Categorie: Oordelen

Vergeet onze ADHD’ers niet

Meester in het geven van advies, dat ben ik, ten voeten uit, maar nog een groter expert om die raad aan mijn laars te lappen. Mijn eigen emoties en gedachten zijn een puinhoop maar in die chaos zitten geniale ideeën. Doe ik er iets mee? Ba neejet. Een briljant idee leidt meestal tot niets omdat ik het geduld mis om er iets zinnigs mee te doen.

Als ik het lastig heb, word ik extreem extravert. Ik doe dat om de persoonlijke ruimte die ik op dat moment zo hard nodig heb te ontlopen en op te vullen.

Ik hou ervan om uit de band te springen en tegelijk haat ik het om niet begrepen te worden. In alles ben ik geïnteresseerd maar blijf haast nooit langer dan een paar tellen geboeid. Tenzij echt iets al mijn aandacht opeist. Dan bestaat alleen nog dat.

Gedachten en emoties van anderen voel ik heel goed aan en begrijp ze perfect. Ik projecteer ze dan ook dikwijls op mezelf.

Verrassend meelevend dat ben ik zeker, al kom ik soms erg koud, koel of boos over.

Het lijkt misschien leuk, maar dat is het niet!

Goed slecht nieuws

Neem gerust een stoel, ga zitten en luister even. Stel je deze situatie eventjes voor, hypothetisch. Vandaag krijg je slecht nieuws. Je hebt geen idee waarover dat zal gaan of hoe hard het zal inslaan maar een ding is zeker. Het is rotslecht nieuws. Zit je neer? En zit je een beetje comfortabel op je stoel? Ik vraag dit niet zomaar. Ik doe dit omdat het een feit is dat slecht nieuws krijgen wanneer je neerzit het voordeel heeft dat je niet kan omvallen. Van slecht nieuws krijgen is bewezen dat je dat bij voorkeur krijgt in de beste omstandigheden.

Wanneer deze boodschap je grijze massa bereikt, zal je merken dat een ondraaglijke onrust zich van je meester maakt. Mogelijks ga je sneller ademen, begin je te zweten of krijg je een droge mond en word je angstig of paniekerig. Stel je hier geen vragen over want zulke nevenverschijnselen zijn perfect normaal in situaties als deze.  Omgaan met een tragedie die alleen in je verbeelding leeft is namelijk vele malen moeilijker dan omgaan met een realiteit die je al kent. Hoe hard, ingrijpend of onheilspellend die realiteit dan ook moge zijn. Het liefst van al wil je haar met open vizier onder ogen komen. Zonder franjes en zonder omwegen.

Mocht het krijgen van slecht nieuws zich volgens dit scenario voltrekken, stelt zich de vraag, hoe krijg ik dan het liefste dat slechte nieuws? “Liefste” is in deze omstandigheden natuurlijk een uiterst ongepast woord want wie houdt er nu van om slecht nieuws te krijgen, het liefste dan nog?

Zeker is echter dat de kans uitermate klein, zo niet onbestaande is, dat de slechtnieuwsbrenger bij jou een graag geziene gast wordt en je haar/hem met open armen zal ontvangen. In vroegere tijden kon hem/haar dat zelfs de kop kosten, letterlijk. Toch zal je hem/haar nu beleefd ontvangen, omdat hij/zij de enige is die je van deze ondraaglijke onzekerheid kan verlossen.

Slecht nieuws brengen heeft zijn eigen wetten en heeft iets van kosmologie. Het is soms heel lang onderweg ook al reist het met lichtsnelheid maar het slaat in als een komeet en zorgt voor onoverzichtelijke chaos.

Er bestaan zeker dingen die ons allemaal al eens overkomen zijn ook al zijn ze nog nooit gebeurd. Denk maar eens aan een belastingbrief of een overlijdensbrief krijgen waarin goed nieuws staat, ik zeg maar iets. Als je door je lief gedumpt wordt wil je niet horen dat het niet aan jou ligt want dat doet het natuurlijk wel. Wanneer je door je baas ontslagen wordt is het laatste wat je wil horen dat het niet zijn keuze is en dat het van hogerhand beslist is, want dat is het natuurlijk wel.

Maar hoe breng je dan wel goed, slecht nieuws? Bestaat er dan niet zoiets als een soort protocol, een richtlijn, zeg maar iets, zodat een slechtnieuwsgesprek niet telkens opnieuw moet uitgevonden worden? Er bestaat geen goed moment om slecht nieuws te brengen, wacht dus niet op dat moment want dat zal er nooit zijn.  Met de deur in huis vallen betekent niet dat je de deur moet inbeuken. Slecht nieuws hoeft geen thriller te worden maar verval ook niet in small-talk en luchtige praatjes. Weet dat als je de pil verguld en uitgebreid ingaat op het feit dat de nieuwe situatie ook voor jou vervelend is, dit echt de beste manier is om het helemaal te verknoeien. Jouw gesprekspartner zit echt niet te wachten op jouw emoties want hij heeft de handen vol aan die van zichzelf. Humor is nu even niet aan de orde. Hou het bij feiten. Informatie achterhouden, verantwoordelijkheid ontlopen of de dingen verbloemen zal het slechte nieuws niet beter maken, integendeel. Verberg niets, wees volledig maar doe het respectvol. Slecht nieuws gaat altijd gepaard met emotie.  Geef er ruimte aan en acht ze gerechtvaardigd. Ze zijn er niet voor niets. Kalmeren, luisteren, troosten tijd maken en vragen waar de andere nood aan heeft zijn essentieel als je net slecht nieuws gebracht hebt.

