Slaaptrein

Op de grote kubus die dienst doet als nachttafel, staat een klokwekker naast de nachtlamp. Hij lijkt me met zijn felle rode cijfers spottend te begluren. Alsof hij me hypnotiseert en me zo tot ongecontroleerde nutteloze gedachten dwingt. Ik probeer de verspringende nummertjes te negeren maar het gaat niet. Elke minuut zie ik passeren. In mijn hoofd malen scenario’s. Ze gaan over niets, maar het is pas wanneer niets zich ontrafelt tot oneindig spingaren dat dit ontaardt in het einde van mijn wereld.

Over één minuut is het precies vier uur. Ik heb nog niet geslapen. Telkens ik er dreig van tussen te vallen en er zich mogelijks voorzichtig een droom aankondigt, springt er vanuit het duister onheil binnen. Dwingend en oncontroleerbaar. Hoewel ik op dit moment over het beste alibi beschik, om van elke kronkel een wereldprobleem te maken, kwel ik mezelf toch alleen maar met mijn eigen onbenullige perikelen.

Het moet twaalf uur geweest zijn. Hoogstens half één. Hoewel ik dan eigenlijk al te moe was om mijn slaap nog veel langer uit te stellen, heb ik mijn slaaptrein toch laten passeren. Op mijn perron hoefde hij nog niet te stoppen. Ik zou wel aansluiten bij de volgende slaapprocessie. Temeer omdat zij ook nog geen aanstalten maakte om onmiddellijk al de dag voor de nacht te willen ruilen maar ook omdat ik het romantische plan in gedachten had om er samen met haar tussen te kruipen. Voor erotiek en intimiteit kan ik immers dagen wakker blijven. Seks hoeft daar niet altijd van te komen al zal ik wel ridderlijk toegeven dat ik daar nog nooit paskaarten op heb ingezet. Toen echter, een half uurtje later, mijn voorzichtig voornemen, om vel tegen vel de nacht te verwelkomen, werd weg gegeeuwd, bleef ik klaarwakker liggen. Alle slaaptreinen waren ondertussen richting dromenland vertrokken. De laatste zag ik ook nog voor mijn neus vertrekken.

Twee uur lang al lig ik in de nacht te staren. Eerst op mijn rug dan op mijn zij. Eerst op mijn linker dan op mijn rechter. Met en zonder kussen tussen mijn knieën. Wanneer zal het nu eindelijk lukken? Als ik de achterflap van het dekbed dat opgespannen zit onder de matras heb los getrokken? Zodat mijn voeten ontbloot worden en de hitte kan ontsnappen? Of wanneer ik het dakraam heb open gezet zodat alle gedachten die de rust verstoren geruisloos kunnen ontkomen? Ik blijf draaien en keren en woel me verder klaarwakker. Koudere voeten helpen niet.

Even overweeg ik op te staan maar doe het niet. Tegen beter weten in wacht ik maar gewoon verder af tot ik het niet meer hoef te doen. Misschien begin ik wel een hulplijn of ga ik van start met een nachtelijke praatgroep. Zodat we tijdens ons verstoord slaapritueel elkaar kunnen uitlachen met verhaaltjes waarmee we elkaar in slaap praten.

Nachtgesprek.

 

Ik spreek soms tegen haar. Stom he? Ik doe dat meestal s’ avonds. Alleen, wanneer het stikdonker is en ik zeker ben dat niemand kijkt of luistert. Vanop mijn terras staar ik omhoog, in het zwarte zwerk. Ik inspecteer het donkere hemelgewelf en de maan en ik ontwar de sterren en hun beelden tussen de grijze wolken. Ik steek een sigaret op en beeld me in dat ze daar ergens rondzweeft, dichtbij hemelpoort zeven.

Een dialoog kan je het niet noemen want door de band genomen, voeren we geen diepzinnige gesprekken met lange epistels en uitgerekte standpunten. Neen, ik geloof dat ik meestal alleen aan het woord ben en zij luistert gewoon maar, als ze al luistert. Het is net zoals vroeger eigenlijk. Toen kon ze met haar binnensmonds geprevel ook de indruk geven dat ze helemaal je aandacht had, terwijl ze eigenlijk met haar gedachten ergens anders vertoefde. Hoewel ze soms ook wel het hoge woord voerde. Om zich te beklagen en om me in haar taaltje, fors de les te spellen of om me te zeggen dat ik het wat kalmer moest aandoen. Ze zal wel gelijk gehad hebben. Zoals gisteren…

 

 

<‘Ah zijde daar eindelijk? Zeg, waarom schrijft ge feitelijke nooit eens iets over mij in uw boekskes? Ik ben toch uw moeder? Of zijt ge dat allemaal al vergeten?’

