Categorie: Alleen

Ruzie maken is (g)een kunst.

Toen ik het vroeger te bont maakte, kreeg ik ruzie en vloog ik in de hoek.  Ik mocht daar dan rustig afkoelen om een beetje tot mezelf te komen. En dat werkte.

Een paar minuten kon ik mijn stijve koppigheid in die hoek volhouden, niet veel langer.  Snel dwaalden mijn gedachten af naar mijn leger soldaten, mijn go-kart of de doos plakkaatverf met hard geworden penselen. Maar niet alvorens ik eerst, gedurende die tijdelijke verbanning,  voldoende tijd gekregen had om kwaad te zijn, me onbegrepen te voelen en een denkbeeldige emmer koleirige krokodillentranen te vullen. Om zo uiteindelijk in te zien dat voetballen in de keuken echt niet kon en spijt te krijgen omdat ik die porseleinen luchter in gruizelementen had gescoord met een afstandsschot.

Na mijn plechtige belofte het nooit meer te doen en met wat minder spaarcenten op mijn spaarboek, mocht ik dan even later, met mijn waterverf en harde penselen op de achterkant van een overschot behangpapier aan mijn kunstwerk beginnen. De kans niet onbestaande dat ik een uur later opnieuw in die hoek moest om me te bezinnen omdat de tafel mee geschilderd werd terwijl ons ma me nog zo gezegd had dat er gazettenpapier onder moest.

Als ik ruzie verdiende, brachten de hoek en wat later de kelder rust, inzicht en een voornemen om het vanaf daar anders te doen.  Zo ging dat toen en op de een of andere manier marcheerde dat. Ik bleef niet dwars of hardleers, ons ma niet boos of nors.

Vandaag gaat het anders.  Ook omdat ik niet meer voetbal in de keuken.  Nu bakkeleien we over andere, ernstige zaken. Over een sifon die lekt en waarom die gisteren nog niet gemaakt werd? Of over haar in de douche of het dopje van de tandpasta.

Als we nu ambras maken doen we dat zoals de grote mensen.  Dan discussiëren we. We argumenteren, rationaliseren, debatteren en raisonneren net zo lang tot we er uit zijn. Desnoods 3 dagen aan een stuk. Met groen hout en beeld zonder klank of smoelwerk en bokkenpoten.  Maar we houden wel vol… Lang… Net zolang tot er een winnaar is en een verliezer.

“Zie je wel dat ik gelijk had, ik ben echt zo blij dat je dat eindelijk inziet.”

“Was dat nu nodig om hier zo lang stom voor te lopen?”

Door het zo te doen zien we niet dat de uitkomst van die “opgeloste ruzie” de voedingsbodem is voor de volgende.  De openstaande rekening zal bij de volgende gelegenheid wel vereffend worden. Waarschijnlijk met interest.

Doen we het zo verder?  Tot we zo ver bij elkaars enkels in het krijt staan dat het op den adem pakt.  Met de gevolgen van het opbod van zinloos gelijk of ongelijk?

Of gaan we de volgende keer gewoon een paar minuten in de hoek staan?

Desnoods met een emmer koleirige krokodillentranen.  Eventjes met wat afstand, wachten op een potje natte verf en een hard penseel?

Béchamel en wellustige werkwoorden

IMG_1817

 

Hoe of wanneer het binnen geslopen is konden ze niet meer exact achterhalen. Van waar precies de lek in de band zit en hoe het daar gekomen was, hadden ze geen van beiden enig benul. Laat staan dat ze gepast hadden kunnen reageren mochten ze het wel bijtijds in de gaten hebben gekregen.
Geen van hen beiden heeft door dat de reddingsboei, die elke relatie af en toe wel eens van doen heeft, heel zachtjes aan het leeglopen is.
Ooit, in het begin en nog lang nadien, toen was het anders. Toen wisten ze haast op elk moment van de dag hoe ze er voor stonden. Of hoe juist te reageren op een hindernis of een verwikkeling. Zo waren ze immers ooit gestart. Met veel hobbels op de baan.
Had een van hen dan al eens een lastig moment, konden ze dat zonder moeite van elkaar verdragen omdat ze elkaars bevestiging niet van doen hadden om instinctief te weten dat het wel goed kwam. Alles kwam altijd wel goed.
Hun band had zonder ernstige schade op te lopen al wel wat andere scherpe bochten en chicanes met hobbels moeten nemen.
Ze konden altijd gezellig of vurig praten. Geen enkel onderwerp was minderwaardig om het er niet in het lang en het breed over te hebben. Ze konden over alles door palaveren. Zonder enig risico te lopen om het over iets oneens zijn.
De kinderen waren klein genoeg om de problemen even groot als henzelf te houden.