“Slecht nieuws zonder helpende hand of begrip wordt pas echt rotslecht nieuws”

Als je er de tijd voor neemt zal het iets minder moeilijk gaan maar gemakkelijk zal het nooit worden. Hopelijk is deze situatie helemaal uit de lucht gegrepen en hoef je vandaag geen slecht nieuws te geven. Al hoop ik echt nog veel harder dat je van slecht nieuws (dat je nu nog niet kent) gespaard blijft. En anders kan je er misschien een verhaaltje over schrijven. Dat lucht op.

Het individu begrensd!

Er moet me iets van het hart.  Het zal me opluchten. Het was schokkend om het te zeggen. Ik wist op voorhand dat het schokkend was om het hier te schrijven maar iedereen heeft het volste recht om geschokt zijn. Niemand mag het voorrecht ontnomen worden om niet eens door woorden beledigd te worden. Niemand hoeft dit tekstje te lezen. Je hoeft het niet leuk of goed te vinden. En als je het leest en je vindt het rotslecht, hoef je er niet over te zwijgen. Je mag het me aanwrijven en je mag je erover beklagen. Je mag me er zelfs voor verwensen. Al die dingen mag je doen.  Tot daar mag je gaan en dan moet je stoppen en dan moet je zwijgen.

‘…Elke socialist is met zekerheid een luierik en waarschijnlijk een Moslim-neuker’.  ‘Het leidt geen twijfel dat elke Vlaams-Belang-er racist en wellicht een fascist is.’ ‘Het is toch de waarheid dat alle journalisten linkse ratten zijn.’ ‘Meghan Markle is zonder enige twijfel een opportunistische poen-scheppende derderangs actrice en het is aannemelijk dat Prins Harry een sloef zonder ballen is.’ ‘Laat er geen twijfel over bestaan dat Filip Joos en Frank Raes vooringenomen klootzakken zijn die het beste voor eeuwig en een dag van het scherm verdwijnen, en Mark Van Ranst en Erika Vlieghe zouden dringend langs vanachter moeten genomen door dertien met Covid19 besmette bronstige Watoetsis…’

Indien je het wenst ga ik nog even door want “Ik” heb het recht om die dingen te zeggen en te schrijven. Vrije meningsuiting is mijn grondrecht. Dat “anderen” uitlatingen zoals deze als schokkend, verontrustend of kwetsend ervaren, doet niets ter zake.  Wil de “Westerse Beschaving” en de vrijheid nog iets betekenen, betekent het zeker dat men het recht moet behouden om dingen te zeggen die niemand wil horen, die kwetsen.  Wordt me die vrijheid ontnomen, kan ik net zo goed dom en stil zijn, zoals vee naar de slachtbank geleid wordt. Persvrijheid zonder voorwaarden of schrijven zonder de beperking in toon of nuance, houdt echter ook in dat ik dit met dezelfde ongeschreven regel doe als met de afspraak dat de afstand tussen twee woorden door een spatie gescheiden moet worden. Maar taal past zich klaarblijkelijk niet automatisch aan. Taal hoeft niet aan normen of aan de waarden te voldoen van een beschaving die we ondertussen zouden moeten geworden zijn. Alles mag en alles moet kunnen, dus wees een beerput als je wil maar schrik niet dat wanneer je het deksel ervan optilt, je de rottende stront ruikt van de maatschappij die we aan het worden zijn, één die zo langzaam gist tot we niet meer kunnen ademen. 

Het is niet omdat het jouw stinkende waarheid is, dat het “de waarheid” is…

Ik zwijg in alle talen.

Ik ben het verleerd of ik ben het kwijtgespeeld. Ergens onderweg moet het gebeurd zijn, net zoals met die wollen handschoenen die ik nooit droeg maar die voor een onverklaarbare reden steeds in de zakken van mijn winterjas staken. Vroeger deed ik het wel en veel, de hele tijd eigenlijk. Dan kon ik me beklagen over alles en iedereen omdat ik dacht dat ik altijd en overal een mening moest over hebben, dat ik altijd ergens ‘iets van moest vinden.’ Het was een tweede natuur geworden want overal waar ik kwam, had ik kritiek en vond ik overal, ergens wel wat van. Ik verstond als geen ander de kunst van het beter weten. Als ik later aan de hemelpoort zal aankloppen, zal Sint-Pieter me zeker vragen waar ik het grootste gedeelte van mijn leven mee heb doorgebracht. Ik zal dan antwoorden, ‘Pieter jong, ik heb veel tijd verscheten met beter weten en ergens iets van te vinden en het heeft me geen kloten opgebracht.’ Nog niet zo lang, eigenlijk de laatste paar jaren pas en telkens er een nieuw seizoen aanbreekt krijg ik het ervan op de heupen, van dat snel en gemakkelijk pessimisme en van dat betweteren. Niets is namelijk zo vernietigend dan in twee seconden, met een straf oordeel brandhout te maken over iets waar iemand een heel leven heeft aan gesleuteld bijvoorbeeld aan, zichzelf. ‘Doe jij het anders ook maar eens, probeer anders ook eens op te komen waar jij echt voor staat in plaats van af te kraken waar iemand anders in gelooft of na te apen wat iemand anders je voorkauwde.’