>‘Vergeten? Ik ben niets vergeten. Alles weet ik nog. Ik had alleen niet verwacht dat ik u hier, zou tegenkomen. Hier in het duister van de nacht en dat je eindelijk eens iets zou terug zeggen. Ik sta hier meestal moederziel alleen in de nacht te brabbelen.’

< Ja, manneke, gij zijt ook altijd zo in gedachten verzonken en zo met uw eigen zaken begaan, dat ge me niet hoort of niet ziet. Juist gelijk vroeger.’ ‘Alles en iedereen moest altijd al wijken voor uw ideeën en plezierekes.’ ‘Hoe dikwijls heb ik dat niet gezegd tegen onze Jef.’ Die kleinste, ik weet niet waar dat hij nu weer mee bezig is maar veel goeds zullen we daar maar niet van verwachten. Daar gaan weer vodden van komen, schrijf het maar al op.’

‘Alles moest altijd verlopen hoe dat gij het in uwe kop had en als ge iets in uwe kop had, had ge het niet in uw gat he.’ ‘Pakt nu uw studies. Eerst ging ge boekhouder worden.’ ‘Toen ge daar in den tijd mee voor de pinnen kwam zei ik tegen onze Jef, daar zal veel volk naar komen zien, hij kan nog niet met zijn eigen pree omgaan, laat staan met die van een ander.’ ‘Dat zijn kosten op het sterfhuis heb ik toen gezegd en ziet, een boekhouder is er aan u niet verloren gegaan he manneke.’ ‘Dat stond hier toen al in de sterren geschreven dat ge daar geen prijzen in ging halen.’

‘Als ge dan het jaar nadien, met al uw buizen in uwe zak thuis kwam en ons op uw blote knieën kwam smeken om het nog eens te proberen in de communicatiewetenschappen, had ik daar wel een beter oog in.’ ‘Want klappen, dat kon ge als den beste, nu nog trouwens zolang het maar niet in een vreemde taal is en zolang ge niet te veel moet uitsteken.’ ‘Uw lui zweet is rap gereed en ge weet wat ze zeggen he: ‘Een ezel zweet al van te kakken’. ‘Luister naar mijn woorden maar kijk niet naar mijn daden zou ons Heer over u gezegd hebben.’

‘Tussen ons gezegd en gezwegen, van werken had ge een broertje dood he. Altijd al gehad en nu nog peins ik, al zie ik je af en toe wel al eens achter het fornuis staan of een stofzuiger vast pakken. Dat hebt ge van ons vader geloof ik, die mens heeft ook altijd mee zijne nikkel afgedraaid in het huishouden.’

‘Nu dat ik toch bezig ben. Zeg, zoon, dat boekske?  Serieus, moest dat nu?’ ‘Voor wie zijn heiligen hebt ge dat nu weer gedaan? Waarvoor of voor wie smijt ge feitelijk al uwe vuile was op ’t straat?’ ‘De mensen hebben daar toch geen affaires mee?’ ‘Peisde nu echt dat ge daar iemand een dienst mee bewijst?’ ‘U zelve ja, maar ziet toch maar uit uw doppen, dat ge genen dikke nek krijgt want soms denk ik dat ge peinst dat ge Herman Deconinck zijt.’

‘Past op, ik ga alle redenen plaats geven’: ‘Chapeau dat ge gedaan hebt hetgeen ge gedaan hebt, ik zou het niet gekund hebben. Maar om dat nu zo in het lang en in het breed, allemaal in een boekske uit te smeren.’ ‘Ik heb er mijn gedacht van maar ja naar uw moeder luistert gij toch niet he.’

‘Gij zijt nog geen haar veranderd, misschien een rimpeltje meer aan uwe mond maar ik ga het zeggen gelijk dat ik het peins. Klinkt het niet dan botst het maar. Ik vind wel dat ge het precies wel wat hoog in uwen bol gekregen hebt.’  ‘De laatsten tijd klapt ge zelfs al op de letter.’ ‘Soms zeg ik dat hier tegen onze Jef.’ ‘Die kleinste, die is al lang vergeten van waar dat hij gekomen is met zijn Jannestreken.’  ‘Juist uw vader. Zeg ik dan, want die dacht ook altijd dat hij Rockefeller was.’

‘Maar, bon ik ben de piste in nu. Ik heb genoeg op je dak gezeten en ik moet hier nog al die kruiswoordraadsels oplossen. Voor dat ik het vergeet.’ ‘Breng de volgende keer eens een paar pakjes blauwe Belga filter mee en een fles porto, ah nee want dat moogt gij niet drinken zeker?’