Ze waren allebei minstens even goed in adjectieven die eindigden op -tiek en konden die zonder moeite omzetten in passionele, hartstochtelijke of wellustige werkwoorden. Al voelde die toen zelfs niet aan als ‘werkwoorden” omdat ze allemaal als vanzelf gingen.

Vandaag staan er wel dingen in de weg. Al weten ze niet precies de welke. De stiltes duren soms langer dan de discussies die dan opnieuw de oorzaak zijn voor nieuwe stiltes of andere en dezelfde discussies. De béchamel plakt niet meer zoals hij vroeger plakte en de sensuele passie is ook ergens diep achterin weg gezet in dezelfde kast waarin de speltbloem bewaard wordt waarmee dezelfde  witte saus ook altijd mislukt.

Het lijkt soms alsof de onfrisse vuiligheid wel in de juiste afvalbak wordt gesorteerd maar dat niemand van hen tweeën in staat is, de vuilniszakken tijdig aan de straatrand te zetten voor de vuilkar. Zodat ze weg zijn.

Als ik hen een dezer tegenkom zal ik hen op het hart drukken dat ze moeten blijven praten en kussen of vozen in de badkamer of op de keukentafel. Maar ook zal ik hen aanraden rustines te kopen om die lek in hun reddingsband te dichten, dat ze die speltbloem mogen weggooien maar vooral dat ze dringend hun vuilnis moeten buiten zetten.
Liefst voor morgenvroeg want op dinsdag komt de vuilkar.

 

 

 

Geruisloze Tango

IMG_1796

Ik vlieg soms noodgedwongen ongewild laag. Radiostil, onder de radar.
Dan is mijn persoonlijke ether helemaal geruisloos, ongewild vrij gemaakt.
Op zulke momenten zend en ontvang ik precies alleen maar onzichtbare spoed- nood- of onheilsberichten.
Mijn netwerk controle centrum defensief helemaal op scherp gesteld. Alle alarmen in het rood of minstens op oranje.

Ik check voor de 5e keer of er wel verbinding is. De piep van de sms die ik naar mezelf stuurde verraadt dat er niets mis is met de verbinding.
Ik bijt op mijn lip nadien op mijn nagel. De nagelriem bijna afgeknaagd.
Ik steek een sigaret op en zuig er van nervositeit een lange vurige kegel aan zodat de filter haast te heet wordt tussen mijn lippen, om er een volgend trekje van te nemen.
Zelf bellen? Neen dat doe ik niet.
Ik geef ridderlijk maar koppig aan mezelf toe dat mijn huizenhoge ego daar zijn veto stelt. Trouwens zij ging iets laten weten.
Waarom moet ik trouwens altijd als eerste? Waarom? Ik ben toch niet vanzelfsprekend?

“1 uur en 58 minuten geleden actief ” : verraad haar chat status.
Er moet iets gebeurd zijn. Het is immers maar een half uur rijden, maximum. Als het druk is, in de spits. Maar op dit uur toch niet meer?
Mijn maag draait zich in een knoop en mijn gedachten malen de meest dramatische scenario’s door de molen.
Waarom laat ze toch niets weten?

Mijn verstand zegt me om me niet te identificeren met de rol waarin ik door verwachtingspatronen gedwongen wordt.
Mijn verstand prent me in dat er geen antwoorden kunnen verzonnen worden op vragen die niet gesteld werden. Zelfs niet als ze impliciet waren.
In mijn hoofd wordt naar me geroepen dat dat stilte niets te betekenen heeft. Toch niet per definitie iets slechts.
Ze zeggen me dat ik moet wachten. Op muziek. Dat we straks zullen gaan dansen en lachen. En als ze niet opdaagt er nog andere mensen zijn die ook dansen. Misschien wel een tango ipv een één-tegel-slow.

Ik check mijn I-phone op een bericht dat niet komt en gooi hem achteloos met een diepe zucht in de fruitschaal.

Net op dat moment draait de sleutel in het slot en komt ze glimlachend binnen.
“Ik ben mijn gsm vergeten. Zie je wel hier in de fruitschaal. De tandarts zei me dat ik er weer een jaartje tegen kan. En jij hoe was jou dag?”

Ik? Ik wil gaan dansen. Tango.
Och zotteke.