Als tegenwoordig iemand mijn eigenheid aanvalt gaan mijn stekels recht staan, worden mijn ogen vuurspleten en wordt mijn tong scherp als een speer. Het is zelfs zo dat wanneer ik tegenwoordig verslechtering bij anderen signaleer ik zelfs wat milder voor mezelf word omdat ik weet dat kritiek zoveel meer zegt over mezelf dan over de gebeurtenis, de persoon of het gedrag dat ik bekritiseer. In het echt verdraag ik ze amper nog, de mensen die met het vingertje omhoog zeggen hoe ik het zou moeten doen. Ik geef veel meer voorkeur aan intelligente, stijlvolle of nederige mensen die een tikje geestig zijn en de kunst verstaan om met fijngevoeligheid te bemiddelen tussen pientere kennis en bescheiden nieuwsgierigheid. De te kritische beterweters die geen ruimte laten voor anderen of andere gedachten, mijd ik als hondendrollen op het trottoir.

Ik huil niet meer mee met wolven in het bos. Laat mij mijn eigen gang maar gaan en jullie? Als het me zou gevraagd worden zou ik zeggen dat jullie misschien beter ook een beetje meer koppige zalm of eigenzinnige paling zouden kunnen worden, om compromisloos stroomop -of stroomafwaarts naar de juiste bestemming te zwemmen, om er te paren en te sterven in de plaats van als een sprot in de ogenschijnlijk veilige school te blijven zwemmen om gevangen en gerookt te worden, maar het wordt me niet gevraagd dus zwijg ik, in alle talen.

Gelukzalige baby.

Vroeger toen ik nog zoop, een activiteit die veel tijd in beslag nam, was dat zwelgen noodzakelijk om een minder dramatisch zicht te krijgen op mezelf, ongeacht wat de feiten waren, ofwel heel erg onderschat ofwel fel overdreven afhankelijk hoe ik er het beste uitkwam. Ik dreef aan de oppervlakte van begrijpelijke leugens met daaronder onbegrijpelijke verborgen waarheden. Ik voelde me dan geen hypocriet of veinzer met één gezicht en vele maskers, neen ik had gewoon zoveel gezichten afhankelijk van de situatie, omdat ik niet wist wie ik was of wilde zijn. Stoppen met drinken of ouder worden heeft daar niet veel aan veranderd. Ik denk dat ik wat dat betreft leeftijdsloos en hardleers ben. Of wat had je verwacht van mijn leermeesters die koppigheid en minachting heetten. Voor mijn drooglegging vulde ik jullie oren en monden met waarheidsgetrouwe leugens en veel betekende beloften om ze wat later in jullie gezicht weer uit te kotsten. Dat kotsen is gestopt maar tegen beter weten in blijf ik streven naar het onbereikbare. Ik blijf er dan zolang langs alle kanten met open mond naar gapen, tot ik helemaal ondersteboven hang zodat mijn hart uit mijn mond valt. In mijn hoofd blijf ik maar foto’s maken van dingen die ik nooit zal zien en als ik dan al eens een wijs inzicht heb, wat doorgaans niet heel dikwijls voorvalt, leef ik niet naar de principes die ik verkondig als een overtuigde boeddhist. Dat doe ik als ik het weer eens denk het allemaal te weten.  Voor de rest van de tijd blijf ik mijn hoofd rondjes te draaien, zit ik op mijn gat of probeer ik een puinhoop te imiteren, wat dan meestal wel van de eerste keer lukt. Van al dat gepieker ben ik zeker al een paar keer gestorven, gisteren nog denk ik. En zo lig ik in polepositie om een oude bejaarde knor te worden, vol van mezelf zonder ooit echt geleefd te hebben maar nog steeds met de overtuigde illusie dat ik daarvoor nog genoeg tijd heb terwijl ik die aan het verschijten ben met me druk te maken in vrouwen, in mannen, in exen, in anderen, in politiek, in de kleur van het behang en in het geslacht van de engelen.

Naast koffie maken is bezwijken aan suïcidaal nihilisme dus het enige wat ik tegenwoordig doe. Maar jullie hoeven zich geen zorgen te maken want ik moet eerst nog veel schrijven, koffiedrinken en peuken paffen, dan volgt de rest vanzelf wel. Zo ben ik vastberaden om weg te rotten in boeken die volgeschreven zijn met nietszeggende zinnen en nutteloze wijsheid, maar daarin zal ik herboren worden, ooit, als een gelukzalige baby die al de bagger in zijn volgescheten pamper heeft achtergelaten.