‘Doet ze daar allemaal de goeiedag ik zijn naar huis …’

Emo vs ratio

Doe ik het te niet dikwijls en veel te verregaand vraag ik me af. Stel ik me niet steeds veel te veel vragen? Over mezelf, over het leven in het algemeen of over mijn intieme beslommeringen? Ben ik met mijn publiek gedachtengespin dan een zielsverwant of eerder een rare zonderling die solitaire speelt met zijn private zielenroerselen? 

Als ik haar die kwestie voor de voeten gooi, kijkt ze me aan alsof ze het in Keulen hoort donderen! Ze wikt en weegt woorden, om te reageren maar buiten stilte die lawaai maakt, komt er niet veel. 

Met die plotse diepe frons op haar anders zo strakke voorhoofd, verraadt ze dat ze me niet begrijpt. Alsof we opeens een anders soort taal spreken. Ze geeft indruk niet te vatten wat ik probeer duidelijk te maken. Soms is praten moeilijk, alsof we op twee sporen koersen aan verschillende snelheden, in tegenovergestelde richting.

Soms wil ik een van mijn netelige kronkels begrijpelijk maken. Het gaat dan meestal over persoonlijke hindernissen, waar ik tegen aan bots. Kwesties waar ik loop op te bijten of waar ik mijn geweten mee aan de waggel houd. Op die momenten wordt mijn uitleg, of wat daar moet voor doorgaan, eerder een obstakel voor verduidelijking dan een poging tot toenadering. Ik voel dan te veel. Daar staan we dan, emo versus inzicht.

Met geargumenteerde ratio redeneert ze dan, alsof het geen moeite kost, mijn veel te gevoelsmatige benadering stuk. Hoewel ik voelsprieten heb die te vertrouwen zijn, of die ik vertrouw, mis ik meestal toch alle harde bewijs om mijn punt te maken, en dan voel ik me stom en stupide. Niet in staat om op te tornen tegen te veel beredeneerde argumenten.

“Je bent te verstandig voor mij” denk ik dan want vleierij is peper en zout in de relatie. Al zou ik om die te proeven, die paar woorden, de volgende keer gewoon beter ridderlijk en luidop uitspreken zodat haar blazoen ook opgeblonken blijft. 

Krekels

Ik staarde de hele morgen al naar de schermbeveiliging van mijn computer. De kleurschakeringen ervan waren me nog nooit opgevallen. Als ik er lang naar staar krijg ik hoofdpijn. Het kleurrijke bureaublad is handig ingedeeld. Bovenaan links verzamel ik de nuttige snelkoppelingen.  Ze brengen me met één of met hoogstens 2 klikken bij de gewenste informatie. “Sites voor professionele doeleinden.” Ze bleven al een tijdje onaangeroerd. Ook wel omdat het wat langer verlof geweest is.

Van alle MS office snelkoppelingen die links onderaan bij elkaar gepakt staan word enkel MS Word gebruikt. De rekenbladen, de relationele database-applicaties en de overige MS Office toepassingen staan er gewoon de hoop te vergroten. Misschien zijn ze daar gewoon maar zichtbaar uitgestald om indruk te maken op mezelf? Of op anderen. Wanneer die heel af en toe eens iets mee lezen en ik op die manier naar zelfbevestiging zoek, voor iets wat ik geschreven heb.

De sociale media apps prijken rechts bovenaan. Handig in het zicht. Wellicht is dat geen toeval. Waarschijnlijk staan ze daar bij elkaar omdat ik een beschik over een dominantere rechter hersenhelft. Met deze handicap behoor ik tot een select clubje van beelddenkers. Niet dat ik daar verder groot nadeel van ondervind of dat ik er mijn scherm zo voor ingedeeld heb. Neen, ik ben namelijk niet zo bezig met hersenhelften. Niet met de linkse en ook niet met de rechtse. Ook niet met indelen van computerschermen, trouwens.

Ik klik op het facebooklogo. Dat staat tussen twitter en whats app en onder het instagramlogo. De sociale media checken is een bezigheid die ik wel meer dan eens per dag uitvoer. Meestal uit verveling, vaak uit nieuwsgierigheid. Een icoon in het midden van de navigatiebalk valt me onmiddellijk op. Het icoontje dat zich rood kleurt wanneer een nieuw vriendschapsverzoek zich heeft aankondigt. Hoe mooi is dat toch geformuleerd. Er is zeker strategisch denkwerk aan vooraf gegaan. Vriendschapsverzoek. Ik lees het woord luid op en ik moet lachen. Want het brengt me helemaal terug naar vroeger. Naar de tijd toen ik met opgetrokken kousen in mijn sandalen op de speelplaats van mijn nieuwe school vroeg: “Wil jij mijn vriendje zijn?” In de choreografie van mijn denken haalt de rechter hersenhelft even voorsprong op de linkse helft maar ik duw het beeld weg naar mijn mentale prullenmand.