Hautain…

 

truthcannon_verwaande_ongefilterde_humor_klembord-rad4d7f57dc5e4af78d5c97d78ef7411c_inck9_8byvr_324

Ja ik ben onzeker…

Beter… ik ben heel onzeker!

Erger …  ik snap er eigenlijk niks van!

Nog steeds niet.

Ik versta er het meeste van de tijd geen jota van. Het leven?

En dan zie ik me spartelen als een vis op het droge, happend naar wat houvast.

Je zou de illusie kunnen hebben dat wanneer ik me dan weer eens ogenschijnlijk gedecideerd, grof gebekt uitlaat en fors, kordaat standpunt inneem ik het allemaal wel weet.

Het is niet omdat ik “zwaarwoordig” probeer uit te pakken om je te imponeren dat ik niet onzeker zou zijn en dat ik de wijsheid in pacht zou hebben.

Het tegendeel is eerder waar.

Het is net omdat ik steeds de oorzaak zoek bij jou en volmondig commentaar geef over de manier waarop jij naar de dingen kijkt. Of beschimpend en neerbuigend ben over hoe jij je uitlaat dat ik mijn “niet weten hoe..”, leep probeer te maskeren.

Het is net omdat ik je, luid mijn stem verheffend probeer te overtreffen ik het juist niet over mijn kleine kantjes moet hebben.

Als ik je overtroef, moet ik niet in mijn kaarten laten kijken en kan ik me veilig verschuilen achter lange, dure woorden tirades zodat jij wel moet denken dat ik het allemaal wel wat beter zal weten.

Waarom?

Omdat ik dan de illusie even hoog kan houden.

En zo hoop dat je denkt dat ik sterker, slimmer, sluwer of bijdehandser ben dan jij maar eigenlijk ben ik onzekerder, banger en dommer dan jij omdat jij wel durft toegeven dat je het allemaal nog niet zo goed snapt.

Dag nacht…

IMG_1587

Soms raak ik zo verstrikt in mijn getob en betrap ik me er op dat ik tijdens mijn avondlijke mijmeringen wegzak in scenario’s waarin ik ongewild en ongevraagd een hoofdrol krijg toebedeeld.
Hoe harder ik dan tracht het rustig te krijgen des te sneller springen de prikkels en impulsen binnen.
Oncontroleerbare gedachten bouwen scenario’s op die nooit plaatsvinden maar die op dat moment in alle hevigheid ontsporen en me voor enge, onoplosbare raadsels en dilemma’s plaatsen.
Op zulke momenten is er niemand die heviger verlangt naar een kabbelende beek en wat groen mos op een natte leisteen.

Maar, Ik draai en keer. Ik zucht en blaas en tracht de rust te zoeken maar vind slechts onrealistische drukte in een oncontroleerbare maalstroom van gedachten en ideeën. Nacht na nacht krijg ik de hoofdrol toebedeeld en word ik ongewild gebombardeerd tot bedenker en uitvoerder van oplossingen van de chaos rondom mij.
Fait-divers uitvergroten tot eerste wereldproblemen is een natuurlijke gave die, mocht dit een Olympische dicipline zijn, deze me zou verheven tot Usain Bolts grootste uitdager.
Overdag ben ik kalm en rustig en relativeer de relativiteitstheorie tot er enkel nog letters en cijfers resten. Dan slaag ik er in de zaken rustig en van een afstand te bekijken alsof ik ze aan mij voorbij zou kunnen laten gaan. In dezelfde film figureer op de achtergrond, neem ik afstand en minimaliseer mijn rol en verantwoordelijkheid. Analyseren laat ik aan anderen over, zoek geen schuldigen en probeer (ver)oordelen aan anderen te laten.
Overdag ben ik zo … s’ nachts ben ik de andere zoals tegenpolen die elkaar nergens lijken te vinden, zo ontegensprekelijk gedoemd om met elkaar in conflict te blijven gaan.
Het is niet anders… het ene moment van het ene te veel en op het andere van het andere te weinig en omgekeerd…
Maar misschien is het wel goed zoals het is en hoef ik me geen zorgen te maken als de ene of de andere de bovenhand neemt. Misschien ben ik op de een of andere manier wel het tegengewicht van mezelf? Misschien ben ik onbewust in balans en juist geijkt in een apart metriek stelsel?
Alleszins, ik ga er nu mijn hoofd niet over breken. Daarvoor dient de nacht. Op de een of andere manier leidt die me wel naar het juiste scenario en misschien vind ik nu wel de juiste invalshoek. In het andere geval hoef ik me er morgen geen zorgen over te maken want morgen is het gewoon weer dag.