem van de premier zodat ze geen ander, groter onheil kunnen aanrichten.

Fel licht dooft ook.

Tot het mannelijk geslacht behoren is een toevallig levenslot waar ik niet zelf voor gekozen heb en dingen waar ik geen persoonlijk aandeel in heb, kan ik moeilijk als verdienste beschouwen of met een schaduwkant aanzien. Persoonlijk zie ik het als vanzelfsprekend om te proberen een voorbeeldige relatie uit te bouwen met het lot en het geslacht dat me door de natuur werd toebedeeld. Mij daartegen verzetten zou net zo onnozel zijn als ermee te stoefen, hoewel sommige kenmerken die mannen van vrouwen onderscheiden net iets prominenter aanwezig hadden mogen zijn. Het is niet anders en ik ga er geen slaap meer voor laten. Nochtans zeggen leden van de andere sekse soms wel eens, ‘Ja, maar jij bent een man.’ En man, wordt dan met zo een verhevenheid benadrukt al ware ik Thomas Edison die net de gloeilamp heeft uitgevonden, terwijl hij daar net zoveel verdienste aan gehad heeft als pak weg jij of ik. De man in kwestie hamsterde gewoon honderden octrooien en patenten met uitvindingen die aan andermans brein of creativiteit ontsproten waren, zo ook de gloeilamp. Met die ten onrechte verworven exploitatierechten kon hij de echte uitvinders de loef afsteken die dat aanzien veel meer verdienden dan hijzelf.

Macht erotiseert en die wetenschap gaat wellicht ook al langer mee dan de gloeilamp, de stoommachine of de wetenschap zelf. Machtige mannen met geld en aanzien worden maatschappelijk gezien nu eenmaal hoger aangeschreven en staan langer in de spotlights dan hun anonieme mannelijke lotgenoten. Door hun status liggen ze beter in de markt en rijden ze vaker en langer een bochtiger erotisch parcours dan rustigere types. Wil een vent zich met de toebedeelde culturele genderidentiteit staande houden, verwacht de tegenpartij van het levensspel dat hij zich onbevreesd een weg door het leven baant en dat hij zelfstandig, assertief-agressief of belust op macht en aanzien het lot naar zijn mannelijke hand probeert te zetten. In ruil daarvoor mag hij dan aanspraak maken op wat aandacht en aanzien van hoenders die met hun witte pluimen paraderen tussen andere agressieve hanen in het overvolle kippenhok.

Edison zal daar geen uitzondering op geweest zijn. Jammer dat ik hem dat niet meer kan vragen, dat ik hem niet kan interpelleren of hij van al zijn macho capriolen nu beter geworden is omdat zijn peertje natuurlijk ook al een tijdje is uitgedoofd.

Want zelfs een groot licht gaat uit!