Een vriendschapsverzoek. Wie kan deze smeekbede zomaar negeren zonder er zich nadien slecht bij te voelen? Dus ik accepteer het net zoals ik vroeger ook gemakkelijk aanvaard werd. Gaan we knikkeren of spelen we verstoppertje? Die rechter helft toch.

De artikels op facebook worden fel becommentarieerd. Iedereen heeft zijn zeg. Van op veilige afstand wordt duchtig gal gespuwd. Op alles en iedereen.  Meningen ongezouten. Ik lees de scherpe kritiek die met dezelfde zuurtegraad opgemaakt werd als waarmee Andras Pandy zijn nabestaanden heeft opgelost. Ik word er niet vrolijker van.

Gelukkig zijn mensen in het echt leven iets vreedzamer en bedachtzamer op hoe ze het zeggen. Althans daar roddelen mensen eerder zoals krekels dat doen. Ze maken nog wel irritant lawaai maar vallen geruisloos stil als je dichterbij komt. Misschien moet ik daarom nu naar buiten om de krekels te bedaren of om een echt vriendschapsverzoek te krijgen aan een toog.

Zullen we nog een koffie drinken of had je liever iets sterker en heb je dat artikel al gelezen op facebook?

Tweeduizend-vroeger.

De wereld wordt langzamerhand wit geschilderd. Het open vuur knettert en vult de kamer met een gezellig ruikende warmte. Dennenhout gok ik. Want het vuur verteert het hout te snel om beuk of eik te zijn.
De gelige verlichting langs de straatkant projecteert de schaduw van vallende sneeuwvlokken tegen het strakke, voile gordijn.
De meeste pakjes onder de boom zijn verpakt in goud of zilver. Rood kan ook. Tenzij de cadeautjes voor de kleinsten bestemd zijn. Dan mogen ze ook felblauw of roze.
Als je zelf al op jaarlijkse cadeautjes rooftocht geweest bent, weet je aan de verpakking alleen al uit welke etalage ze komen. Als je ze schudt ken je de inhoud. Meestal toch. Ik deed het elk jaar opnieuw. In het geniep. Wanneer er niemand thuis was en zeker niet betrapt kon worden.
Het rode pakje met het gouden strakke, in professioneel gedraaide krullen is parfum. Want er plakt een stickertje op. ici paris xl. Dat zie je, als je van dicht genoeg kijkt.
De flessen voor de mannen haal je er ook uit. Straf spul van Prik & Tik. Of hele dure rode. Dat kan ook.
De kleinste pakjes zijn de duurste. De grootste het goedkoopst. Want die moeten door hun omvang goed maken wat er maar voor betaald werd. Een nieuwe pmd vuilbak is een kanshebber, gis ik.
Al zou ik dit jaar ook wel eens dat kleinste doosje willen maar dat zal voor volgend jaar zijn.
Het maakt niet veel uit.
Er zijn al 5 echte glazen ballen aan gruzelementen gevallen. De eerste kerstbal brak toen ik het kleinste pakje wou verbergen tussen de naalden en de lichtjes. De laatste toen mijn eega een passende plek zocht voor het grootste pakje.
Het maakt niet zo veel uit.
Volgend jaar moeten er toch nieuwe gekocht worden omdat deze verzameling niet meer compleet is. En omdat er geen 2 verschillende soorten tegelijkertijd in mogen. Dat vloekt. Gelijk een tang op een varken. Zegt ze. Ze zal wel gelijk hebben want ik ken niet veel van kerstballen.
De feestdis staat ook op punt. Geen gevulde kalkoen met airellen en gestoofde peer met kroketten maar iets met lam en verloren groenten. En creme brulee als dessert. Alleen mag ik niet vergeten te zorgen voor een keukenbrander. Het oog wil ook wat. Anders blijft het gewoon maar creme patissiere met suiker. Ook niet slecht maar niet zo chique.
Het maakt niet heel veel uit.
Eigenlijk maakt het niets uit. Want één stoel zal onbezet zijn. Die van onze pa. En hij vond het allemaal niet zo belangrijk. De ballen, de dure rode of de paris xl. Die werd gewoon elk jaar opnieuw al gelukkig met die paar woorden die steevast de pakjesavond inluidden…Van je kleinkind Noor, Thijs of Dries, Bornem 1 januari “tweeduizend-vroeger”…

 

%d bloggers liken dit: